Géén camera's

Wie wil weten hoe het leven is in een beruchte Franse buitenwijk, huurt er een flat. Vijfde bericht uit Les Minguettes, nabij Lyon.

Het huwelijksfeest in feestzaal nummer 1 van Les Minguettes wil maar niet op gang komen. Zoals de traditie eist, zitten de Algerijnse bruid en de Tunesische bruidegom moederziel alleen aan een tafeltje, omringd door geschenken. Een videocamera projecteert het beeld op een groot scherm. Voor ons zit Halim, een Syriër die we al eerder hebben ontmoet, nors voor zich uit te staren. Halim houdt niet van huwelijksfeesten en al helemaal niet wanneer zijn volledige Tunesische schoonfamilie van de partij is. De gasten die links en rechts van ons zitten doen hun best om dwars door ons heen te kijken. Nee, van de geroemde Noord-Afrikaanse gastvrijheid is in de context van de Franse banlieue niet veel te merken.

We moeten denken aan de vraag van de televisiezender France 3, die een item wilde wijden aan onze aanwezigheid hier in Vénissieux. Het Zwitserse weekblad L'Hebdo opende na de rellen van november vorig jaar een ‘microbureau’ in de Parijse buitenwijk Bondy, en dat had de interesse van de Franse media opgewekt, zeker nadat de Zwitsers waren aangevallen door gemaskerde mannen met traangasbommetjes. De lokale correspondent van France 3 was erg enthousiast geweest toen hij hoorde dat we waren uitgenodigd voor een bruiloft. Of ze ons daar konden komen filmen?

We proberen het ons voor te stellen: dat we hier waren toegekomen met een tv-ploeg in ons kielzog. De tafel met tieners achter ons zou het zeker niet op prijs hebben gesteld. Toen de huwelijksvideograaf hen heel even in beeld bracht op het grote scherm, kreeg hij onmiddellijk het dringende verzoek de camera op een andere groep genodigden te richten.

Dat het moeilijk werken zou zijn in de Franse banlieue, dat hadden we verwacht. Maar niet dat het moeilijker werken zou zijn dan, bijvoorbeeld, in Irak. De vergelijking gaat niet helemaal op: de Irakezen, niet vertrouwd met de westerse media, dachten nog dat journalisten hun levens zouden kunnen veranderen. In de Franse banlieue is men zo naïef allerminst.

We krijgen het verhaal bijna dagelijks te horen: hoe de media verantwoordelijk waren voor de allereerste auto die in Les Minguettes is uitgebrand, tijdens de rellen van 1981. Een Franse journalist, zo gaat het verhaal, had een groep jongeren vijfhonderd Franse francs toegestopt om de auto in de fik te steken, om een paar spectaculaire beelden te kunnen schieten. Het is heus zo gegaan, zweert Sala Zeghdoud (45) 'Ik heb die journalist destijds persoonlijk bij de kraag gegrepen en op het politiebureau afgeleverd.“

De volgende vijfentwintig jaar hebben weinig gedaan om de relatie tussen de Franse media en de banlieue te verbeteren. Het is zelfs de vraag wat erger is: een journalist of een politieman in burger. Wanneer we met Ouahiba, de jonge vrouw die onze lokale gids is geworden, door het winkelcentrum Vénissy slenteren, krijgt zij voortdurend de vraag: 'Tu te promènes avec les keufs maintenant?“ (Hang jij tegenwoordig met de smerissen uit?) Uitleggen dat we journalisten zijn maakt doorgaans weinig verschil.

Argwaan over de negatieve beeldvorming rond de banlieue volstaat niet om de muur van onverschilligheid te verklaren. Er is ook een - niet geheel ongegrond - besef dat praten over de banlieue geen zoden aan de dijk zet. Het is een probleem waarmee ook de anciens te kampen hebben, zij die in de jaren tachtig politiek actief waren bij de Mars voor de Gelijkheid en tegen het Racisme, die in 1983 honderdduizend mensen op de been bracht in Parijs. Ik moet het voortdurend horen van mijn vrienden, zegt Dadi, een oud-militant. Telkens als ik over politiek begin, zeggen ze: Dadi, hou daar nu eens mee op. Je weet toch dat al dat gepraat helemaal niets heeft veranderd.