Misverstanden over universiteit en ontslag 1

In het artikel van Scheltema en Veilbrief (NRC Handelsblad, 25 januari) duikt een hardnekkig misverstand op in de discussie over arbeidsverhoudingen binnen onderwijsinstellingen. Er wordt namelijk gezegd dat `Nederlandse ambtenaren praktisch niet zijn te ontslaan wegens de riante ontslagbescherming`. Iets verderop wordt beweerd dat de Rijksuniversiteit Groningen vaste contracten gaat `openbreken` als iemand weinig meer presteert.

Deze beweringen getuigen van een gebrek aan kennis over het arbeidsrecht dat van toepassing is op medewerkers die in dienst zijn bij een universiteit. Afgezien van het feit dat deze medewerkers geen ambtenaar zijn (zoals wordt beweerd) is de arbeidsrechtelijke relatie van de universitaire medewerkers gebaseerd op de CAO Nederlandse Universiteiten. Deze CAO biedt al sinds jaar en dag de mogelijkheid om medewerkers te ontslaan (op basis van artikel 8.3 van de huidige CAO) alleen dient er wel sprake te zijn van een redelijke grond. Disfunctioneren wordt wel degelijk beschouwd als een redelijke grond. Dat er binnen de universiteiten een cultuur is om medewerkers niet te ontslaan wegens disfunctioneren is iets anders, maar dit staat los van het arbeidsrecht.

Een van de beperkingen van ons systeem die in het artikel niet expliciet wordt genoemd is het leerstoelenbeleid. In andere landen, zoals Noorwegen, is het gebruikelijk dat veelbelovende onderzoekers de functie van hoogleraar krijgen, los van allerlei ingewikkelde leerstoelplannen.