De “zwarte paus' mag aftreden

De Nederlandse pater Peter Hans Kolvenbach, de in Rome als de “zwarte paus“ bekendstaande generaal van de Jezuïetenorde, heeft van paus Benedictus XVI toestemming gekregen om over twee jaar terug te treden. Hij doet daarmee iets wat een Jezuïetenleider nooit eerder heeft gedaan: vrijwillig en in gezondheid opstappen.

Deze week schreef Kolvenbach een brief aan alle Jezuïetenprovincies in de wereld waarin hij zijn ordegenoten uitnodigde om op 5 januari 2008 in Rome zijn opvolger te komen kiezen. Kolvenbach (78) zal dan 25 jaar generaal zijn van de orde. Hij wil de loodzware baan aan een ander overlaten.

In 1995 vroeg hij al om zijn ontslag, maar de toenmalige paus Johannes Paulus II overtuigde hem door te gaan. Een generaal van de Jezuïeten is de enige persoon in de rooms-katholieke kerk die net als de paus, een functie voor het leven vervult. Dit, gecombineerd met zijn macht binnen de kerk en de kleur van zijn habijt, heeft de jezuïetengeneraal de bijnaam “zwarte paus“ opgeleverd.

Dat Kolvenbach nu een einde maakt aan de traditie van de benoeming voor het leven, wordt in het Vaticaan als “moedig“ omschreven, en als een besluit dat een precedent kan scheppen voor een paus om in bijzondere omstandigheden hetzelfde te doen.

De in Druten geboren polyglot Kolvenbach werd in 1983 tot generaal gekozen van de Jezuïeten. Dat gebeurde in een uiterst roerige periode. Zijn voorganger, de Bask Pedro Arrupe, kwam in conflict met de paus, omdat hij de bevrijdingstheologie in Zuid-Amerika steunde. Toen hij in 1981 wegens ziekte terugtrad, stelde de paus de orde twee jaar onder curatele.

De Jezuïeten kozen vervolgens de discrete en erudiete Kolvenbach om de rust te herstellen. Volgens de Amerikaanse Vaticaan-deskundige John Allen “redde Kolvenbach de Jezuïeten door een interne breuk te voorkomen“ en slaagde hij er bovendien als een kundig diplomaat in zowel de relatie met de progressieve vleugel van zijn orde als die met de paus goed te houden.

Toch maken de Jezuïeten, net als de rest van de rooms-katholieke kerk, een diepe crisis door. In 1965 waren er nog 36.000 Jezuïeten, nu nog maar 20.000. Er zijn bovendien te weinig hoog opgeleide Jezuïeten voor de specialiteit van de orde, het onderwijs.

De Jezuïetenorde is in 1534 gesticht door Ignatius van Loyola en ging voorop in de contrareformatie tegen de opkomst van de lutheranen en calvinisten. De orde gold de afgelopen eeuwen altijd als kweekvijver voor de leidende klassen in Europa en als de denktank bij uitstek van de paus.