Nog geen lente in de Arabische wereld

De val van de Iraakse leider Saddam Hussein zal een democratiserende uitstraling hebben over het hele Midden-Oosten, voorspelde president Bush vlak voor de Amerikaans-Britse invasie van Irak in maart 2003. 'Van Marokko tot Bahrein en verder zetten landen belangrijke stappen naar politieke hervorming. Een bevrijd Irak kan de macht van vrijheid aantonen om die vitale regio te transformeren door hoop en vooruitgang te brengen in het leven van miljoenen.'

Bijna drie jaar later is die vooruitgang in het algemeen erg beperkt gebleven. De meeste Arabische regimes hebben nog steeds weinig zin om macht te delen; het Iraanse regime is er juist conservatiever en intoleranter op geworden. En voorzover liberaliserende maatregelen zijn genomen, hebben die als belangrijkste resultaat de opmars van de (fundamentalistische) islam in het politieke leven opgeleverd. Zie de parlementsverkiezingen in Irak en Egypte en de Palestijnse gemeenteraadverkiezingen. Deze islamitische trend voorspelt voorlopig weinig democratische vreugde.Ongeveer 80 procent van de islamieten in het Midden-Oosten zijn conservatieve moslims, zo schreef het Syrische parlementslid Mohammed Habash begin januari in de Libanese krant Daily Star onder verwijzing naar een onderzoek van het Centrum voor Islamitische Studies in Damascus. De resterende 20 procent hervormingsgezinden, zo schreef hij, zien geen tegenstelling tussen democratie en islam. Conservatieven daarentegen wijzen democratie af omdat dit systeem de wil van God onderwerpt aan die van het volk.

Die houding valt terug te vinden bij de Egyptische Moslimbroederschap, die in de verkiezingen van vorig jaar november/december 88 van haar 150 kandidaten gekozen zag worden. De Broederschap had expres niet méér kandidaten gesteld - het Egyptische parlement telt 454 zetels - om de regering van president Mubarak niet te provoceren. Die had haar immers voor het eerst ruimte gegeven om campagne te voeren onder de leus 'De islam is de oplossing', en die ruimte wilde ze niet in gevaar brengen.

De Moslimbroederschap heeft geweld als wapen al lang geleden formeel afgezworen en betoogt dat ze tegenwoordig voorstander van democratie is. De vraag is dan wat democratie voor haar betekent. Officieel en verklaard doel van de beweging is immers onverkorte invoering van de sharia, het islamitisch recht.

En dat is door God gegeven en dus niet democratisch te amenderen. Seculiere vrouwengroepen en de koptische minderheid in Egypte maken zich zorgen over de toekomst.

In het bevrijde Irak zelf heeft elke gemeenschap zich teruggetrokken in haar eigen etnische of religieuze schulp. De shi'itische meerderheid van rond de 60 procent stemde bij de verkiezingen van 15 december bijna en bloc op de regerende alliantie van shi'itische religieuze partijen, zoals de sunnieten voor sunnitische fundamentalistische partijen kozen. De soortgelijke uitslag van de verkiezingen voor de grondwetgevende assemblee, bijna een jaar eerder, leidde tot een grondwet met een duidelijk islamitisch stempel - de vrijheid van meningsuiting is bijvoorbeeld begrensd door de 'islamitische zedelijkheid'.

In het shi'itische deel van het land winnen de strijdgroepen van de religieuze partijen aan kracht, die zelf achter (vermeende) opstandelingen aangaan en uitingen van zedeloosheid bestrijden. Drankwinkels, kappers en ongesluierde vrouwen zijn hun mikpunt.

Of de democratie in betere handen is bij de relatief meer seculiere Koerden in Noord-Irak is zeer de vraag. Wat te denken van de 30 jaar gevangenis waartoe de Oostenrijkse Koerd dr. Kamal Said Qadir in december in Arbil werd veroordeeld omdat hij de Koerdische leider Masoud Barzani zou hebben beledigd?