Uffelte - Wittelte

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Drenthe

Op het oude rieten dak rust een laaggebergte van mos. Uit de stal klinken pruilende loeitjes en het bescheiden gerammel waartoe alleen koeien in staat zijn. Dit is nog een “echte' boerderij. De meeste andere hoeves hier worden door import bewoond. Geen koe te horen, geen stal te ruiken. Verzorgde daken en in plaats van de ronde boerenraampjes verticale stroken glas, met zicht op de tegelvloeren, de stoelpoten, hier de pantoffels van mevrouw, daar de enkels van de heer des huizes.

Buiten het dorp aait, onder een strak-in-de-lakblauwe hemel, het licht over de bruindonzen ruggengraat van een paard. Het is min drie graden en zo helder als het maar zijn kan. Een felle zon, brandpunt tussen de kale takken, gebruikt een toegevroren ven als spiegel - wie is de mooiste in het land, nou wie?

Rustig maar, zonnetje, niemand is mooier dan jij, in je ei-gele negligé.

De wandelaar kijkt vaak naar beneden, zo is dat nu eenmaal, de ogen willen weten wat de voeten meemaken. Vandaag is alles daar bevroren. De vorst verzilverde het afgevallen eikenblad, maakte van sprieten en takjes witte veertjes en belegde de sporen en voren op de bospaden met ingenieuze ijsfiguren. Lange lijzen met krullen en haken. Monster-van-Loch-Nessbulten. En bovenal: uitvoerige spinnenwebmotieven. Spiderman on ice.

Het bos, mager in dit harde licht, maakt regelmatig plaats voor hei, nu ja, voor de poesta. Een purperen gloed verdiept het heidebruin en wordt weggewerkt door het oker van het pijpenstrootje. Maar de macht ligt hier bij het genootschap van solitaire dennen. Zo'n den bekreunt zich niet om de struggle for light. Anders dan zijn collega's in de bosrand die omhoog moeten, kan hij zich de luxe permitteren om zijn takken breed te laten hangen.

Achter een klaphek wordt gewaarschuwd voor de aanwezige grote grazers. Ze kunnen “onvoorspelbaar' reageren.

Waar zijn die grazers dan? Nergens.

,,Dat is dat onvoorspelbare'', legt man uit. Ja, wat heb ik daaraan, ik zie er nog steeds niet één.

Ik zie wel drie vrouwen. Ze komen uit een natuurvriendenhuis, en houden direct achter de deur halt, op de stoep. Hun mannen spelen tafelvoetbal, hun kinderen joelen tussen de bomen. Zij steken er een op. Roken is geen lolletje, zo te zien.

Het licht wordt zwaar, de hemel trekt een wolletje aan en legt een hoogvlakte van violette bewolking aan, overlangs de heide. Over een veenplas zoeven schaatsers. Klik, klik, klik, klapschaats. Het water onder het ijs antwoordt met de klanken van een gesmoord carillon.

15 km. Kaarten 20, 21, 22 uit: Drenthepad. Uitg. Nivon, Amsterdam, 1999. Tussen Uffelte en Wittelte rijdt bus 20. Inl. www.ov9292.nl of tel. 0900 9292