De kamerprijs speelt geen rol

Nederland kent slechts enkele hotels van het allerhoogste kaliber. De lokale markt is te klein en de internationale standing van Nederlandse steden te laag. “Den Haag is geen Londen of Parijs.“

Waar gaan we dit weekeinde naar toe, schat? De presidential suite in het Haagse Hotel Des Indes, de royal suite van het Amstel Hotel in Amsterdam of toch maar de penthouse suite in Hotel De L'Europe, ook in Amsterdam. Een chic hotel “in de provincie' kan ook: Kasteel St. Gerlach bijvoorbeeld in Valkenburg, Limburg of Hotel Lauswolt in Beetsterzwaag, Friesland.

Wie het breed heeft kan het breed laten hangen: er is een select aantal tophotels in Nederland dat voorziet in de behoeftes van mensen in goeden doen. “De prijs van de kamer speelt bij onze gasten meestal geen rol“, zegt Jan-Paul Kroese, director of sales van het Amstel Hotel, “mensen komen bij ons voor de luxe.“ Kamerprijzen beginnen in het Amstel bij 575 euro voor twee personen en lopen op tot 3.250 euro voor de duurste suite. Des Indes is goedkoper: beginnend op 325 euro per kamer tot 1.500 euro voor de presidentiële suite. 80 procent van de gasten bij Des Indes is buitenlands, vooral Britten en Amerikanen. “Maar bekende Nederlanders of topmensen uit het Nederlandse bedrijfsleven boeken de suite ook“, zegt Catharina Holties, account manager bij Des Indes, die een rondleiding geeft door de luxe vertrekken aan het Lange Voorhout.

De lokale markt is lastig voor het segment luxe hotels in Nederland. Niemand hoeft immers hier te lande om de afstand buitenshuis te overnachten: elke uithoek is maximaal binnen een uurtje of vier, vijf te bereiken. Bovendien is de rijke Nederlander in het openbaar geen grote, ostentatieve besteder. Het Amstel (79 kamers), Des Indes (92 kamers) en andere chique hotels zijn dan ook tamelijk klein vergeleken met hotels in andere hoofdsteden, en ze moeten het voornamelijk hebben van buitenlandse klandizie.

De vraag is zelfs of Nederland wel echt grote luxe hotels kent, van het kaliber Ritz in Parijs, The Dorchester in Londen of het Waldorf Astoria in New York. De Britse Intercontinental Group, nu nog eigenaar van het Amstel Hotel (zie “Veel verschuivingen internationale hotelwereld') komt volgens de eigen classificatie met haar hotels niet hoger dan upper upscale. Het hoogste segment luxury wordt niet gehaald, dus ook niet door het Amstel Hotel. Horwath Consulting, een adviesbedrijf op het gebied van hotels en toerisme, komt tot een totaal aantal van 31 vijfsterrenhotels in Nederland. “Maar dat was vóór de nieuwe hotelclassificatie die twee jaar geleden inging“, zegt Marco van Bruggen van Horwath.

“Er is al jaren een discussie gaande in Nederland wat nu eigenlijk een vijfsterrenhotel is. Door het nieuwe, strengere puntensysteem zal menig hotel “degraderen' naar een lager niveau“, verwacht Van Bruggen. Hij heeft er nog geen zicht op hoeveel dat zijn. “Punt is dat hoteliers zichzelf bij de Nederlandse Hotelclassificatie, die ressorteert onder het bedrijfschap Horeca en Catering, moeten aanmelden, hun punten moeten tellen en moeten aangeven hoeveel sterren ze willen. Inspecteurs van het bedrijfschap komen daarna de opgave controleren. Dat proces is nog steeds gaande.“

Als internationale normen zouden worden toegepast in Nederland, zou menig hotel de vijf sterren die het zichzelf toedicht niet halen, denkt Van Bruggen. Enkele Nederlandse hotels hebben uit eigener beweging een stapje teruggezet en nemen genoegen met vier sterren.

De “Five Star Alliance', een website gespecialiseerd in dure hotels overal ter wereld, komt maar tot vijf vijfsterrenhotels in Nederland: Amstel, Chateau St. Gerlach, The Dylan, College Hotel en Hotel De l'Europe. In het geval van het College Hotel is dat opmerkelijk: het betreft hier een trainingshotel van het ROC Amsterdam. Weliswaar streeft het management (het hotel is onderdeel van de Amerikaanse keten The Stein Group) er naar het allerhoogste, maar het blijft wel een “leerhotel'. The Dylan is wel een tophotel, gevestigd in een eeuwenoude pand aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het is een modern “design'-hotel met veel feng shui-accenten. In The Dylan (tot vorig jaar ook deel van The Stein Group) is vorm belangrijker dan comfort of handigheid. De tarieven beginnen op 260 euro en lopen op tot 1.590 euro per nacht. Voor sommige kamers moet de gast een klimtocht over hebben langs een wirwar van trappetjes.

Chateau St. Gerlach is een van de parels (vier hotels, zeven restaurants) aan de kroon van de Limburgse hotelier Camille Oostwegel. Als een van de weinigen in de branche is Oostwegel onafhankelijk gebleven. Oostwegel is gespecialiseerd in het opkopen van Limburgs erfgoed, zoals Chateau Neercanne en Chateau St. Gerlach, die hij heeft omgevormd tot luxe verblijven. Het Kruisherenhotel in Maastricht, gevestigd in een voormalig klooster, is zijn laatste kunststukje, dat in de hotelclassificatie vijf sterren krijgt.

Sterrenindelingen zijn tamelijk arbitrair. Le Méridien (sinds kort in Amerikaanse handen) waartoe Des Indes behoort, rekent zijn eigen hotels tot de hoogste categorie “luxury and upscale hotels'. Volgens de Nederlandse classificatie is Des Indes een vijfsterrenhotel. “We hebben heel wat te bieden“, zegt directeur Claudia Pronk. In de lounge van het hotel, met veel marmer, kroonluchters, pluche en warmkleurige tapijten nipt de directeur aan haar bronwater met bubbels; het glas staat op een viltje met de poëtische tekst “Culture is properly described as the love of perfection'. “Maar we moeten wel realistisch blijven“, vervolgt Pronk, “Den Haag is geen Parijs of Londen.“ De allure en omzet van hotels in “echte' wereldsteden is voor Nederland niet haalbaar, vindt Pronk.

Drie jaar geleden kwam ze over uit Parijs, waar ze werkte als deputy general manager van Le Méridien Montparnasse in Parijs, een hotel met bijna 1.000 kamers. Des Indes, dat in september vorig jaar na een grote verbouwing heropende, moet in de optiek van Pronk een “chique huiskamer“ zijn. “Mensen moet zich hier thuisvoelen, we hoeven niet per se een Michelin-ster voor ons restaurant. We willen reuring, levendigheid, ook voor gasten uit Den Haag die alleen voor hun high tea komen of een diner.“

“Hollandse grandeur', daar gaat het om in het Amstel Hotel, zegt Kroese. Hij ziet service in de “Grande Dame' van de Amsterdamse hotelwereld als een van de belangrijkste handelskenmerken. Voor de 79 kamers staan 195 personeelsleden klaar, een hoge ratio voor een hotel. Het Amstel had vorig jaar een bezettingsgraad van 72 procent, net boven het Nederlandse gemiddelde. Ook de suites verkopen goed, “een weekje Royal Suite is hier niet ongebruikelijk“.

Kroese spreekt over een nieuwe trend in de markt waar het Amstel van profiteert: trading up: reizigers besparen aanzienlijk in hun budget, vooral door het nemen van goedkope vluchten, en geven het vervolgens uit aan luxe zaken zoals een goed hotel. “We zien een toename van gasten uit Zuid-Europa, die hiernaartoe komen met een goedkope vlucht van een prijsvechter. Een lekker bed is kennelijk belangrijker dan een goede vliegtuigstoel.“

De hotelbranche had het moeilijk de afgelopen jaren. Door internationale politieke en economische crises (Irak, hoge olieprijs, sars) zakten in 2003 en 2004 de boekingen en daalden de opbrengsten fors. Ook de vijfsterrenbranche in Nederland ontkwam niet aan de algehele malaise. Volgens berekeningen van Horwath Consulting daalde de gemiddelde kamerprijs vorig jaar van 145 euro naar 143 euro. De bezettingsgraad steeg wel: van 69,3 procent naar 71,2 procent, waardoor de yield (omzet per beschikbare kamer) ook toenam, van 100 euro tot 102 euro.

“Het feit dat de prijzen in de vijfsterrenhotels in 2005 verder gedaald zijn, terwijl deze in de drie- en viersterrenhotels iets zijn gestegen, geeft aan dat de vijfsterrenhotels conjunctuurgevoeliger zijn. Hoewel de economie weer aantrekt, blijven veel bedrijven zuinig, met name op “luxe' bestedingen als vijfsterrenhotels“, zegt Marco van Bruggen. “Om de concurrentie met goedkopere hotels te kunnen blijven volhouden, hebben veel vijfsterrenhotels de prijzen verlaagd.“ Voor 2006 verwacht Van Bruggen herstel, met een lichte stijging van de bezettingsgraad en oplopende gemiddelde kamerprijzen van vijfsterrenhotels tot 148 euro. “De resultaten liggen nog steeds ver onder het niveau van 2002, toen de bezetting 72,6 procent was en de gemiddelde kamerprijs 174 euro.“

Na moeilijke jaren verwachten de hoteliers ook zelf dat de betere tijd nu is aangebroken. Des Indes wil “,het topje van de markt“ bedienen, zegt directeur Pronk, “tegen een goede prijs. Voor het Amstel Hotel blijft het adagium onveranderd. Jan-Paul Kroese: “Wij hebben maar één criterium: bij ons kom je om verwend te worden. De rekening komt later wel.“