De stelling van Renate Dorrestein: weg met het taboe op de menopauze

Als de fysieke gevolgen van de overgang geheim blijven, moet iedere vrouw daar op haar manier onder lijden. Dat is niet van deze tijd, zegt Renate Dorrestein tegen Elsbeth Etty.

In uw roman “Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor' geeft u een afschrikwekkend beeld van vrouwen in de menopauze. De sandwichgeneratie: hun kinderen puberen, hun ouders worden hulpbehoevend. En zelf vindt uw hoofdpersoon Heleen dat zij seksueel niet meer interessant is. Houdt u met dit schrijnende beeld het taboe op de overgang niet in stand?

“Heleen is een romanpersonage, maar wel exemplarisch voor een bepaalde levensfase. 't Gros van de vrouwen van vijftig heeft te maken met opgroeiende kinderen die zelfstandig en seksueel actief worden, terwijl ze aan de andere kant ouders hebben die steeds meer zorg behoeven. Tegelijkertijd gaan hun hormonen met hen aan de haal. Het is een periode van afscheid nemen. Je raakt je kinderen kwijt, je ouders en een deel van jezelf. Niet alleen je vruchtbaarheid, ook hoe je er altijd uitzag. Want je veroudert plotseling. Tachtig procent van de vrouwen heeft last van de fysieke verschijnselen van de overgang. Het verschilt per persoon, maar het blijft een hormonale storm.“

Er zijn toch hormoonpreparaten? Feministen hadden altijd het idee dat ze na het veroveren van beschikbare anticonceptie en de legalisering van abortus ook dit ongemak zouden overwinnen. Maar Heleen laat de hormonen haar leven overnemen. Dat hoeft toch niet?

“Over die hormoonkuren heb ik slechte dingen gehoord. Je kunt die menopauze beter gewoon uitzitten. Op een dag ligt het achter je. Ik wilde iemand beschrijven die midden in dat proces zit. Het is fascinerend dat er nooit eerder een roman over is geschreven. Dat zal veranderen omdat we nu met zo velen die fase beleven.“

Krijgen we dan niet alleen het geijkte beeld van zielenpieten met opvliegers en gebrek aan erotische uitstraling?

“Dat vind ik zo'n pathetische ontkenning van hoe het werkelijk zit. U lijkt wel Vrij Nederland-recensent Jeroen Vullings. Die schreef over mijn boek: als het nou maar over een vrouw van vijftig was gegaan die nog steeds wanhopig achter de mannen aan zit, dan was het hilarisch geweest. Mannen houden zo vreselijk van onze vrouwelijkheid, maar wat ons vrouwelijk maakt, daar willen ze niets van weten. Alle fysieke processen die horen bij het vrouwzijn vinden ze vies, die moet je dus levenslang onder het tapijt zien te schuiven.“

Maar dat doet Heleen toch óók. Ze krijgt een droge vagina, dr. v. genoemd in uw boek. Ik denk: ze heeft een dr. v. omdat ze geen zin meer heeft in seks. In plaats van daar eerlijk voor uit te komen, gaat ze op zoek naar een glijmiddel waarvoor achter in uw roman zelfs reclame wordt gemaakt. Als je geen zin in seks hebt, kun je er van afzien. Het is toch geen verplichting?

“Ja, maar in Heleens geval is er een man van wie ze houdt en voor wie ze het vervelend vindt dat ze zo'n ijskonijn is. En ze wil zich ook graag verzekeren van zijn steun en zijn liefde. Ze wil niet dat er op dat vlak bonje komt. Er is een fysiek proces dat ze niet verdoezelt, voor die dr. v. moet gewoon een oplossing komen.“

In uw roman komen we er niet achter of het aanbevolen glijmiddel soelaas biedt .

“Nee, maar het is wel hilarisch dat ik door die advertentie met mannelijke journalisten, tot die van het RTL-nieuws aan toe, over vaginale droogheid heb zitten kwekken. Dat is toch een giller! De media hebben daar nog nooit een woord aan gewijd. Dat duidt erop dat er hier nog missionair werk te verrichten is.“

Heleen durft niet zo'n middel te kopen.

“Ik weet nog dat ikzelf voor het eerst bij de drogist stond om het te bemachtigen. Dan moet je over iets heen en stuit je echt op een van de laatste taboes.“

En? Is het nou wat, dat in uw boek aanbevolen middel?“

“Het is geweldig. Ik heb de afgelopen weken honderden reacties gekregen van vrouwen die zeiden: had ik dit maar eerder geweten. Wat ze voordien allemaal niet gebruikten! Van vaseline tot roomboter.“

Waarom laat u het Heleen dan niet gebruiken, in plaats van haar bij de pakken en haar dr. v te laten neerzitten?

“Ik heb de overgang ervaren als een van de best bewaarde geheimen op aarde. Ik had geen idee wat me te wachten stond en dat geldt echt niet alleen voor mij. Voor jongere vrouwen is de menopauze nog steeds een met schaamte omkleed mysterie. En ik kan me dat ook best voorstellen: je wordt onvruchtbaar en daarmee is je marktwaarde als vrouw - volgens de oude standaard - totaal voorbij. Dus niemand wil dat aan de grote klok hangen. Dát maakt het zo beladen.“

Wat ouderwets.

“Erover zwijgen is ouderwets!“

Van vrouwen die vrijwillig onvruchtbaar zijn en zich op jonge leeftijd hebben laten steriliseren zeg je toch ook niet: die hebben geen marktwaarde meer.

“Ikzelf heb mij op mijn 23ste laten steriliseren omdat ik geen kinderen wilde en geen zin had mijn leven lang aan hormonen vast te zitten. De overgang markeerde voor mij dus niet het einde van mijn vruchtbare leven. Maar dat is het natuurlijk wel. Doordat je ophoudt met ovuleren verandert er ontzettend veel in je lichaam, ook aan je uiterlijk.“

Dat hebben mannen ook. Die krijgen een buik en worden kaal.

“Kennelijk grijpt het verlies van vruchtbaarheid dieper in. Ook al heb ik daar zelf geen last van, ik ken genoeg vrouwen die dat zo voelen. Vreemd genoeg zijn er zelfs vrouwen die het missen om te menstrueren, omdat ze het hebben ervaren als een bewijs van vrouwelijkheid.“

Houdt dit niet het taboe in stand dat vrouwen nutteloos zijn als ze niet meer vruchtbaar zijn? Het tegenargument is dat vrouwen juist actiever worden na hun veertigste. Ze verleggen hun prioriteit naar de belangen van de gemeenschap. Dat schijnt ook hormonaal te meten te zijn: mannen worden “huiselijker', “zorgzamer', vrouwen produceren meer testosteron dat hen carrièrebelust maakt. Heel anders dan uw Heleen, die knettergek wordt van de overgang. Geen werkgever die zo'n dame in dienst neemt.

“Waarom niet? De overgang is tijdelijk. Ik ben er in vier jaar doorheen gegaan. Uit ervaring weet ik dat daarna alles - inclusief je libido - weer gaat functioneren. Ik heb ook geen opvliegers meer.“

Functioneerde u toen u die wel had?

“Als ik een lezing stond te geven en het water liep langs mijn hoofd, echt drijfnat, zei ik gewoon: ik heb even een opvlieger. Dan ging er een zucht van herkenning door zo'n zaal. Ik vind dat je het taboe instandhoudt als je probeert te verbergen wat je hormonen met je doen. Dat is wat ik ook tegen hormoonpreparaten heb: je medicaliseert iets wat normaal is.“

Ik vind Heleen niet normaal. Ze vermoordt bijna iemand.

“Ze derailleert niet omdat ze in de overgang is, maar omdat ze - door een samenloop van omstandigheden - overspannen raakt.“

In de roman verbindt u dit met het overgangsverschijnsel “moodswings', ernstige stemmingswisselingen. Daarmee houdt u het idee in stand dat je van de overgang stapelgek kunt worden. Als dat waar is, kunnen we dat dan maar niet beter geheimhouden? Je komt anders na je veertigste niet meer aan het werk.

“Daar ben ik niet bang voor. Als de gevolgen van de overgang geheim blijven, moet iedere vrouw daar op haar manier weer onder lijden. Alsof we in de Middeleeuwen zitten!“

Heleen is ook niet van deze tijd, lijkt mij. Meer van de jaren vijftig. Feministische babyboomers hebben altijd over de menopauze gedacht dat die vooral een probleem van onzelfstandige vrouwen was, de generatie van onze moeders, die niets anders hadden om voor te leven dan man en kinderen. Als ze die kinderen én hun libido verloren, vielen ze in een zwart gat. Dat zou ons, onafhankelijke, werkende vrouwen niet gebeuren. Het romanpersonage Heleen is de eerste geëmancipeerde, werkende vrouw die ik ken die het wél gebeurt. Daarmee houdt u het taboe op de overgang in stand.

“Toen wij babyboomfeministen de overgang afdeden als “het lege-nestsyndroom' waar de generatie van onze moeders onder leed, hadden we een punt, maar we hadden geen oog voor de hormonale, fysieke kant van de overgang.

“Dat taboe hebben we in stand gelaten. En ik zeg: we moeten het doorbreken. Je hebt er weinig aan om te doen alsof het niet bestaat, dan wordt het alleen maar erger.“