Patroclus, metgezel van Jupiter, is komeet en dus geen planetoïde

Patroclus, één van de vele hemellichamen die in de baan van Jupiter om de zon draaien, heeft veel weg van een komeet. Een groep van achttien astronomen, onder leiding van Franck Marchis van de universiteit van Californië in Berkeley, concludeert dat op grond van de nu gemeten soortelijke dichtheid van dit object (Nature, 2 febr). Patroclus is waarschijnlijk op veel grotere afstand van de zon ontstaan en kort daarna in de greep van Jupiter gekomen. De grote vraag is nu of dit ook geldt voor de wellicht vele duizenden andere objecten die in de baan van Jupiter om de zon cirkelen.

Jupiter wordt in zijn baan om de zon vergezeld door twee grote groepen objecten die tezamen de Trojanen heten. Ze bevinden zich in twee evenwichtspunten die Lagrangepunten worden genoemd. De ene groep (in Lagrangepunt L4) loopt vanuit de zon gezien 60° voor Jupiter uit en de andere groep (in L5) loopt er 60° achter aan. Tot nu toe werd gedacht dat deze Trojanen, waarvan er al meer dan 1500 zijn ontdekt, planetoïden zijn, dat wil zeggen overwegend uit gesteenten bestaande objecten uit het gebied tussen de banen van Mars en Jupiter die door deze laatste zijn ingevangen.

Vijf jaar geleden werd van één van die Trojanen, Patroclus, ontdekt dat hij uit twee componenten bestaat. Marchis en zijn collega's hebben dit duo nu bestudeerd via een techniek die de beeldonrust van de atmosfeer “uitschakelt', waardoor berekend kon worden dat het duo een losse, bijna komeetachtige structuur heeft. Patroclus zou dus niet binnen maar ver buiten de baan van Jupiter moeten zijn ontstaan.