Dagboek van een cultuurconsument

Op het juiste moment naar de juiste film gaan is een kunst die Ellen de Bruin nog niet helemaal blijkt te beheersen

Eigenlijk had ik me voorgenomen om me dit jaar nu eens niet druk te maken om alles wat ik zou moeten zien en doen, op cultuurgebied, en gewoon te doen waar ik zin in had. Geen goede voornemens maken waar toch niks van komt, gewoon genieten. Dus keek ik op www.kunsthal.nl voor de openingstijden van de Charlie Chaplin-tentoonstelling in Rotterdam. Die was net een paar dagen geleden gesloten.

Hm. Te laat.

Over een eventuele vete tussen Amsterdam en Rotterdam hoor je weinig meer de laatste tijd, maar Rotterdam is tegen mij; dat is wel duidelijk. Vanaf het moment dat de telefonische kassa voor het filmfestival openging, om nog maar iets te noemen, heb ik drie dagen bijna non-stop zitten, lopen en liggen bellen. Op de vierde dag - mijn hele Rotterdamse vriendenclub had de kaartjes toen allang binnen - waren de films die ik wilde zien uitverkocht.

Weer te laat.

Niet erg, zou je denken, maar het betekent wel dat ik de rest van het jaar definitief achterloop, want het idee is nu juist dat je in Rotterdam allerlei nieuws en onbekends gaat zien én alle films die later in het jaar echt móéten, zodat je tegen die tijd met superieure nonchalance kunt zeggen dat je die “in januari al' hebt gezien, tijdens “het festival'.

Gelukkig was ik de week ervoor in Londen al naar de openingsfilm van het Rotterdamse festival, Brokeback Mountain, geweest. Die komt hier pas over anderhalve week in de bioscoop, maar iedereen praat al weken over deze homocowboyfilm, omdat ze in grote, achtergebleven delen van cowboyland Amerika iets tegen homo's hebben - wat ze, bleek deze week, misschien tijdens de Oscaruitreiking eindelijk gaan overwinnen. De twee homocowboys zijn allebei Oscargenomineerd en ik heb ze lekker al gezien.

Maar je kunt ook te vroeg naar een film gaan. In Londen zag ik ook Breakfast on Pluto, de nieuwe film van Neil Jordan (van The Crying Game), die hier pas in mei gaat draaien, zodat ik er voorlopig met niemand over kan praten. Patrick “Kitten' Braden is een opgewekte Ierse jongen die op de verkeerde oudere mannen valt en graag vrouwenkleren en make-up draagt. Dat vindt bijna iedereen raar, in de film, maar het mooie is dat Kitten (gespeeld door de prachtige Cillian Murphy, Pieter uit Girl with a Pearl Earring) er geen enkel punt van maakt. Hij is met andere dingen bezig - hij zoekt zijn verdwenen moeder, hij zoekt liefde, hij zoekt een prettig plekje in de wereld. De dingen waar het écht om gaat. Breakfast on Pluto is totaal ontroerend, maar wie begrijpt dat al, in Nederland?

En dan Brokeback Mountain, die hier over anderhalve week gaat draaien. Ik zit enorm uit te stellen om daar iets anders over te zeggen dan dat ik hem al gezien heb, waarschijnlijk omdat ik na drie weken nog steeds niet wist wat ik nou van die film vind. Hij heeft iets moois, zoals onmogelijke liefdes altijd wel iets moois hebben, of er nou ouders met een langlopende vete in het spel zijn, of dat er iemand verliefd wordt op een groep grizzlyberen, zoals berenman Timothy Treadwell in Grizzly Man.

In Brokeback Mountain worden twee cowboyjongens verliefd op elkaar terwijl dat niet “kan'. Op zich lekker onmogelijk, maar de film duurt net zo irritant eindeloos als Match Point, waarin Woody Allen vele op zich prijzenswaardige maar toch vooral wanhopige pogingen onderneemt om het verhaal van zijn film tot een einde te brengen. Films die meer dan twee uur duren zijn jammer genoeg weer helemaal in de mode, maar bij Breakfast on Pluto had tenminste niemand er last van. Match Point daarentegen heeft het ene nep-einde na het andere en Brokeback Mountain begint wel liefdevol en aandoenlijk, maar houdt ook maar niet op.

Pas toen de Oscarnominaties bekend werden, begreep ik wat er vervelend is aan de cowboyfilm. Uit de nominaties bleek ineens dat de stugge, stoere cowboy Ennis (Heath Ledger) de hoofdrol in de film heeft en de open olijke cowboy Jack (Jake Gyllenhaal) de bijrol - althans, dat vonden ze bij de Academy. Terwijl Jack degene is die weet wat-ie wil. En het is altijd heerlijk om te kijken naar iemand die weet wat-ie wil, of hij het nu krijgt of niet, maar iemand die dat niet weet is niet om aan te zien, zeker niet als dat langer dan twee uur duurt. Daar had ik niet voor naar Londen gehoeven.

En voor Breakfast on Pluto dus ook niet - die had ik beter in mei kunnen gaan zien, bijvoorbeeld met de filmvriend die me zo liefdevol op Match Point trakteerde maar dat zelf achteraf ook zonde van zijn tijd vond. Wat ik niet allemaal al gedaan had kunnen hebben! In elk geval had ik kunnen beginnen in het bovenste boek van de weer snel aangegroeide stapel naast mijn bed, De aap in ons van Frans de Waal. Mensen lijken meer op apen dan we denken. Zouden apen ook cultuurstress kennen?