Ruzie over het voortbestaan van een trotse natie

De Spaanse oppositie wil een referendum over het nieuwe statuut in Catalonië, dat in haar ogen een bedreiging vormt voor de eenheid van het land. Critici menen juist dat zo'n referendum de democratie ondergraaft.

Hoewel ze wat moeilijk ter been is, heeft Fermina Arroyo (70) speciaal de tocht gemaakt naar de Puerta del Sol, Madrids centrale stadsplein. Nu staat ze in de rij voor het tekenen van de petitie voor het referendum dat de conservatieve Partido Popular wil houden over het nieuwe Catalaanse statuut. “Alle Spanjaarden gelijk voor de wet“, zegt ze vastberaden. “Ook de Catalanen.“

De rij overwegend oudere mannen met hoeden begeleid door vrouwen met een keurig permanentje, mompelt instemmend.

Gedisciplineerd, bijna grimmig, worden namen en handtekeningen gezet op de formulieren. “Vindt u het nodig dat Spanje één natie blijft, waarin alle burgers gelijke rechten en plichten hebben en toegang tot openbare voorzieningen?“, zo luidt de vraag die onderwerp van het referendum moet zijn.

Luisa María Payán, actief partijlid, probeert voorbijgangers over te halen hun handtekening te zetten. Het succes is wisselend: een jongen in een trainingspak rent met afwerende gebaren door als hij in de gaten krijgt waar het om draait. “Was-ie Spaans?“, vraagt Luisa María verbaasd aan haar vriendinnen. Het antwoord is bevestigend. “Je kent het bekende refrein over wie niet reageert op het Viva España“, lacht ze. “Als het een man is, is het geen Spanjaard, en als het een Spanjaard is, is het geen man.“

In een broeierige atmosfeer, die wordt getekend door aanhoudende beledigingen, een opstandige generaal in het opperbevel, een campagne tegen de Catalanen en een totale confrontatiekoers van de oppositie, begon de Partido Popular deze week met het verzamelen van handtekeningen voor een referendum. De partij wil zo het nieuwe statuut tegenhouden dat voorziet in een grotere autonomie van de Catalaanse regio. Dit nadat de socialistische regering onder leiding van premier Zapetero hierover een akkoord sloot met de Catalaanse nationalistische partij CiU.

In het debat worden gevoeligheden geraakt die Spanje in het verleden in burgeroorlogen hebben gestort. De Spaanse natie dreigt ten onder te gaan, zo heeft de conservatieve oppositieleider Mariano Rajoy al voorspeld. De Partido Popular weigerde van meet af aan de politieke discussie over het statuut aan te gaan in het parlement. Maar nu is het volgens de oppositieleider de hoogste tijd voor de Spanjaarden - de echte Spanjaarden - om hun “recht op de vrijheid van meningsuiting“ te laten gelden en de grondwet in een referendum te verdedigen.

Probleem is evenwel dat volgens diezelfde grondwet er helemaal geen referendum mag worden aangevraagd over de regeling die nu ter discussie staat. De Partido Popular, zo is dan ook de kritiek, is bezig op een populistische manier de basisregels van de Spaanse democratie te ondergraven.

Miguel Ángel Aparicio, hoogleraar in het staatsrecht aan de Universiteit van Barcelona, doet hoorbaar moeite beleefd te blijven als hem zijn mening wordt gevraagd over het referendum. “Uit juridisch oogpunt heb ik hier geen woorden voor. De wet is duidelijk: een statuut kan geen onderwerp zijn van een referendum. Dit initiatief ondermijnt de werking en het vertrouwen in de grondwet.“

Over de gestelde vraag in de volksraadpleging is hij nog minder te spreken. “Diffuus, irrelevant en totaal zonder inhoud“, zo luidt zijn commentaar.

Rechtsgeleerden maakten de afgelopen weken in koor gehakt van de referendum-aanvraag. In een reactie deed oppositieleider Rajoy er afgelopen week nog een schepje bovenop. “Ik mag overal handtekeningen voor vragen als ik daar zin in heb“, zei hij tijdens zijn handtekeningencampagne in het zuiden van het land.

“Dit is een uitdaging van de instituties van ons systeem“, meent Miguel Ángel Aguilar, politiek commentator van het regeringsgezinde dagblad El País. Gesteund door de conservatieve pers is de Partido Popular bezig de regels van het politieke spel met voeten te treden. “De belangrijkste oppositiepartij handelt nu als een anti-systeem partij.“ Aguilar vindt dat zorgwekkend in een land waar het democratische stelsel pas een jaar of dertig werkzaam is.

Op de Puerta del Sol wordt daar duidelijk anders over gedacht. “Premier Zapatero is bezig met een samenzwering tegen Spanje“, vindt een van de ondertekenaars van de referendumaanvraag. Zelfs een generaal mag de grondwet tegenwoordig niet meer in het openbaar verdedigen en wordt ontslagen, luidt de klacht. “Vijfhonderd jaar geschiedenis van onze trotse natie wordt weggegooid.“