Klucht rond diefstal van zoutvaatje

Eind januari werd in Wenen de spectaculaire roof van de Saliera opgelost, het kostbare zoutvaatje ter wereld, van de goudsmid Benvenuto Cellini. De dader zegt de beveiliging van het museum te hebben willen testen.

Het zoutvaatje, De Saliera, gemaakt door Benvenuto Cellini A photographer takes a picture of the gold-plated Saliera, dubbed the 'Mona Lisa of sculptures' by curators and worth about $57 million, at Vienna's museum of historic arts January 31, 2006. The famed Renaissance sculpture by Benvenuto Cellini stolen in spectacular fashion from the museum in 2003 was found in good condition in an Austrian wood last week. The Saliera can be seen for 20 days now, then it well be restored. REUTERS/Herwig Prammer REUTERS

Er komt een boek over de zaak van het gestolen zoutvaatje - dat heeft de dief zelf al gezegd. Ook over een film wordt gesproken, hoewel misschien met een pepermolen in de hoofdrol. Want de integriteit van Robert M. moet vooralsnog worden gewaarborgd. Niemand mag de man een dief noemen totdat hij is veroordeeld.

Sinds dinsdag is de Saliera, met een waarde van 50 miljoen euro het kostbaarste zoutvaatje ter wereld, weer op zijn plaats in het Kunsthistorisch Museum te Wenen. De hele stad is verrukt - minder over de Saliera dan over het oplossen van de diefstal van het zoutvaatje.

Na twee jaar en acht maanden werd de Saliera, meesterstuk van de Italiaanse goudsmid Benvenuto Cellini (1500-1571), eind januari teruggevonden. Maar wat een voorbeeld van uitmuntende recherche leek, werd in de dagen erna stof voor een anekdote die straks in iedere reisgids zal staan.

De 50-jarige Robert M. was na langdurig kroegbezoek met bier en tequila op een lauwe Weense mei-ochtend in 2003 op het idee gekomen nog even een bezoek aan het Kunsthistorisch Museum af te leggen en kortweg de Saliera mee te nemen. Niemand had iets gehoord of gezien, totdat tegen half negen een zaalwachter een raam open zag staan. Het zoutvaatje was en bleef verdwenen. Er werd gewag gemaakt van een “internationale kunstmaffia“ en van een “uiterst professionele misdaad“, en niemand had een idee hoe de rovers de “ingewikkelde veiligheidsmaatregelen“ hadden overwonnen. Directeur Wilfried Seipel, de ogen nat van tranen, had de pers verzekerd dat het veiligheidssysteem volmaakt en allernieuwst was.

Bij het onderzoek bleek vervolgens dat de roof zo grappig niet was. Robert M. is een alleenstaande vader van twee kinderen, van beroep alarminstallateur en hij had bij zijn kroegbezoek een breekijzer op zak - aanwijzingen dat de inbraak toch beraamd was.

Wat de Weense klucht dan toch completeerde, waren de omstandigheden van M.'s gevangenneming. Niemand had met een normale man rekening gehouden. Robert M. wekte met succes de indruk dat hij slechts maar de falende beveiliging aan het licht wilde brengen. In 2004 was hij zelfs als ervaren alarminstallateur gast in een radio-uitzending geweest en had de luisteraars van manieren om in te breken op de hoogte gebracht - het geval Saliera diende als voorbeeld. “De dader is zeker niet stom“, had de deskundige gezegd, “maar wel de verantwoordelijken van het museum.“

Tweeënhalf jaar na de roof en na verschillende pogingen van de politie om de Saliera via internationaal bekende helers op te sporen, had de gentleman-rover ten slotte toch geprobeerd zijn buit te gelde te maken. Hij stuurde de afgebroken gouden drietand van de naakte Poseidon op het curieuze zoutvaatje naar de politie en eiste tien miljoen euro losgeld. De geldoverhandiging in november 2005 mislukte. Maar Robert M. maakte daarbij gebruik van een mobiele telefoon om met de politieagenten te onderhandelen - met een prepaid kaartje dat je anoniem in iedere tabakswinkel kunt verwerven. Commissaris Toeval kwam de politie te hulp: M. had zijn kaartje in een winkel gekocht die onlangs overvallen was en waar een videocamera de klanten observeerde. Een foto van de mogelijke koper werd in de kranten gepubliceerd - en die, Robert M., belde de politie, in de pose van de onschuldige burger: hij leek op die persoon en moest daarom onaangenaamheden lijden. Deze keer was het geen probleem meer voor de politie om de tip na te trekken.

Het resultaat is dat iedereen nu weet dat de “ingewikkelde veiligheidmaatregelen' in het Kunsthistorische Museum een grap waren - en waarschijnlijk nog steeds zijn. Er stond een steiger voor de gevel, toegankelijk voor iedereen. De alarminstallatie functioneerde - maar was door het personeel uitgeschakeld. Om begrijpelijke redenen: foutieve alarmen komen dagelijks voor. “Als de politie tevergeefs uitrukt, kost dat iedere keer 109 euro“, vertelde de directeur van een ander museum, het kunstmuseum in Graz, Wolfgang Muchitsch. “Bij ons gebeurt dat vijftig keer per jaar.“

Directeur Seipel van het Kunsthistorisch Museum in Wenen denkt er niet aan de gebreken toe te geven. En Elisabeth Gehrer, minister van Cultuur, helpt hem dapper om alle verwijten weg te glimlachen: de al lang omstreden directeur is niet alleen “een goede en bekwame man“, maar ook een trouw lid van haar partij. En van de veiligheidsmaatregelen is “niet over praten' de belangrijkste - niet alleen voor de kunstvoorwerpen, ook voor politici. Zo speelt iedereen in Oostenrijk op passende manier een rol om er een perfecte klucht van te maken.