De kus der kennis

In het eerste deel van de nieuwe serie Franse cinema op dvd deze maand Partie de campagne van Jean Renoir. Een film over een noodlottige kus.

Toneel is nauw verwant aan de filmkunst, ze bedienen zich van dezelfde middelen. Maar bekijk Partie de campagne (1936), klassiek want een van de eerste moderne films in de Europese geschiedenis. De overeenkomsten met het toneel blijken oppervlakkig, de verschillen groot.

Toneel en film zijn buren. Ze wonen in dezelfde straat, zijn bekend met dezelfde types, raken mogelijk bevriend. Meer wordt het nooit, want ze zijn uit op iets anders. Toneel is taal, een bloedverwant van de dichtkunst.

En film? Film is naaste familie van de schilderkunst, vermoedde de cineast Jean Renoir (1894-1979). Althans, zoiets kun je opmaken uit zijn Partie de campagne. Daarin stelde hij filmbeeld en schilderij expliciet gelijk aan elkaar.

Hij doet dat onverwacht, als bij ingeving. 'Kom, laten we van het uitzicht genieten', watertandt een dorpse Casanova. Hij stoot de luiken open. In het donker van het binnenhuis wordt een rechthoek van licht uitgesneden die net zo goed een schilderij kan zijn als een filmprojectie. Binnen de rechthoek siddert emotie zonder dat er sprake is van een anekdote. Een beschrijving zal altijd tekortschieten, dit is een poging: twee vrouwen zwieren op schommels - de ene zit, de andere staat. Het is een gefladder van strikken en stroken en ruches, tegen een achtergrond van een wolk zonverzadigde boomblaadjes.

Er beweegt van alles en toch voelt dit beeld als een schilderij. Het beeld wordt gecontroleerd door een strak, statisch kader en toch voelt het als film. Het roept iets enorms op, ogenblikkelijk, in één klap. Iets dat zich onttrekt aan woorden, iets dat alleen vagelijk kan worden aangeduid, met het risico van banaliteit: Dit, beste vrienden, dit is geluk en dat gaat stuk - zoiets.

De cineast Jean Renoir was de aangewezen persoon om de verwantschap van film en schilderkunst aan te tonen. Zijn vader was de impressionistische schilder Pierre Auguste Renoir. Jean zocht voor zijn stijl inspiratie bij het werk van Pierre Auguste, vooral wat natuur betekent voor een stemming - regenvlagen die putjes in het slootwater slaan, het wilde waaien van het riet, het stille blinken van een boomkruin in de zon.

Roze wangen

De zoon kende de schilderkunst en koos voor de filmkunst - zoiets laat mij niet los.

Ik wik en ik weeg. Ik zie wat zoon Renoir aanwijst, de overeenkomst is treffend. En toch vind ik de lichte rechthoek meer cinema dan schilderkunst. Misschien komt het omdat ik de pest heb aan het werk van vader Renoir. Zoete gevallen met roze wangen. Moederschap en baadsters.

Knap en meeslepend, maar loos.

Des te liever is me de filmende zoon. Zoet is de korst van zijn werk, maar prik erin en het wrange komt vrij, ook in de schommelscène. Want Jean Renoir beschouwt het leven als een oefening in vergeefsheid, wat weer niet betekent dat hij daarin berust. Hij heeft een gretig oog voor het ware en voor het mooie, en dat zoekt hij in het tastbare, het gewone. Net als zijn vader, dat geef ik toe.

Maar we mogen niet de zin vergeten waarmee hij het beeld met de schommelende vrouwen liet inleiden: 'Kom, laten we van het uitzicht genieten.'

Juist: film is dat wat uitzicht biedt en genot schenkt. Dank u, Jean Renoir, voor deze definitie.

De jongste vrouw, ze is net geen meisje meer, staat op haar schommel en wij staan tegenover haar. De camera pakte ons bij ons nekvel en houdt ons omhoog. De vrouw komt en gaat. We zien naar haar op, zij kijkt over ons heen. Achter haar gezicht zien we het lover en de hemel komen en wijken (en komen en wijken en komen en wijken...). Ze vliegt, ze zweeft, ze verliest haar hoed. Een glimlach opent haar smalle lippen, ze komt los van de wereld, het gevoel van vrijheid dat haar bevangt, bedwelmt ons ook.

Er lijkt geen einde te komen aan deze scène en we wensen dat het inderdaad altijd zo door mag gaan. Voor haar.

Tevergeefs. Het stopt.

Stormbroei

Henriette, zo heet ze, wipt van de schommel af, terug de wereld in. Zonovergoten, maar vol stormbroei. Het is de wereld van Parijzenaars die een dagje platteland doen, met Henriettes vader de zakenman, haar moeder de kindvrouw, haar grootmoeder die niet meetelt want ze is een oude vrouw. En met haar verloofde Anatole. Anatole is een idioot, al suggereert Renoir met een enkel detail dat hij zich uit berekening suffer voordoet dan hij is. Maar waarom is dit grote zeurkind de verloofde van de sensitieve Henriette? Omdat hij de opvolger van haar vader is, daarom. Hij is vooral in de weer met die vader en Henriette negeert hem. Meer doet ze niet. Groter verzet heeft geen zin in een leven dat net is als het weer: daar leg je je bij neer.

Maar blind ben je niet. En dus merkt Henriette op hoe haar levenslustige moeder vergeefs probeert haar vader mee te krijgen voor een stoeipartijtje in de bosjes. Moeder maakt haar japon los, wat Renoir gelegenheid geeft om de weelde van haar schouders te tonen - symbool voor haar gerechtvaardigde lust.

De zon brandt, lichtvlekken dartelen over het gras. Vader verkiest zijn dutje. Moeder slaat terug met hysterie, haar gezicht pafferig, haar ronde schoonheid op slag verlept.

Henriette weet dat haar eenzelfde leegte wacht. Maar het zal erger zijn, want het leven haalt een streek met haar uit.

Ondanks een waarschuwing heeft Henriette een kers geplukt en opgegeten. Was hij zuur, was hij zoet? Renoir regisseerde de mimiek van zijn actrice zo dat je wacht op haar reactie en toch kom je er niet achter. Wel neem je waar dat Henriette iets onverwachts ervoer. Ze zocht een kick en vond hem, om het anachronistisch uit te drukken.

De kers is de voorbode van een volgende verboden vrucht. Nee, het ligt ingewikkelder; het gaat om een af te raden vrucht.

De vrucht in kwestie is een jonge man. Hij heet Henri. Hij lijkt een dromende beer. Vraagtekens rimpelen over zijn voorhoofd. Zijn donkere dierenogen, waar Renoir keer op keer op inzet met een tastende camera, verlangen naar iets onbereikbaars. Door een vriend wordt Henri meegesleept op een rondje flirten met de twee Parijse vrouwen. Terwijl de vriend zich ontfermt over de willige moeder, nodigt de beer Henriette uit voor een tocht in een roeiboot. Ze leggen aan op een eilandje.

Opduikend tussen het gebladerte waar de zon lovertjes in heeft gehangen, zijn ze in harmonie met de natuur, met elkaar, met zichzelf. Ze zijn allebei verlegen, er wordt wat gestribbeld en dan komt het tot een omhelzing.

Eén kus, door Renoir verlengd met een schilderkunstig soft-focus-beeld van elkaar beminnende lippen. Dat was het.

Henriettes hoofd zakt opzij, in de hand van de beer. De camera vangt haar oog, licht valt in haar traan. Dit was de kus der kennis. Henriette weet nu wat liefde is, hoe hartstocht smaakt en hoe tederheid voelt. Ze weet wat ze de rest van haar leven zal missen.

Renoir is wreed. Hij toont hoe het stel elkaar op dezelfde plek opnieuw ontmoet, jaren later. De beer bekent dat zijn mooiste herinnering hier ligt. Henriette brengt uit dat ze elke avond hun kus gedenkt.

Haar man roept haar. Anatole, de listige idioot, ja die. Over haar gezicht glijdt een trek van ontroostbaar verdriet. Ze is braaf, ze gaat.

Zij roeit, hij leunt achterover. De beer kijkt ze na, zijn nek gebogen. Wij kijken mee, smart vervult ons.

Het water stroomt achter ze aan en neemt alles mee.

Volgende maand: On connaît la chanson van Alain Resnais

Abonnees kunnen deze film bestellen à € 18,75, of de volledige reeks à € 16,75 per film (12 delen). Zie de advertentie op pagina 71 en de advertentie die regelmatig in de krant verschijnt, www.nrc.nl/dvd of bel met 010-406 6928