De sterke bedreigt de gek

Dreigen met kernbommen in de strijd tegen het terrorisme: de Franse president Chirac verraste vorige maand de wereld. Frankrijk zelf keek er minder van op. “Het is een kwestie van propaganda, prestige en het stimuleren van de wapenindustrie.“

Het is vrijdag 9 september 2005, iets na half een. De Franse president Jacques Chirac verlaat het ziekenhuis Val-de-Grâce in Parijs. Zijn verblijf daar heeft een week geduurd, na het “ongelukje in de bloedvaten“, zoals de de presidentiële artsen de lichte bloeding noemen die Chirac achter één oog heeft getroffen. In het ziekenhuis is de president al geleidelijk gaan werken, zeggen zijn medewerkers, maar de periode van herstel is nog niet voorbij. Hij heeft moeten beloven zich voorlopig “redelijk' te gedragen. Zo mag hij zich een maand lang niet per vliegtuig verplaatsen. Een van de afspraken die daardoor vervalt, is een rede op de militaire basis op het Ile Longue bij Brest in Bretagne. Over de Franse nucleaire doctrine.

Ruim vier maanden later, op 19 januari 2006, houdt Chirac alsnog zijn uitgestelde rede over de “force de frappe', de Franse nucleaire afschrikkingsmacht. Hij dreigt met nucleaire vergelding tegen terroristenstaten - zo begrijpt althans de wereld de eerste toespraak van de Franse president over dit onderwerp in viereneenhalf jaar. Verschillende verwijzingen in zijn toespraak worden opgevat als een waarschuwing aan Iran, dat immers wordt verdacht van voorbereidingen tot de vervaardiging van kernwapens. Precies in deze week onderhandelen Duitse, Franse en Britse diplomaten met Iran over de stopzetting van het nucleaire programma van de islamitische republiek.

De wereld is verrast. Drie jaar geleden vierde uitgerekend Jacques Chirac triomfen als “duif' in de internationale politiek. Frankrijk bleef toen tot het einde weigeren met de Verenigde Staten een oorlog te beginnen tegen het Irak van Saddam Hoessein. Het Frankrijk van Chirac en zijn rechterhand Dominique de Villepin, toen minister van Buitenlandse Zaken, nu premier, wierp zich op als kampioen van de internationale rechtsorde.

Maar op het Ile Longue lijkt Chirac eerder een havik.

Volgens het Elysée, het presidentiële paleis, berust de metamorfose op een misverstand. Het voert het uitstel van Chiracs toespraak aan als circumstantial evidence voor de stelling dat de toespraak van de president van twee weken geleden geen reactie was op de actualiteit. Aan de rede was langer dan een jaar gewerkt en hij lag al maanden klaar, verzekeren insiders. Het moment van uitspreken was gebonden aan de locatie, niet aan het moment. Het Ile Longue is de basis van de Franse nucleaire onderzeeërs die voortdurend op patrouille zijn. Chirac moest na oktober gewoon wachten op een geschikte datum waarop hij en de vloot elkaar konden treffen in de thuishaven.

Het is niet voor het eerst dat Chiracs binnenlandse agenda op het gebied van nucleaire afschrikking internationale kritiek uitlokt. Kort nadat hij in 1995 voor zijn eerste termijn als president was aangetreden, hervatte hij de Franse kernproeven op het atol Mururoa, ver weg van huis in de Stille Oceaan. Dit werd internationaal opgevat als een teken dat in Parijs een “bulldozer' aan de macht was gekomen, die zich weinig gelegen liet liggen aan de internationale discussies over nucleaire ontwapening. Chiracs voorganger Mitterrand had de kernproeven in 1992 definitief tot het verleden verklaard. Maar Chirac wilde onderstrepen dat hij terugkeerde naar de leer van generaal De Gaulle die het kernwapen beschouwde als de sokkel van de Franse nationale veiligheid en soevereiniteit. Chirac trok zich ogenschijnlijk niets aan van de golf van internationale kritiek. Wel staakte hij de kernexplosies voortijdig, na zes van de acht voorgenomen proeven, in januari 1996.

Ongeloofwaardig

Chiracs rede past in een traditie. Toch zien veel buitenlandse analisten in Chiracs toespraak een breuk met de doorgaans matigende rol die Frankrijk de afgelopen jaren speelde in de internationale verhoudingen. Volgens Georges Le Guelte, onderzoeker aan het onafhankelijke Parijse Instituut voor Internationale en Strategische Betrekkingen (IRIS), klopt die visie. “Er gaapt nu een kloof tussen het Franse defensiebeleid en de buitenlandse politiek“, vindt hij. Le Guelte noemt het “ongelooflijk' dat Chirac zijn rede hield zonder voorafgaand overleg met Duitsland en Groot-Brittannië, terwijl Frankrijk samen met die landen overlegde met Iran. “Hoe kan Frankrijk dan geloofwaardig overkomen in zijn streven naar intensievere Europese samenwerking?“

Volgens de officiële uitleg gaat de vergelijking mank. De wereld mag denken dat Chirac duidelijk naar Iran verwees toen hij sprak over “de verleiding voor sommige staten om zichzelf van nucleaire macht te voorzien, in strijd met verdragen“, Franse diplomaten beklemtoonden prompt dat Chirac geen enkel land met name noemde. Een specifiek dreigement was niet geuit.

“Deze toespraak is niet gericht op een bepaald land en hangt niet samen met een bepaald dossier“, zei een woordvoerder van de Quai d'Orsay, het ministerie van Buitenlandse Zaken, een dag na Chiracs rede. “Dit was niet anders dan de formulering van een doctrine en de aanpassingen daarin met het oog op de internationale strategische omstandigheden.“

In de Franse media werd de officiële, “niet-actuele' lezing van Chiracs rede veelal onderschreven. Het dagblad Le Monde bijvoorbeeld constateerde dat hier en daar “een beetje snel' een verband was gelegd tussen de presidentiële waarschuwing en de crisis rondom Iran. Het moment was weliswaar niet onschuldig, meende Le Monde, “maar de ontwikkeling van het Franse militaire denken is niet aan een bepaalde gebeurtenis verbonden.“

Maar niet alle commentatoren volgden de officiële lezing. Dominique Moisi, van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen IFRI, zag “natuurlijk wel verwijzingen naar Iran“. Volgens hem wilde Chirac laten weten dat de Verenigde Staten “niet het monopolie op nucleaire afschrikking hebben“.

Die boodschap is uiteindelijk “overgekomen', zegt hij nu. Maar hij is het niet eens met de critici die menen dat een dergelijk Frans geheugensteuntje slechts contraproductief is. Hij gelooft niet dat een land als Iran er juist door wordt aangemoedigd zelf ook kernwapens te ontwikkelen. “Ik denk niet dat Iran zo'n aanmoediging nodig heeft om die wens te koesteren“, zegt Moisi. Wel betwijfelt hij of de timing uiteindelijk goed was. “Dat het verband gelegd zou worden, was te voorzien. Heel erg is dat overigens niet. De kritiek komt altijd van mensen die ertegen zijn dat Frankrijk een kernwapen heeft. De realiteit is dat Frankrijk dat wapen heeft en het niet zal opgeven.“

Ook Bruno Tertrais, onderzoeker aan de Fondation pour la Recherche Stratégique (FRS) en de afgelopen weken een van de meest geciteerde specialisten, kan zich wel voorstellen dat de timing als “curieus' wordt beoordeeld. “Maar het is nooit een goed moment“, meent hij. “En uitstellen was geen goed idee geweest. Hoe later Chirac zijn erfenis had geformuleerd, hoe meer dit in Frankrijk zelf zou worden opgevat als onderdeel van de campagne voor de presidentiële verkiezingen van 2007. Ik ben ervan overtuigd dat het Elysée zich daarvan bewust was.“

Bovendien werd het tijd dat Chirac zich weer eens uitsprak over kernwapens, vindt hij. Een Franse president heeft het daar niet al te vaak over: de laatste keer voor Chirac was op 8 juni 2001, nog voor zijn herverkiezing in 2002. Tertrais: “Een regelmatige plechtige herinnering aan het Franse nucleaire wapen is een voorwaarde voor de geloofwaardigheid van de afschrikkende werking ervan“. Hij noemde dit in Le Figaro een van de “drie goede redenen“ voor Chiracs toespraak.

De nucleaire afschrikking - Chiracs rede onderstreepte het - is en blijft een steunpilaar van het Franse defensiebeleid. In november 2004, tijdens een conferentie in Parijs met Franse strategische specialisten over de “Oorlog van de Toekomst', zei minister van Defensie Michèle Alliot-Marie: “De oorlogen van morgen zullen non-conventioneel zijn en ontstijgen aan het beeld dat wij ons traditioneel van oorlog vormen. Deze oorlogen kennen vaak geen frontlinies, heffen het onderscheid op tussen burgers en militairen en er verschijnt geen enkele tegenstander in uniform.“ En over de Franse kernbom: “De afschrikking roept af en toe discussie op, maar zij is niet de Maginot-linie van de 21ste eeuw. Zij blijft de fundamentele garantie tegen elke bedreiging van onze vitale belangen.“

Recept

De force de frappe als een historische kopie van de Maginot-linie: deze beeldspraak is vooral populair onder critici van het Franse kernwapen. De Maginot-linie is de serie verdedigingswerken die Frankrijk na de Eerste Wereldoorlog aan de grens met Duitsland bouwde om een nieuwe inval te voorkomen. In 1940 bleek het een niet effectief recept uit de vorige oorlog.

Na 1945 was Charles de Gaulle de drijvende kracht achter de ontwikkeling van een Franse kernbom. Hij achtte deze noodzakelijk om de Franse onafhankelijkheid en veiligheid te garanderen tegenover de Sovjet-Unie maar ook tegenover de Verenigde Staten. Hij meende dat de nucleaire bewapening een kwestie voor ten minste veertig jaar was. “Het is fout een exclusieve tegenstander aan te wijzen“, zei De Gaulle. “Men weet nooit vanwaar de dreiging kan komen, of de druk, de chantage (...) Amerika kan ontploffen door terrorisme of racisme, wie zal het zeggen, en een bedreiging voor de vrede worden. De Sovjet-Unie kan ontploffen, omdat het communisme instort, volkeren kunnen strijd gaan leveren.“

Ruim veertig jaar later is deze strategische veelzijdigheid volgens critici een illusie gebleken en evenals de Maginot-linie een middel uit de vorige oorlog. Bij links en rechts, en ook in een deel van het Franse landleger (dat liever helikopters heeft dan kernwapens), zijn er aanhangers van de theorie dat het kernwapen na het wegvallen van de grote machtsblokken uit de Koude Oorlog zijn nut verloren heeft.

Sinds het einde van de Koude Oorlog heeft Frankrijk “niemand meer om af te schrikken“, schreef bijvoorbeeld oud-premier Michel Rocard, nu Europarlementariër voor de Franse socialisten, deze maand in Le Monde. Volgens de rechts-liberale publicist Nicolas Baverez is de nucleaire afschrikking nutteloos als afweermiddel “tegen de mondialisering van het geweld, het massaterrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens“.

Supermacht

De voortdurende twijfel over het Franse kernwapen noopt de voorstanders, onder wie president Chirac, ertoe met enige regelmaat een rechtvaardiging te formuleren voor de jaarlijkse kosten ervan, 3,3 miljard euro. Chiracs jongste rechtvaardiging, het terrorisme, duikt volgens specialisten niet voor het eerst op in de rede van januari, maar stamt al uit 2001. Toen zei hij dat de Franse afschrikking ook was gericht tegen “regionale machten in het bezit van massavernietigingswapens“.

Volgens de strategen ging de Franse nucleaire doctrine hiermee over van de afschrikking tijdens de Koude Oorlog, van de “faible au fort' - het kleine Frankrijk tegen de beide supermachten - tot die van de “fort au fou'. Voortaan moesten kernwapens dienen om onverantwoordelijke regeringsleiders in welk land dan ook tot rede te dwingen, als zij de Franse vitale belangen bedreigen. In de praktijk betekende dit onder meer dat het aantal kernkoppen op de vier Franse nucleaire onderzeeërs weliswaar werd teruggebracht, maar wel werd gericht op de vernietiging van machtscentra.

Ook Bruno Tertrais meent dat de rede van Chirac in januari geen koerswijziging was. Het enige nieuwe was volgens hem de verwijzing naar de M51-raket, die Frankrijk voor het eerst de mogelijkheid geeft ook doelen in Oost-Azië te bereiken. Maar volgens andere waarnemers ging Chirac wel verder dan in 2001. Hij liet zich explicieter uit over de omstandigheden waarin het gebruik van kernwapens aan de orde zou kunnen zijn. Zo stelde hij ongewoon duidelijk dat ook de “strategische bevoorradingen'- lees: olie en gas - kunnen worden gerekend tot de vitale belangen. Betrokkenen in Parijs bevestigen dat dit slaat op de mogelijkheid dat Iran en andere landen, zoals Rusland, dreigen met het afsnijden van de energietoevoer. Maar Tertrais relativeert ook dit: “In 2001 zei Chirac al dat Frankrijk zijn nucleaire middelen zo zou aanwenden dat ze een geloofwaardige afschrikking vormen in alle omstandigheden en ongeacht plaats of aard van de bedreiging“.

Toch keerde ex-premier Rocard zich in Le Monde vooral tegen de “gevaarlijke vernieuwing' van de nucleaire doctrine. Hij noemde die “totaal nutteloos' in de strijd tegen het terrorisme. “De huidige leiders van de landen die het meest geteisterd worden door terroristen, Pakistan en Saoedi-Arabië, willen vrienden van het Westen zijn. Hoe gaat u hun uitleggen wat u zojuist gezegd heeft?“, vroeg Rocard aan Chirac.

De socialistische ex-minister van Defensie Paul Quilès beschuldigde Chirac ervan de afschrikkende werking van de Franse kernwapens met zijn preciseringen te hebben verzwakt. Want wat als er daadwerkelijk een terroristische aanslag komt - een dreiging die de huidige Franse ministers herhaaldelijk reëel hebben genoemd - en Parijs dus op zoek gaat naar de verantwoordelijke staat? Volgens Quilès zou de Franse nucleaire doctrine er nu toe leiden dat bijvoorbeeld de aanslag op de Twin Towers op 11 september 2001 in New York zou worden gevolgd door een atoomaanval op Kabul. Het zou een oneigenlijke en inadequate reactie zijn geweest. De Afghaanse regering was immers niet de opdrachtgever van de aanslagen.

Tertrais noemt een terroristische aanval op Frankrijk die de vitale belangen van het land aantast “een extreme hypothese'. “Een aanval zoals in Londen vorig jaar zou er zeker niet onder vallen. Het moet gaan om enkele tienduizenden doden in Parijs “, meent Tertrais, die het “absurd' acht te denken dat Frankrijk de facto de drempel voor het gebruik van kernwapens heeft verlaagd.

Propaganda

Chirac zelf onderstreept dat een paar dagen na zijn rede, bij het bezoek van de Duitse bondskanselier Angela Merkel aan Parijs. Er was volgens hem “niets veranderd aan de uitgangspunten van de Franse nucleaire doctrine“. Hij voegde er aan toe dat zijn verklaringen “geen enkele verlaging van de nucleaire drempel“, inhielden. Hij had immers gezegd: “In geen geval zal er zullen nucleaire middelen ingezet worden voor militaire doeleinden tijdens een conflict“.

Veel ophef, maar niets aan de hand dus? Georges Le Guelte van het IRIS: “Alles wat we hierover bespreken is en blijft theorie. Als een van de situaties die de strategen de revue laten passeren zich echt voordoet - het afsnijden van de energietoevoer, een non-conventioneel conflict in Oost-Azië - zal het oplossen of voorkomen van het conflict nooit afhangen van een solistische dreiging met het Franse kernwapen. We hebben te maken met een combinatie van heel veel propaganda, het hooghouden van prestige en het stimuleren van de Franse wapenindustrie.“

Buiten dat is er ook nog zoiets als een politieke erfenis. Weinigen twijfelen eraan dat Chirac met zijn rede een blauwdruk aan zijn opvolger uitreikte. Hij is de laatste van de generatie politici die zijn carrière is begonnen in het tijdperk-De Gaulle. Nog één keer heeft hij gezegd dat Frankrijk, in de geest van De Gaulle, met zijn afschrikwekkende kernwapens zijn veiligheid en autonomie kan beschermen. Maar het nalaten van de erfenis heeft ook een persoonlijke kant. Moisi: “Met deze rede bewijst de president voor de binnenlandse politiek dat hij er nog is“.

Tertrais meent dat Chiracs mogelijke opvolgers hun positie zullen moeten bepalen tegenover de nieuwe dan wel oud-nieuwe doctrine. Hij betreurt alleen dat Chirac “timide“ is geweest over de plaats van de Franse nucleaire afschrikking in de Europese samenwerking. Volgens Le Guelte heeft Chirac vooral een “binnenlandse boodschap voor Nicolas Sarkozy“ willen afgeven. Sarkozy, de minister van Binnenlandse Zaken en leider van de Chiracs Union pour un Mouvement Populaire, die graag de opvolger van Chirac wil worden, geldt als een voorstander van het doorvoeren van bezuinigingen op de defensiebegroting. En het kernwapen neemt tien procent van het defensiebudget in beslag.

Volgens de liberaal Baverez is de nucleaire erfenis van Chirac in dat opzicht een perfecte spiegel van wat hij achterlaat op andere gebieden, zo schrijft hij in het weekblad Le Point: ,,inefficiënt en kostbaar, verstijfd in een mythisch verleden en losgezongen van de wereld van de 21ste eeuw“.