Misverstanden over universiteit en ontslag 2

Hoewel Scheltema en Veilbrief de vinger op de zere plek leggen, is hun analyse van oorzaken en oplossingen niet geheel juist en onvolledig. Driekwart van de wetenschappers wil naar het buitenland voor een betere loopbaan, dus verhuizen lijkt geen probleem te zijn. Een systeem met veel meer tussentijdse beoordelingen, zoals het Amerikaanse tenure-track systeem, biedt voordelen van tijdelijke en vaste banen. Bij tussentijdse beoordelingen bepalen de prestaties van wetenschappers of hun aanstelling wordt verlengd. In sollicitatieprocedures voor tijdelijke contracten zijn de criteria vooral hoe goed cv en netwerk passen bij de wensen van de sollicitatiecommissie.

Het huidige universiteitsbeleid is gericht op een monomane specialisatie van gepromoveerde onderzoekers op één project. Een veel levendiger uitwisseling tussen universiteiten en tussen wetenschap en bedrijfsleven vraagt een cultuuromslag van dit universiteitsbeleid. Slechts 5 procent van de gepromoveerden vindt daadwerkelijk een baan aan de universiteit. De resterende 95 procent moet dus naar het buitenland of moet zich laten omscholen.

Onderzoeksscholen, die de opleiding van promovendi breder maken, zouden een belangrijke rol kunnen spelen in het ontwikkelen van vaardigheden die nodig zijn voor een carrière na de promotie buiten de universiteit. Wetenschappers die de universiteit verlaten om in een ander beroep te gaan werken, gaan in dat geval niet verloren voor Nederland. Au contraire, de meerwaarde van een succesvol doorlopen promotietraject kan dan worden benut in de volle breedte van de kenniseconomie.