Inpakken en wegwezen

In politiek Nederland gaan stemmen op voor radicale uitsluiting van “raddraaiers'. In de 18de eeuw wist de Republiek daar wel raad mee.

Bij Leefbaar Rotterdam ging gejuich op toen minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) deze week haar plan onthulde. Ze wil het wettelijk mogelijk maken om Antillianen die binnen twee jaar na hun komst naar Nederland in aanraking komen met de strafrechter terug te sturen naar het eiland van herkomst. En het kan nóg fermer. Vorige week suggereerde de Amsterdamse lijsttrekker van D66, Ivar Manuel, om Marokkaanse “raddraaiers' te onderwerpen aan “krijgsrecht' en “op te sluiten op een eiland'.

Dat is een relatief nieuw geluid in de Nederlandse politiek. Voor precedenten moeten we ver terug in de tijd, naar de Nederlandse Republiek van de achttiende eeuw. Destijds legden rechters en stadsbestuurders “bannissement' (uitbanning) en deportatie op in het kader van de strafrechtpleging of als bestuurlijke maatregel ter bescherming van personen of van de gemeenschap.

Over deze en andere vormen van maatschappelijke uitsluiting ging het eind vorige week tijdens het tweedaagse symposium Ballingschap in de Nederlanden in de achttiende eeuw. De bijeenkomst in de Hilversumse Torenlaankerk was belegd door de Werkgroep 18de Eeuw, een club van vakhistorici en liefhebbers, en de uitgeverij Verloren, die zich toelegt op publicaties over de Nederlandse geschiedenis.

Aanleiding tot het samenzijn was een herdenking. Dit jaar is het twee eeuwen geleden dat de dichter Willem Bilderdijk (1756-1831) terugkeerde naar Nederland na een ballingschap van ruim tien jaar. In 1795, toen vaderlandse Patriotten met Franse hulp de macht hadden overgenomen, weigerde de orangistische jurist Bilderdijk de eed van trouw af te leggen aan de Bataafse Republiek. Daarop gelastte het stadsbestuur van Den Haag hem binnen 24 uur te vertrekken. Bijna alle gewestbesturen volgden dit voorbeeld en Bilderdijk verliet de Nederlanden.

voor altoos

Uitbannen was al veel eerder begonnen. In 1617, vertelde rechtshistoricus Sjoerd Faber, weigerde de Haarlemse schutter Christiaansz de eed van trouw af te leggen, waarop de burgerij hem “voor altoos de stad uitzette'. Faber: Destijds waren de taken van bestuurders en rechters nog niet zo scherp afgebakend. Tot het einde van de achttiende eeuw was de hoofdofficier van Justitie ook voorzitter van het gerecht. Uitbanning, waarbij een burger opdracht kreeg zich buiten de (stads)grenzen te begeven, onverschillig met welke bestemming, kon worden opgelegd wegens ongewenst gedrag of een dreigende ongewenste situatie.“

De Republiek zette niet alleen deloyale burgers over de grens, ze opende ook haar deuren voor lieden die elders in Europa op religieuze gronden vervolgd of verbannen werden: Franse hugenoten, Zwitserse doopsgezinden en Portugese joden. Niet allen in gelijke mate, want de Republiek kende een politiek-religieuze hiërarchie. Hoewel er nooit een expliciet asielbeleid is geformuleerd, werden calvinisten vanwege hun verwantschap met de officiële Gereformeerde Kerk veel gemakkelijker toegelaten dan, bijvoorbeeld, joden. Die hadden in de Republiek wel godsdienstvrijheid, maar waren aan allerlei politieke en sociale beperkingen onderworpen. Doopsgezinden en lutheranen stonden als “dissidente' protestanten een tree hoger dan de katholieken, die officieel een verboden godsdienst aanhingen, maar asielzoekers uit die kring kregen niet hetzelfde onthaal als calvinisten.

Bij asielverlening werd terdege rekening gehouden met economische belangen. De Portugese en Spaanse joden die sinds het einde van de 16de eeuw naar de Republiek kwamen, waren “nieuw-christenen' of conversos, die zich hier opnieuw bekenden tot het joodse geloof. Afvallige christenen als zij konden niet rekenen op sympathie, maar hun migratie paste in de strategie van Iberische koopliedennetwerken. De joodse bijdrage aan de welvaart van de Nederlanden werd gewaardeerd, maar zij mochten zich niet in woord of geschrift afzetten tegen het christelijke geloof.

hugenoten

Piet Visser van de Vrije Universiteit vergeleek tijdens het symposium de opvang in de Nederlanden van verschillende groepen buitenlandse protestanten. In 1685 herriep koning Lodewijk XIV van Frankrijk het uit 1598 daterende Edict van Nantes, dat protestanten een zekere vrijheid gunde. Daarop verlieten calvinistische Fransen

Heel anders reageerde Den Haag op de vervolging van Zwitserse doopsgezinden. Nederlandse “dopers' golden onder gereformeerden als ketters, maar kregen van de Oranjes en de Staten-Generaal een gedoogstatus. Die hadden zij te danken aan de ruimhartige geldelijke steun van doopsgezinde zakenlui voor het noodlijdende defensie-apparaat in het Rampjaar 1672.

Al in de 17de eeuw lagen de doperse boerengemeenschappen rond Bern, Zürich en Basel overhoop met de calvinistische autoriteiten. De dopers achtten zich niet gebonden aan het Confederatieve gezag omdat alleen Christus gehoorzaamheid verschuldigd was. De autoriteiten pakten regelmatig leiders op die als galeislaven in Italië en Griekenland werden verkocht. Welgestelde Amsterdamse dopers spanden zich in voor de vervolgde geloofsgenoten en klopten in Den Haag aan voor hulp. Daar werd vestiging van Zwitsers in Nederland sterk afgeraden. De massale instroom van hugenoten was net achter de rug en de Staten namen niet dezelfde verantwoordelijkheid voor “ketterse' mennonieten. Nederlandse doopsgezinden legden contacten in Pennsylvania en stelden zich garant voor de transportkosten van de Zwitsers, terwijl Den Haag vrije doortocht garandeerde over Nederlands grondgebied. Tussen 1717 en 1734 maakten 3.000 vluchtelingen vanuit Nederlandse havens de oversteek naar de Nieuwe Wereld. Toelating werd meteen gevolgd door zachte uitzetting.

Aan uitbanning en deportatie kwam - althans in het moederland, niet in de koloniën - een einde met de invoering in 1811 van de Code Pénal, het napoleontische Wetboek van Strafrecht. Binnenlandse Zaken stelde aan het begin van de 19de eeuw nog voor om van Vlieland een verbanningsoord te maken. Faber: Dat ging uiteindelijk niet door. Alles wat uit de koker van Binnenlandse Zaken kwam, werd door Justitie afgewezen, en dat is nog steeds zo.“