Festivalgevoel: een hotel waar je niet hoeft te slapen

Tatiana Scheltema logeerde tijdens het Rotterdams Filmfestival in Nuits Blanches, een reizend kunstenaarshotel

Het Groot Handelsgebouw van architect Huib Maaskant, pal naast het Centraal Station in Rotterdam, werd jarenlang verguisd maar is na een recente renovatie weer helemaal hip. Zo hip dat het reizende hotel Nuits Blanches er is neergestreken. Bezoekers van het Filmfestival kunnen er, tijdens de weekenden van het festival, een bed reserveren en er slapen - of wakker blijven - voor 65 euro per nacht.

““Nuits Blanches' betekent zoiets als: ervoor kiezen om niet te slapen omdat je het zo leuk hebt met elkaar“, zegt ontwerpster Sophie Krier. Zij en collega-ontwerper Sacha Winkel ergerden zich al jaren aan de gang van zaken bij grote beurzen en evenementen. Winkel: “Stond je daar op zo'n beurs te leuren met je mapje met visitekaartjes. 's Avonds trek je je terug in een treurig hotelkamertje in een achterafbuurt, of in een hotel dat je budget vér te boven gaat. Niet bepaald een setting waar je op een leuke manier nieuwe mensen ontmoet.“

Uit die eenzame hunkering naar een ontmoeting met gelijkgestemden sproot het idee voort van een tijdelijk hotel, waar je naast comfortabel slapen, douchen en eten vooral komt om informeel te netwerken. Krier en Winkel doen er alles aan om het verblijf van hun gasten in de “hotellobby' te veraangenamen. Zo kun je, naast het onvermijdelijke loungen op comfortabele bedden en banken, ook midgetsjoelen - een variant waarbij de sjoelbakken met bochten en heuveltjes zijn vormgegeven, zoals bij midgetgolf - of op een kleed van zeven bij zeven meter kronkelen in een mega-Twisterspel, beide georganiseerd door kunstenaarscollectief Powerboat.

is dit een hotel?

Om vijf uur 's middags gaat de incheckbalie open. Een meisje dat qua outfit eerder lijkt voorbereid op een after-party in tropisch zwemparadijs Tropicana tript tegen zessen op ultrahoge hakken binnen. Ze heet Natasja. Halverwege de immense ruimte komt ze verbaasd tot stilstand. “Is dit een hotel? Daar ziet het niet naar uit. O jee. Ik heb mijn tandenborstel thuis vergeten.“ Ze blijkt deel uit te maken van een groepje studenten van de HBO-opleiding Vrijetijdsmanagement uit Rotterdam. Een enthousiaste docente had hen op het ongebruikelijke project gewezen. Echt voorbereid zijn ze niet. De studenten hebben geen idee waar ze zijn beland en doen wat lacherig als blijkt dat ze met z'n allen op een slaapzaal zullen slapen. “We dachten dat we naar een nieuw soort feest gingen“, giechelt Natasja. Na overleg besluiten ze toch te blijven.

De incheckbalie is een stellage die nog het meest aan een stoffenkraam in een Arabische souk doet denken. De aspirant-hotelgast wordt meteen voor een belangrijke keuze gesteld: hij moet zijn eigen beddengoed uitzoeken. Een onverwacht lastige keuze, omdat het design-beddegoed 's ochtends tegen de helft van de normale winkelprijs te koop is. Wordt het een bloemetjesmotiefje, of juist een strak streepdesign? Koele of warme tinten?

snurkgedrag

Het wordt een allegaartje. Dan gaat het “kamermeisje', een vrijwilligster van kunstenaarsnetwerk de Nieuwe Garde uit Rotterdam, ons voor naar de immense slaapzaal, waar ik een bed mag uitzoeken. Wat nu? Wil ik een bed naast een ander bed, of juist zoveel mogelijk privacy? Toch maar het laatste. De bedden worden gescheiden door chocoladekleurige gordijnen die je omhoog of omlaag kunt doen. Naast het bed hangt een cabine van witte stof, om je in te verkleden. Hoewel op het reserveringsformulier gevraagd werd naar het snurkgedrag, slapen snurkers en niet-snurkers onverbiddellijk door elkaar heen. Wel worden oordopjes verstrekt door de zaalwacht.

Die komen niet ongelegen, gezien het enige minpuntje van de avond: de keiharde muziek. De deejay blijkt ad hoc geregeld, toen de beoogde dj's op het laatste moment afzegden. De deejay doet verwoede pogingen om mensen aan het dansen te krijgen. Dat wordt niet door iedereen gewaardeerd. De immense ruimte nodigt niet uit tot dansen, en bovendien: de meesten komen hier om te praten, en moeten nu tegen elkaar schreeuwen.

Onbekendheid omtrent de aard van het project heeft voor meer misverstanden gezorgd. Zo was er lang onzekerheid of de benodigde vergunningen wel op tijd zouden worden afgegeven. Hoewel in de rest van het gebouw bij de recente renovatie nieuwe leidingen waren aangelegd bleken die op de bovenverdieping te ontbreken. Winkel: “Op het laatste moment moest er nog een electriciteitsnet worden aangelegd, waarop de noodverlichting kon branden. Dat was een behoorlijke hap uit ons budget.“

In het midden van de ruimte staan zes baden opgesteld. Twee baden staan op een hoge stellage, alle bieden en spectaculair uitzicht op nachtelijk Rotterdam. Tegen tweeën heeft een stelletje de gêne overwonnen en klimt in het bad. Ze nemen hun champagne mee. Het ziet er heerlijk uit, maar toch: je wordt wel erg bekeken.

In een hoekje achterin wordt door een wisselend groepje gedreven creatievelingen een grote muurschildering gemaakt. Beeldend kunstenaar Tjalling schildert voor de grap een hakenkruis op de muur. Tjalling: “Opeens stond 'ie er“. Maar de grap wordt door de anderen niet gewaardeerd. Ze reageren heftig en geschokt: met rode verf wordt er onmiddellijk een groot, bloederig hart over de afbeelding geschilderd.

Het groepje vrijetijdsstudenten is 's ochtends veranderd in een nest jonge hondjes temidden van een wirwar van veelkleurig bedkatoen. Overal steken armen en benen uit, kleren liggen op een gigantische hoop.

We worden gewekt met het geluid van vrolijk fluitende vogeltjes. Kwaliteitsmanager Dino denkt zelfs even dat er een eend op het balkon is komen zitten.

BESCHERMEND ZOUTMEISJE

Er is iets raars gebeurd. Op de vloer van de slaapzaal liggen cirkels van glinsterend zout. Ook op het krukje bij mijn bed ligt een hoopje zout, met daarop een poppetje dat nog het meest aan een Zuid-Amerikaans gelukspoppetje doet denken. Terwijl wij sliepen blijkt het “zoutmeisje' langs geweest te zijn, een performance die niet gezien hoeft te worden maar diende om de slapers met elkaar te verbinden. Het poppetje is door zoutmeisje Sophie Krier eigenhandig van haar eigen kleed gescheurd, om ons te beschermen tegen boze dromen.

Het ontbijt zit in een grote witte doos met een rood servet eromheen. Een soort picknickmand waarin een vers croissantje, bio-yoghurt, muesli met vijgen, en een flesje verse jus ons vrolijk toelachen. Bevallig maar enigszins verdwaasd komt Mischa (“ik heb al dertig uur niet geslapen“) de koffie inschenken. Die staat als een huis. Het is nog even zoeken naar een zakje suiker. Maar dan, aan het ontbijt, vindt eindelijk de lang verwachte verbroedering plaats.

Voor vanavond, zaterdagavond, kan nog gereserveerd worden. De volgende editie van Nuits Blanches is tijdens het North Sea Jazz festival, dat dit jaar (van 15 tot 17 juli) voor het eerst in Rotterdam wordt gehouden. Meer informatie over Nuits Blanches: www.nuitsblanches.nl