Column

Klok kijken

Als ik deze week iets over Allah wil schrijven kan ik dit
hoekje uit veiligheidsoverwegingen beter maagdelijk leeg laten,
hoewel de fundamentalist dat kan uitleggen als het ontkennen van
hun god. Wie weet word ik dan alsnog aan een kromzwaard geregen.

Nee, ik ga het hele weekend aan Boris Dittrich en de
parmantige Pechtold zitten denken. Wat zijn dat een natte winden.
Ze zijn niet eens uitgelachen, maar uitgehoond, gek gegierd en
weggeproest. Het schijnt dat de leden van de Tweede Kamer hebben
afgesproken dat ze vanaf nu per keer dat een van deze twee
D66’ers aan het woord komt met zijn allen heel hard gaan
bulderen. Waar het over gaat maakt niet uit. Alle leden gaan heel
hard lachen en zwaaien. Uitbundig zwaaien. En dat houden ze vol
tot de heren overspannen zijn vertrokken. Boris heeft dat moment
niet afgewacht en heeft inmiddels zijn gehavende biezen gepakt.
Nu de parmantige Pechtold nog.

Pim Fortuyn had het vaak over politici met meel in de mond,
maar afgelopen woensdag zag ik Pechtold in Den Haag Vandaag met
de hele wintervoorraad van de Koopmans meelfabrieken in zijn
kakelende waffel. Hij tetterde iets politiek corrects over
allochtonen en hoe die in de toekomst in de politiek
geïntegreerd moeten worden, waarop de interviewer vroeg hoeveel
allochtonen er eigenlijk in de regering zitten. Het antwoord was
grappiger dan grappig. De parmantige Pechtold gaf toe dat dat
er nul waren, maar dat het kabinet wel veel vrouwen telde.
Gelukkig had ik het opgenomen, zodat ik de videoband een aantal
malen terug kon spoelen om het antwoord nog een keer goed te
controleren. Maar hij zei het echt. Op woensdag 1 februari in het
jaar 2006 antwoordde onze minister van Spek & Bonen op de
vraag hoeveel allochtonen er in de regering zaten dat dat er nul
waren, maar dat we wel veel vrouwen in de regering hadden. Ik
hoopte nog dat hij zou zeggen dat we ook nog een homoseksuele
staatssecretaris hebben en die telt als allochtoon waarschijnlijk
dubbel.

En Jan Peter en Piet Hein? Allochtoon? Ik versta ze zelden.
Balkenende brabbelt opgewekte zondagsschoolwoordjes en Donner
spreekt in stijve wetboekzinnen. Mijn Uruzgaanse werkster versta
ik beter.

Als de parmantige Pechtold de ministers Kamp en Remkes
allochtoon had genoemd, dan had ik dat overigens goed gerekend.
Ik ben redelijk elitair ingesteld en alles voorbij Abcoude,
Diemen en Purmerend wordt bij ons thuis allochtoon genoemd. Als
wij over Drenten spreken dan hebben wij het zelfs over
inboorlingen. Ik treed nooit op in Hoogeveen, maar ga ze daar
bekeren.

Wat moeten deze twee sneue jongens nou nog? Ik heb een advies.
Ze moeten gaan praten met de Zuid-Limburgse veehouder Jef
Flamand, die er in zijn eentje voor gezorgd heeft dat de
progressieve partijen in de gemeente Margraten komende
verkiezingen niet mee mogen doen. Waarom niet? Omdat de
fractievoorzitter van de combinatielijst PvdA-D66-GroenLinks in
een file zat en zijn kandidatenlijst dertien minuten te laat
inleverde. En Jef heeft zo’n gezonde schijt aan de plaatselijke
politici met hun gezever over stankcirkels, een wel of niet
illegaal vakantiewoninkje op zijn erf en wat vage stalletjes in
zijn wei, dat hij heeft besloten om glashard protest aan te
tekenen tegen deze verschrikkelijke tijdsoverschrijding. De
burgemeester wilde het nog door de vingers zien, maar de Raad van
State heeft inmiddels beslist. Voor progressief Margraten valt
niets te kiezen. Jef memoreert dat een burger laatst voor de
rechter is gesleept en toen ging het om seconden. Of een fax voor
of na twaalven binnen was gekomen. Dus in dit geval vond hij
dertien minuten een eeuwigheid. Prachtkerel, die Jef. Man naar
mijn hart. Bij deze inheemse veeboer moeten ze maar eens een
cursusje rug recht houden, consequenties trekken en een lesje
klok kijken gaan volgen. Vooral dat laatste is voor de parmantige
Pechtold belangrijk. Die schat loopt namelijk geen dertien
minuten achter, maar dertienhonderd jaar.