“Mijn film is als een huis gebouwd'

In “La perrera' zien we hoe een Oblomov in Uruguay een huis bouwt. “Ik kon pas zelfstandig wonen door het geld dat ik van het Hubert Bals Fonds kreeg voor mijn film', zegt de regisseur.

Te lange nachten en te véél nachten, zegt Manuel Nieto Saz om zich voor zijn warrige Engels te excuseren. Het filmfestival van Rotterdam is voor hem anderhalve week film, eten, bier en coffeeshop geweest. Hij is zo langzamerhand even apathisch als de hoofdpersoon van zijn film, La perrera (The Dog Pound), zegt hij met een verlegen grijns.

Maar dat was tijdens een interview gisterochtend, na weer zo'n lange nacht. 's Avonds stond Nieto Saz zich opnieuw voor zijn gestotter te verontschuldigen. Nu kwam het door een hartaanval, zei hij, die hem trof toen hij de Tiger Award kreeg. Hij omhelsde zijn hoofdrolspeler Pablo Riera achterin de zaal en rende naar voren om uit handen van juryvoorzitter Lee Chang-dong de oorkonde aan te nemen en een cheque van 10.000 euro.

David (Riera) laat zich in La perrera (de hondenplaats) schijnbaar willoos op de dagen dobberen in het vakantiehuis van zijn vader. Hij moet met een paar lokale vrienden een eigen huisje in de buurt bouwen maar hij ligt meer dan dat hij staat. “Hij kan maar geen eigen manier van leven vinden“, zei de regisseur gisterochtend, ver voordat hij het nieuws van de Tiger Award had gekregen.

Manuel Nieto Saz is met zijn 33 jaar maar een jaar of zeven verder in het leven dan zijn hoofdpersoon en hij laat er weinig misverstanden over bestaan waar de inspiratie voor zijn debuut vandaan kwam. Hij wist zelf ook niet wat hij moest doen toen hij net van de universiteit van Montevideo kwam, hij is toen ook maar weer bij zijn ouders gaan wonen en die gingen ook elk jaar naar hetzelfde huisje bij zee waar meer honden dan mensen waren en meer jongens dan meisjes.

Hij pulkt de drukknoopjes van zijn ruitjesbloes open en duwt ze weer dicht. “Misschien lijkt het vreemd voor jongeren in Europa, maar ik ben pas drie jaar geleden op mezelf gaan wonen en dat geldt voor veel van mijn leeftijdgenoten. Het heeft alles met de economische crisis in ons land te maken. Ik kon zelfstandig wonen door het geld dat ik van het Hubert Bals Fonds kreeg om mijn film te maken. Een euro is een hoop geld waard in Urugay.“

Nieto Saz maakte eerder korte film Nico & Parker, die in 2001 in Rotterdam werd vertoond. Op dat festival leerde hij de Argentijnse regisseur Lisandro Alonso kennen, die hij assisteerde bij Los Muertos. Hij werkte ook met andere bekende Argentijnse filmers, Pablo Stoll en Juan Pablo Rebella aan 25 Watts en Whisky.

De economische toestand bemoeilijkte het filmen van La Perrera zeer. Alle filmsubsidies waren door de Urugayaanse regering wegbezuinigd toen Nieto Saz in 2001 aan zijn project begon. Hij had zo'n 20.000 Amerikaanse dollars als startkapitaal en begon te filmen in april 2004. “Ik had een heel vastomlijnd idee van hoe de film eruit zou moeten zien. Tamelijk statische opnamen maakte ik. En elke scène wilde ik in een of twee shots opnemen. Ik moest zuinig zijn met het materiaal.

“Toen het geld op was, ben ik vast gaan monteren wat er lag en merkte ik dat die rigide aanpak niet werkte. In augustus hadden we weer geld, uit Canada en Spanje, en konden we verder met de opnames. Wat we toen hebben gedraaid, ziet er heel anders uit. Daarna hadden we nog een gedwongen onderbreking en ten slotte hebben we de opnames afgerond in december, in weer andere stijl.“

Die onderbrekingen verklaren waarom Pablo Riera, de acteur die David speelt, er soms heel anders uitziet dan in een paar scènes eerder. Zijn baardje groeit en krimpt als bij toverslag. “Dat klopt“, zegt Nieto Saz. “Je ziet die onderbrekingen ook terug in het licht dat verandert, en de natuur. Maar het belangrijkst is de stijl. Die ontwikkelt zich gedurende de film. La perrera is geen theoretische film, maar een praktische. De ontstaansgeschiedenis ervan lijkt op de bouw van het huisje in de film. Dat hebben we ook in drie fasen gebouwd, stukje bij beetje, en toen het af was, kon je er echt in wonen.“