Louvre leent voor 13 mln werk uit

Mag het Louvre zijn topstukken uitlenen of niet? De Fransen zijn het niet eens over de beslissing van het nationale museum in Parijs om een bruikleen van 185 stukken uit de verzameling toe te staan. De werken gaan naar het High Museum van Atlanta. Het Louvre ontvangt in ruil dertien miljoen euro, zo bericht De Standaard.

Onder de gekozen stukken zitten meesterwerken als het Portret van Baldassare Castiglione van Rafaël, Et in Arcadia ego van Poussin, Het bedelaartje van Murillo en het Portret van Madame de Pompadour door Boucher. Het Amerikaans museum leent ook schilderijen van Rembrandt, Fragonard en Chardin, alsmede tientallen tekeningen, bronzen beelden, wandtapijten en meubelen.

Het Louvre, dat de reputatie heeft moeilijk te zijn in het toekennen van bruiklenen, verdedigt de operatie door erop te wijzen dat de tentoonstelling Kings as collectors in Atlanta, die de Franse koningen als verzamelaars presenteert, de internationale uitstraling van de Franse cultuur ten goede zal komen. Ook de betrekkingen tussen Frankrijk en de Verenigde Staten, die door de oorlog in Irak bekoeld waren, zouden ervan opknappen. De belangrijkste werken, waaronder het portret van Rafaël, worden bovendien slechts voor een periode van drie maanden uitgeleend.

Maar het doorslaggevende argument lijkt van financiële aard te zijn. De tentoonstelling in Atlanta wordt mogelijk gemaakt door een groep Amerikaanse sponsors. De dertien miljoen euro kan het Louvre uitstekend gebruiken voor de renovatie van zijn afdeling achttiende-eeuwse kunst. Op die manier komt de tentoonstelling het Franse erfgoed, waarvoor het Louvre verantwoordelijk is, ten goede.

De critici, aangevoerd door Didier Rykner van La Tribune de l'Art wijzen op de gevaren van een commerciële exploitatie van het nationale erfgoed. De samenwerking tussen het Louvre en het High Museum houdt niet op met deze ene tentoonstelling. In een later stadium zou ook een prestigieuze selectie van archeologische stukken in Atlanta getoond worden.