Een licht amateuristisch partijtje

Na een vernederend Kamerdebat over het zenden van Nederlandse troepen naar Afghanistan, trad Boris Dittrich gisteren af als leider van D66. “Ik ben geen masochist.'

Boris Dittrich slikte even tussen “D' en “66' toen hij zei dat hij D66 had willen vernieuwen, en dat een veranderingsproces bij een politieke partij natuurlijk nooit “alleen maar applaus“ oplevert.

Het waren de eerste zinnen van de persconferentie, gistermiddag in Den Haag, waarop hij bekendmaakte dat hij geen fractievoorzitter meer zou zijn van D66 in de Tweede Kamer. Hij zei ook: “Als ik masochist was, zou ik heel erg genieten vandaag. Maar dat ben ik niet.“

Journalisten in de zaal wilden weten welke “politiek-tactische fouten“ de D66-fractie nu precies had gemaakt vanaf 16 december vorig jaar. Op die dag had Dittrich gezegd dat D66 tegen de militaire missie naar Zuid-Afghanistan was - ook al was er nog geen besluit van de regering over zo'n missie en was er nog niet over gedebatteerd in de Tweede Kamer. Was dat de eerste en belangrijkste fout?

Dittrich zei er niets over. Er waren fouten gemaakt en als politiek leider was hij daarvoor verantwoordelijk.

Was dan vooral het debat over de missie verkeerd gegaan, donderdagavond in de Tweede Kamer? Er was gejoeld op de publieke tribune en Dittrich was uitgelachen door Kamerleden van andere partijen. Dittrich: “Ik neem de volle verantwoordelijkheid voor alles wat ik daar zelf heb gezegd.“

Ageeth Telleman, voorzitter van de D66-afdeling in Amsterdam, zegt dat ze tot donderdagavond nog wel “een verhaal“ had over de missie en de bezwaren daartegen van haar partij. “Maar tijdens het debat voelde ik plaatsvervangende schaamte. Het was zo'n vernedering.“ Op vrijdagmiddag zei Telleman op de radio dat Dittrich weg moest. “Ik vond dat ongelofelijk erg“, zegt ze. “Maar het kon niet meer anders. We moeten nu maar eens erkennen dat we in crisis zijn. We zijn geen klaverjasclub, we zijn een regeringspartij.“ En over ruim vier weken zijn er gemeenteraadsverkiezingen.

Het begin van het draaien

Begin januari had Arjan Kleuver, kandidaat-gemeenteraadslid in Utrecht, nog een weddenschap willen sluiten. De D66-fractie en de D66-ministers zouden nooit accepteren dat Nederlandse militairen naar de Zuid-Afghaanse provincie Uruzgan werden gestuurd. Maar toen hij hoorde dat partijvoorzitter Frank Dales van D66 het op de radio over “misschien een ander mandaat“ voor de missie had gehad, wist hij al bijna zeker dat hij ging verliezen. De partijtop zocht naar een oplossing. “Dit is het begin van draaien.“

Uithuilen en opnieuw beginnen, sms't hij deze week, al op woensdagavond. “Er zijn hier vast nog wel een paar fundi's die op ons zullen stemmen.“ Het Kamerdebat over de missie is pas de volgende dag, maar de D66-afdeling in Utrecht kan de uitkomst al voorspellen. De fractie van D66 blijft tegen de missie, maar accepteert dat een meerderheid van de Kamer die missie wel wil. Er komt geen kabinetscrisis, zoals Kamerlid Bert Bakker van D66 eerst zei. En D66-minister Pechtold van Bestuurlijke Vernieuwing - “Er wordt gesuggereerd dat wij wel om zullen gaan. Nou, nee dus“ - is om.

In de Tweede Kamer zei Boris Dittrich dat de missie niet meer tegen te houden was. De meerderheid in de Kamer die de missie graag wilde was te groot. Ook na een kabinetscrisis - “linksom of rechtsom“ - zouden militairen naar Zuid-Afghanistan worden gestuurd. “Dan moet je je verlies nemen.“

Hoe vaak kan D66 nog uithuilen en opnieuw beginnen? Het naderende einde van de partij is al vaak beschreven. Ook de eigen leden geloofden soms niet meer dat het zin had nog door te gaan. In 1967 was D66 met zeven zetels in de Tweede Kamer gekomen, onder leiding van Hans van Mierlo. Het doel was: radicale democratisering. D66 zou een pragmatische, niet-ideologische partij zijn. Tijdens een congres in 1974, na een groot verlies voor D66 bij de verkiezingen voor de gemeenteraad en de provinciale staten, stemde een ruime meerderheid van de leden vóór opheffing van de partij. Maar de vereiste tweederde meerderheid werd niet gehaald.

Van Mierlo was in 1973 afgetreden als fractievoorzitter, maar begin jaren negentig werd hij opnieuw politiek leider. Bij de verkiezingen van 1994 kreeg zijn partij 24 zetels in de Tweede Kamer. Van Mierlo bleef niet. Bij alle volgende verkiezingen verloor D66.

D66 heeft nu zes zetels en al sinds de Tweede-Kamerverkiezingen van 2003 staat de partij op een verlies van een of twee zetels, soms drie. Volgens politicoloog Menno van der Land, die promoveerde op de geschiedenis van D66 en zelf kandidaat-gemeenteraadslid is voor D66 in Leiden, is D66 er nog niet zo beroerd aan toe als in 1974. “Toen lag de partij volledig op zijn gat. Mensen zegden massaal hun lidmaatschap op. Maar aan wat er nu gebeurt met de Afghanistan-missie kun je zien dat D66 een licht amateuristisch partijtje is dat niet het geld en de mensen heeft om de eigen beeldvorming te beïnvloeden.“

Van der Land denkt dat D66 tien tot vijftien procent van de kiezers kan aanspreken. “Dittrich heeft dat in drie jaar tijd niet voor elkaar gekregen. Dan faal je als partijleider, naar mijn idee.“

Geen echte liefde

Na de verkiezingen van 2003 zei Dittrich dat D66 niet zou meedoen aan een kabinet van CDA en VVD. D66 deed dat toch toen de onderhandelingen tussen CDA en PvdA waren mislukt, en op een speciaal congres van D66 bleek dat de meeste leden er niet tegen waren. Maar echt blij waren ze er ook niet mee. Ze hadden weerzin tegen de CDA-ministers die het imago van het kabinet bepaalden, premier Balkenende en minister van Justitie Piet Hein Donner. De partijtop zei daarom maar vaak dat het kabinet een verstandshuwelijk was met rechts. Het was geen echte liefde.

Na het aftreden van Thom de Graaf, de D66-minister voor Bestuurlijke Vernieuwing die de gekozen burgemeester had willen invoeren, vonden de meeste leden net als Dittrich dat D66 in het kabinet moest blijven zitten. Maar pas nadat Hans van Mierlo het congres had opgeroepen om dat te vinden.

De gekozen burgemeester zou er voorlopig niet komen. Vooral de jongeren in de partij vonden dat D66 het niet meer zo vaak over bestuurlijke vernieuwing zou moeten hebben. Onderwijs was belangrijker. Ze vonden ook dat het afgelopen moest zijn met het vriendelijke, voorzichtige optreden van de D66-politici. De opvolger van De Graaf, Alexander Pechtold, werd hun held. Hij zei dat de hypotheekrente zou moeten worden afgeschaft. Hij zei dat Balkenende de bevolking bang maakte door het steeds over terreurdreiging te hebben. En hij zei - in het maandblad Opzij - dat hij niet goed kan opschieten met de calvinistische bewindslieden Balkenende en Donner. Hij noemde de Haagse politiek vuil en vunzig.

“Onder Dittrich“, zegt Menno van der Land, “is volledig buiten beeld geraakt waar de partij voor staat. D66 is een a-politieke partij die niet meedoet aan politieke spelletjes en die geen respect heeft voor heilige huisjes. Dat is het wezen van D66. Pechtold laat dat lef weer zien.“

In de tijd dat Pechtold werd benoemd, bedacht het kabinet een plan voor de publieke omroep. D66-staatssecretaris Medy van der Laan (Cultuur) presenteerde het plan net voor het zomerreces van 2005. Er stond in dat de NPS, een omroep zonder leden, zou moeten verdwijnen. Maar de programma's van de NPS, zoals Buitenhof, Nova en Andere Tijden, waren programma's waar vooral D66-kiezers naar keken. De Eerste-Kamerfractie van D66, de Jonge Democraten en actieve D66-leden in het land waren verbaasd of kwaad. Ze begrepen niet dat hún staatssecretaris zoiets kon bedenken.

Later bleek dat het plan om de NPS op te heffen niet van Medy van der Laan zelf kwam, maar van Kamerlid Bert Bakker van D66 en de fractievoorzitters van CDA en VVD. Bakker noemde de mensen die zich verzetten tegen de opheffing van de NPS “die lui uit de grachtengordel“. Later bood hij daarvoor zijn excuus aan. In de Amsterdamse grachtengordel woonden veel D66-kiezers. En een van de belangrijkste verdedigers van de NPS, ook uit de grachtengordel, was de vroegere D66-leider Van Mierlo. In een brief die hij schreef samen met drie andere prominente partijleden, noemde hij de opheffing “volstrekt onverantwoord“.

Medy van der Laan probeerde het goed te maken door extra “waarborgen' te bedenken voor het soort programma's dat de NPS maakt. Maar echt goed kwam het niet. Afdelingen van D66 vinden het soms lastig als Van der Laan tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen langs wil komen. Ze zijn bang dat de achterban het niet leuk vindt.

Breek de Week

Op een bijeenkomst met lokale lijsttrekkers van D66, vorig najaar, werd aan Dittrich gevraagd waarom hij niet wat vaker uitspraken deed die aandacht trokken, net als Pechtold. Dittrich zei dat hij heel vaak uitspraken deed die de moeite waard waren. Maar journalisten vonden wat hij zei minder interessant dan wat een minister zei.

Eind november vorig jaar had Kamerlid Bert Bakker, die voor zijn fractie het woord voert over vredesmissies, al een paar keer tegen journalisten gezegd dat D66 twijfels had over de missie naar de Zuid-Afghaanse provincie Uruzgan. Hij merkte dat het nauwelijks indruk maakte. Begin december zei Pechtold in het politieke praatprogramma Breek de Week van Harry Mens dat hij ook niet zeker wist of de missie wel zo'n goed idee was. Hij maakte zich zorgen over de veiligheid van de militairen en hij vroeg zich af wat er zou gebeuren met mensen die door Nederlandse militairen gevangen werden genomen. Kwamen die in handen van de Afghanen of de Amerikanen?

Het programma van Harry Mens was in Den Haag nauwelijks bekend, maar de twijfels van Pechtold werden nieuws.

Boris Dittrich zei later tegen zijn collega's dat Pechtold half december tegen hem had gezegd: “Doen jullie als fractie ook eens wat met die missie.“ Pechtold zei tegen Kamerleden van D66 dat hij dat niet had gezegd. Het had hem overvallen, zei hij, dat de fractie het standpunt over de missie officieel bekend wilde gaan maken.

Dat gebeurde vrijdagmiddag 16 december. De voorlichter van de fractie belde met Haagse journalisten. Die waren in Amsterdam bij de presentatie van het boek Dit land kan zoveel beter van PvdA-leider Wouter Bos, ze waren in Hilversum waar misdaadverslaggever Peter R. de Vries de uitslag bekendmaakte van de opiniepeiling over zijn ambitie om politicus te worden. Of ze waren in Brussel voor een top van de Europese Unie met premier Balkenende, de ministers Bot en Zalm en staatssecretaris Nicolaï.

De voorlichter had nieuws, zei hij. De D66-fractie was tegen de missie naar Zuid-Afghanistan. De journalisten konden Dittrich bellen voor een interview.

Dittrich werd gevraagd of het veel uitmaakte wat D66 ervan vond. De verwachting was dat de PvdA vóór zou zijn en dan was er een meerderheid in de Tweede Kamer die de missie steunde. Dittrich reageerde geïrriteerd. “Ik kan me niet voorstellen dat het kabinet zo'n besluit neemt als wij ertegen zijn“, zei hij. “Dan is er een serieus probleem.“

Bert Bakker zou later zeggen dat hij in Elsevier eigenlijk niets anders had gezegd dan wat Dittrich eerder had bedoeld. Bakker noemde het “vrij ondenkbaar“ dat D66 het kabinet zou blijven steunen als de missie door zou gaan. Maar in de tijd dat het interview

Vervolg op pagina 38

'D66 is net een duikelaartje'

Vervolg van pagina 37

verscheen, in de tweede week van januari, was de mening van de D66-fractie opeens belangrijk geworden. Het kabinet had nog geen besluit over de missie kunnen nemen omdat de D66-ministers erover twijfelden. Er was een “voornemen' tot een missie en de Tweede-Kamerfracties van VVD en PvdA weigerden daarover te debatteren. Er moest, vonden ze, eerst een besluit zijn.

Dittrich was op de Antillen toen Bakker met een kabinetscrisis dreigde. Tweede-Kamerlid Lousewies van der Laan, vice-fractievoorzitter, zegt dat ze als plaatsvervanger van Dittrich had gewerkt aan de formulering van een nieuwe brief over de missie die het kabinet naar de Tweede Kamer zou sturen. De VVD wilde graag dat er eindelijk over gedebatteerd zou worden omdat het “procedurele gesteggel“ een rare indruk maakte op burgers. Maar dan moest de VVD in de nieuwe brief wel kunnen lezen dat er een kabinetsbesluit was.

De brief zou ook moeten gaan over de betrokkenheid van de Europese Unie bij de missie, want dat vond D66-minister Laurens Jan Brinkhorst van Economische Zaken belangrijk.

Het was gelukt met de brief, vond Lousewies van der Laan. “Ik dacht: dit kan ik straks netjes overdragen aan Boris.“ Toen verscheen het interview met Bakker. De reacties van andere politieke partijen waren heftig. Minister Kamp van Defensie (VVD) was boos. Brinkhorst ook. Hij vond dat het nu eindelijk eens over de missie zelf moest gaan. Lousewies van der Laan zei tegen haar collega's: “Nu moet Boris terugkomen.“

Lousewies van der Laan was tevreden over de aandacht die er opeens was voor D66. Ze zei: “Iedereen kijkt nu naar ons.“ Ze werd gebeld door het Amerikaanse weekblad Time, ze mocht een stuk schrijven voor de opiniepagina van de Financial Times en The Washington Post wilde een interview met Kamerleden van D66.

Dittrich zelf had ook blij kunnen zijn met de aandacht voor zijn fractie. Op de dag dat hij terugkwam van de Antillen, stond de gang van D66 in het Kamergebouw vol met journalisten. Maar Dittrich maakte niet de indruk dat hij blij was. Het woord kabinetscrisis wilde hij niet meer horen, zei hij. Het moest nu eindelijk eens over de missie zelf gaan. Veel meer zei hij niet.

Imagoschade

's Avonds was Dittrich op een D66-bijeenkomst in Utrecht. Het was de feestelijke opening van de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart. Dittrich zei opnieuw dat er niet meer over een kabinetscrisis gesproken zou moeten worden als het over de missie ging.

Het kandidaat-gemeenteraadslid uit Utrecht dat een weddenschap had willen sluiten - D66 zou de missie nooit accepteren - zegt dat hij tijdens de toespraak van Dittrich “een teleurgesteld gevoel“ had gekregen.

Al vanaf begin januari waren prominente partijleden gesprekken gaan voeren met Dittrich, Pechtold en Bakker. Minister Brinkhorst bijvoorbeeld, en ook de commissaris van de koningin in Utrecht, Boele Staal. Staal, die zelf vóór de missie was, vond net als Brinkhorst dat de Afghanistan-kwestie “gedepolitiseerd“ moest worden. Hij snapte wel dat het moeilijk was om terug te komen van “de oorlogstaal“ van de fractie. Tegen Dittrich zei hij dat het verstandig zou zijn om te zeggen: “We hebben er nog eens goed over nagedacht. We vinden de zaak te belangrijk voor de politieke speeltuin van coalitie en oppositie. We vinden dat in deze kwestie ieder Kamerlid zijn eigen mind moet opmaken.“

Een week geleden had Boele Staal Dittrich daar nog over aan de telefoon. Hij kreeg de indruk, zegt hij een dag vóór het debat over de missie, dat Dittrich het met hem eens was. Een kabinetscrisis kwam er in elk geval niet.

Als Dittrich op donderdagavond aan het woord is in de Tweede Kamer, zitten de fractievoorzitters van CDA en VVD, Maxime Verhagen en Jozias van Aartsen, met elkaar te praten en te lachen. Ze interrumperen Dittrich niet. Lousewies van der Laan, die Dittrich een dag later zal opvolgen als fractievoorzitter, leest een stapel papieren en maakt er aantekeningen in. Dittrich zegt: “Wij hebben ons naar eer en geweten over deze missie gebogen.“

In de fractiebankjes van de VVD gaat een briefje rond met de tekst: “Staan 2 talibanterroristen bij een gedode talibanterrorist. Vraagt de één: what happened? He had pech-told the other.“

Op een vraag van SP-fractievoorzitter Jan Marijnissen zegt Dittrich dat de twee D66-ministers de missie steunen. “Wat zegt het over uw politiek leiderschap“, vraagt Marijnissen, “dat u uw twee belangrijkste pionnen in de vaderlandse politiek niet heeft kunnen overtuigen?“

Dittrich begint over minister Bot en minister Kamp die volgens hem eerst ook tegen de missie waren. Marijnissen: “Was Kamp tegen de missie?“ “Althans“, zegt Dittrich, “hij had grote bezwaren. Dat hebben we allemaal in de krant kunnen lezen.“

Welke politieke consequenties zal de mening van D66 nu hebben? vraagt Marijnissen. Dittrich legt uit dat zijn fractie “inderdaad“ gedreigd heeft met een kabinetscrisis, maar dat was bedoeld om de besluitvorming over de missie te beïnvloeden. “Wij dachten dat de PvdA haar inhoudelijke bezwaren tegen de missie echt meende.“

“Wat?“, zegt Marijnissen. “Zegt u nu dat u gedreigd hebt met een crisis zonder dat u het meende? Ik vind dat een regeringspartij onwaardig.“

Op de publieke tribune wordt geklapt en gejoeld.

's Avonds laat begint een D66-lid uit Utrecht met een e-mail-actie: “Dittrich, trek ministers terug of stap op!“

Op vrijdagmiddag, een uur voordat bekend wordt dat Dittrich aftreedt als fractievoorzitter, zegt D66-wethouder Ruud Hessing uit Leiden dat zijn partij net een “duikelaartje“ is. “Je kunt er een trap tegen geven en dan komt hij toch weer naar boven. Dat gebeurde in 1998 toen het referendum onderuit werd geschoffeld. Het gebeurde ook bij de gekozen burgemeester.“ Komt D66 nu ook weer boven? Hessing: “D66 moet uit dit kabinet. Ik zie niet in hoe D66 met de strategie van de afgelopen tijd nog een rol van betekenis kan spelen. Je positie, voor zover je die al had, ben je kwijt.“

Hessing wil snel een extra partijcongres waarop de leden kunnen stemmen over de deelname aan het kabinet. En hij zegt: “Het optreden van de Tweede-Kamerfractie van de afgelopen tijd is één lange aanbeveling voor het lijsttrekkerschap van Alexander Pechtold.“

Lousewies van der Laan, die nu fractievoorzitter is en volgens partijgenoten ook graag lijsttrekker wil worden, heeft na de persconferentie van Boris Dittrich, op vrijdagmiddag, haar mobiele telefoon uitstaan. “Als u een interview wilt, kunt u contact opnemen met onze voorlichter.“