De megawinkel komt er onherroepelijk aan

Net als in Frankrijk en Amerika zullen er ook in Nederland megawinkels komen, aldus het Ruimtelijk Planbureau in het rapport “Winkelen in megaland'. “De overheid moet het onvermijdelijke niet verbieden of negeren, maar in goede banen leiden.“

Het is niet de vraag óf “megawinkels' Nederland zullen overspoelen, maar wanneer. Nu kent Nederland, dat bekendstaat als het land van de fijnmazige detailhandel, nog maar heel weinig grote shopping malls en weidewinkels. Rotterdam heeft Alexandrium, een winkelcomplex in de buitenwijk Alexanderpolder, Den Haag heeft zijn Megastores bij station Hollands Spoor en Amsterdam heeft de Villa Arena, een grote overdekte meubelmall in Zuid-Oost. Verder zijn er nog de Maxis bij Muiden en een paar factory outlets, zoals Batavia Stad bij Lelystad.

Maar het is een kwestie van tijd of ook Nederland zal meer dan deze handvol megawinkels tellen, voorspellen de onderzoekers van het Ruimtelijk Planbureau, David Evers, Anton van Hoorn en Frank van Oort, in hun onlangs verschenen rapport Winkelen in Megaland. Wel zal het tot 2010 of langer duren voordat zich grote veranderingen voltrekken, aldus de onderzoekers. Ze gaan er in hun rapport nog vanuit dat NL.C, het plan van projectontwikkelaar Bouwfonds MAB voor een shopping mall van 150.000 vierkante meter midden in Nederland bij het verkeersknooppunt Deil, niet doorgaat. Dit blijkt een beetje voorbarig: weliswaar keurden Provinciale Staten van Gelderland NL.C afgelopen zomer af, maar voor Bouwfonds MAB is het plan voor de grootste shopping mall van Nederland nog niet van de baan (zie NL.C weer op zoek naar een plek).

Afgezien van NL.C komt er de komende vijf jaar 3 miljoen vierkante meter bij de al bestaande 28 miljoen vierkante meter winkeloppervlak, zo berekenden de onderzoekers van het Ruimtelijk Planbureau. Deze uitbreiding van meer dan 10 procent zal niet veel veranderen aan het “winkellandschap' in Nederland. De nieuwbouw zal vooral de al bestaande winkellocaties versterken, zoals de binnensteden die in Nederland nog altijd vitaal zijn. Maar na 2010, zo is de verwachting van de onderzoekers van het Ruimtelijk Planbureau, zal ook Nederland op grote schaal te maken krijgen met het verschijnsel megawinkel, dat in landen als Frankrijk en natuurlijk vooral de Verenigde Staten al wijdverbreid is.

De ontwikkeling van megawinkels is niet tegen te houden, zegt Wim Derksen, directeur van het Ruimtelijk Planbureau. “Nederland heeft lang geprobeerd megawinkels door wetten en beleid te beperken“, zegt hij. “De bestaande winkels en de binnensteden moesten worden beschermd, vond de overheid. Toch zie je het verschijnsel oprukken. Nederland heeft de reputatie van een fijnmazige detailhandel, maar zo veel kleine winkels als Italië hebben we allang niet meer. Bijna geen ander land heeft zo veel filialen van winkelketens als Etos als Nederland. In grote delen van het platteland zijn de winkels verdwenen en moet één supermarkt een wijde omgeving bedienen. En er zijn overal meubelboulevards, Rotterdam heeft Alexandrium enzovoorts.“

Maar er zijn nog altijd lang niet zo veel megawinkels in Nederland als in Frankrijk of de Verenigde Staten. Blijkbaar konden de megawinkels tot nu toe redelijk goed worden tegengehouden door wetten en beleid. Waarom is het dan toch onvermijdelijk?

“Omdat megawinkels een logisch gevolg zijn van de voorkeuren van consumenten én de detailhandel. Consumenten willen graag gemakkelijk met de auto bij winkels kunnen komen en vinden het ook fijn als ze veel verschillende dingen op één plek kunnen kopen. De detailhandel vindt veel ruimte handig voor de aan- en afvoer en is verzot op goedkope grond. Megawinkels voorzien hier allemaal in.“

Waarom probeert de overheid het onvermijdelijke tegen te houden?

“De houding om een onvermijdelijk verschijnsel te negeren of tegen te willen houden typeert de Nederlandse ruimtelijke ordening. Bij het Groene Hart gebeurt hetzelfde. Volgens rijksbeleid moet het groen blijven, maar al heel lang wordt het langzaam maar zeker volgebouwd. Toch blijven politici roepen dat het groen moet blijven. Ze sluiten de ogen voor de realiteit. Hetzelfde geldt voor de corridorvorming, de bouw van bedrijfsdozen langs snelwegen. De Tweede Kamer heeft zelfs een motie aangenomen die de bouw van dozen langs snelwegen verbiedt. Maar je ziet ze nog overal uit de grond springen, het landschap buiten de stad wordt in hoog tempo verpest. Dat komt doordat de overheid is verbrokkeld. Wat de ene gemeente toestaat, verbiedt de andere en wat in de ene provincie wel mogelijk is, kan in de andere weer niet.“

Toch hebben megawinkels ook nare kanten. Het rapport “Winkelen in Megaland' biedt zes scenario's voor de megawinkels na 2010, van “megamalls' en “weidewinkels' tot “stripmalls' en “big box boulevards'. Verrassend genoeg leiden ze allemaal tot heel weinig extra automobiliteit, maar ze gaan wel bijna allemaal ten koste van de voorzieningen in de binnensteden. Is Noord-Frankrijk met zijn dode stadjes ons voorland?

“Ook het Ruimtelijk Planbureau staat niet te juichen bij de megawinkels. Sommige commentatoren hebben het rapport al beschouwd als een pleidooi voor megawinkels. Maar dat is het niet. Het signaleert slechts een ontwikkeling die niet te stoppen is en die ook niet positief hoeft uit te vallen. Behalve dat megawinkels de binnensteden aantasten, zien ze er vaak nog verschrikkelijk uit ook.

“Dit zijn juist allemaal extra redenen voor de overheid om zich met het verschijnsel van de megawinkels bezig te houden. De overheid moet het onvermijdelijke niet verbieden of negeren, maar het in goede banen leiden. Het rapport “Winkelen in Megaland' is ook een oproep aan de overheid om zich wél met megawinkels te bemoeien.“

Is de overheid daartoe wel in staat? De Nota Ruimte, de nieuwste nota ruimtelijke ordening die vorig jaar is aangenomen, delegeert juist ruimtelijkeordeningstaken naar de gemeenten en de provincies. Dat heeft geleid tot nog meer verbrokkeling, die er al voor heeft gezorgd dat er overal dozen uit de grond springen.

“De overheid heeft nog altijd middelen om dat wel te doen. Cruciaal zijn nog steeds de bestemmingsplannen. Gemeenten kunnen de wijziging van het bestemmingsplan die nodig is voor de bouw van megawinkels verbinden aan bepaalde voorwaarden. Ze kunnen bijvoorbeeld eisen dat de megawinkels geen “funshoppen' omvatten, zodat de binnensteden die het daarvan moeten hebben, niet worden aangetast. Of ze kunnen eisen dat er een goede architect wordt ingeschakeld.“

Goed, de overheid is dus niet machteloos bij het bouwen van megawinkels. Maar wíl de overheid zich er nog wel mee bemoeien in deze tijd van liberalisering van van alles en nog wat?

“Op zichzelf is het goed dat de ruimtelijke ordening nu bij gemeenten ligt en dat het idee dat je Nederland vanuit Den Haag kunt plannen, is verlaten. Maar er is nu wel een heel grote weerstand gegroeid tegen alles wat maar een beetje naar planning riekt. Planning in de ruimtelijke ordening wordt geassocieerd met sociaal-democratie en daar zijn verschillende leden van het huidige kabinet allergisch voor.

“Maar de rijksoverheid kan wel meer doen dan nu. De Nota Ruimte laat het bij het delegeren van de ruimtelijkeordeningstaken, en bevat geen aanwijzingen voor hoe de ruimtelijke ordening verder moet. Een visie over hoe Nederland zich moet ontwikkelen, ontbreekt. Terwijl de rijksoverheid juist zou moeten inspireren.

“Het ministerie van VROM beschikt ook over heel veel kennis, die ter beschikking zou kunnen worden gesteld van gemeenten. VROM zou ook een voorbeeld-megawinkel kunnen ontwikkelen die laat zien hoe een megawinkel eruit zou kunnen zien.“

Wat bedoelt u met nieuwe stedelijkheid?

“Voor mij is nieuwe stedelijkheid niet veel anders dan wat je in de oude binnensteden aantreft. Fijnmazigheid en beslotenheid zijn belangrijke kenmerken van oude en nieuwe stedelijkheid. Die zie je in redelijke mate in het outletcenter Batavia Stad, al sta je daar wel in de negorij als je de poort weer uitgaat. Misschien is het nieuwe winkelcentrum van Nootdorp, ontworpen door Sjoerd Soeters, een beter voorbeeld. Dat heeft besloten straten en pleintjes en wordt niet omgeven door een parkeervlakte. De overheid zou dit soort stedelijke megawinkels moeten bevorderen.

“Je kunt ruimte maar één keer gebruiken, dus moet je het in één keer goed doen. Verkeerde sociale wetten kunnen later worden hersteld. Maar als de ruimte weg is, komt die nooit meer terug.“

David Evers, Anton van Hoorn en Frank van Oort: Winkelen in megaland. Uitg. NAi Uitgevers/Ruimtelijk Planbureau, 327 blz., euro 27,50.