Het verhaal van driften en doline

Neem een willekeurig provinciaal streekplan of een “gemeentelijk bestemmingsplan buitengebied' en de kans is groot dat daarin - afhankelijk van de regio - termen gebezigd worden als bolle akker, drift, klif, kreek, overlaat, vliedberg of vistrap.

Pingoruïne bij Valkenswaard Foto Natura H. Baas, B. Mobach en H. Renes, Leestekens van het landschap. 188 landschapselementen in kort bestek (Utrecht, 2005) 176 blz.; ISBN 90 712 4520-9; een uitgave van Landschapsbeheer Nederland, tel. 030-2345010; prijs euro 17,50 AERIAL Holland pingoruine in t Leenderbos LUCHTFOTO HOLLAND NOORD BRABANT PINGORUINE PINGO LEENDE VALKENSWAARD HEIDE HEATH HEATHER Location: Credit: Karel Tomei, Foto Natura Foto Natura

Voor de liefhebber: dit zijn respectievelijk een door plaggenbemesting opgehoogde akker, een weg waar vee langs wordt gedreven, een in de laatste ijstijd opgeduwde keileemrug, een getijdestroom, een plek om bij een hoog waterstand water over een waterkering te laten stromen, een middeleeuws vluchtplaats bij hoogwater en een toegang voor vissen bij een waterkering.

Kleiner, maar niet uitgesloten, is de kans op exotisch klinkende namen als arboretum, celtic fields, daliegat, doline, folly, pingoruïne of travalje.

Voor de vasthoudende liefhebber: dit zijn respectievelijk een bomenverzameling in een park, vierkante akkers uit de ijzertijd, een groot gat in het veen om klei te delven, een komvormige put in kalksteen, een namaakruïne bij een landhuis, een cirkelvormig meer en een stellage waarin een paard vastgezet wordt om beslagen te worden.

Hoeveel politici of ambtenaren die zich op provinciaal of gemeentelijk niveau met de inrichting van de openbare ruimte bezighouden, kunnen zich een concrete voorstelling maken van wat achter deze begrippen schuil gaat? Zij die zich niet zeker weten van het antwoord op deze vraag, dienen voortaan Leestekens van het landschap onder handbereik te hebben en binnen een minuut is de onduidelijkheid opgelost.

De veertien genoemde begrippen zijn alle landschapselementen die, samen met nog 174 andere, in een handzaam boek in kort bestek zijn beschreven, met een definitie, een korte beschrijving van het ontstaan en functie, gevolgd door de geografische spreiding en (eventueel) van het voorkomen van streeknamen. Om de fantasie niet al te zeer op de proef te stellen, is bij nagenoeg elk lemma een verhelderende en in kleur afgedrukte afbeelding geplaatst.

Leestekens van het landschap laat op een overtuigende manier zien dat het Nederlandse landschap is ontstaan door de wisselwerking tussen mens en natuur.Soms speelden geologische processen een rol (zoals bij de dolines in Zuid-Limburg), op andere plaatsen was de invloed van het landijs van doorslaggevende betekenis (zoals bij de pingoruïnes in de noordelijke provincies) en elders deed de zee haar invloed gelden (zoals bij de kliffen in Friesland). Maar op de meeste plaatsen is de scheppende hand van de mens zichtbaar.

Opmerkelijk - en vijf à tien jaar geleden ondenkbaar - is dat in de inleiding de nadruk gelegd wordt op de rol die landschapselementen spelen bij de beleving van het landschap. Hierbij denken de samenstellers niet alleen aan esthetische overwegingen, maar vooral aan de rol van de relicten als identiteitverschaffende bouwstenen.

Dat is opmerkelijk want doorgaans wordt in debatten over landschapselementen alleen maar gehamerd op het bekende aambeeld van het agrarische nut of de ecologische en architectonische waarde van de landschapselementen.

Maar de landschapselementen zijn óók “een bron van verhalen, over de geschiedenis van de plek, over de mensen die ter plekke hebben geleefd en gewerkt, over de planten en dieren die specifieke omstandigheden opzochten. Als bron van verhalen maken landschapselementen het landschap boeiender en rijker.'

Met deze gedachtegang sluiten Baas, Mobach en Renes nauw aan bij het concept van de “culturele biografie' van een landschap of regio, waarvan de onlangs in de Raad voor Cultuur benoemde etnoloog prof. dr. Gerard Rooijakkers een vurig pleitbezorger is.

Juist door de nadruk op de verhalen wordt de omgang met de landschapselementen genuanceerder. De samenstellers van Leestekens vinden dat de landschappelijke relicten uit het verleden weliswaar de moeite van het bewaren waard zijn, maar dat het streven naar alleen maar behoud, een niet-wenselijke breuk met de Nederlandse traditie van “maakbaarheid' zou betekenen. Want het geschiedenisboek van het landschap wordt voortdurend aangepast, aangevuld of zelfs herschreven, waarbij op de ene plaats een “leesteken' verdwijnt, maar elders nieuwe punten en komma's geplaatst worden.

H. Baas, B. Mobach en H. Renes, Leestekens van het landschap. 188 landschapselementen in kort bestek (Utrecht, 2005) 176 blz.; ISBN 90 712 4520-9; een uitgave van Landschapsbeheer Nederland, tel. 030-2345010; prijs euro 17,50