Belle van Zuylen-toren bewijs van grootheidswaanzin 1

Een projectontwikkelaar heeft een ontwerp gemaakt voor het hoogste gebouw van ons land: de Belle van Zuylen-toren in Leidsche Rijn nabij Utrecht. De bedenkers doen ons geloven dat dit gebouw zou moeten concurreren met andere hoge gebouwen als de Kop van Zuid in Rotterdam (NRC Handelsblad, 25 januari). De bedenkers gaan er - in hun onvoorstelbare arrogantie - kennelijk vanuit dat dit architectonische wangedrocht een toegevoegde waarde voor de stad zal hebben en dat hoog per definitie goed betekent. Kennelijk vergeten zij de kosten van dit soort bewijzen van grootheidswaanzin; deze zijn nooit beheersbaar zoals de andere grootschalige projecten als de Stopera, Betuwelijn en HSL de belastingbetaler leert.

Bovendien vergeten de bedenkers de zeer relevante vraag of de bewoners van Leidsche Rijn wel zitten te wachten op zo een megalomaan gebouw. Als we ook nog bedenken dat de Nederlandse bodem slap en drassig is en dus volkomen ongeschikt voor dit soort massieve gebouwen dan slaat de schrik me om het hart. Het zal er wel weer op uit draaien dat de gemeenteraad alles goed vindt en dat de belastingbetaler het merendeel van de kosten mag financieren. Kosteneffectief denken is bij de meerderheid van architecten en gemeenteraad kennelijk een volkomen onbekend begrip.