Bedrijf heeft het moeilijk in Afghanistan

Niet alleen politici, maar ook veel bedrijven vinden het riskant in Afghanistan. Vorig jaar investeerde slechts één Nederlands bedrijf in dit land.

Enigszins ironisch was het wel, wat zich gisteren afspeelde in het hoofdkantoor van VNO-NCW in Den Haag. De werkgeversvereniging probeerde Nederlandse ondernemers warm te maken voor zakendoen in Afghanistan, door ze een generaal van de landmacht voor te schotelen die uitgebreid in ging op de militaire activiteiten in het politiek instabiele land.

Terwijl de ministerraad zich op een steenworp afstand, in de Trêveszaal, boog over het besluit van de Kamer om 1.200 militairen naar de Afghaanse provincie Uruzgan te sturen, maakten zo'n honderd Nederlandse ondernemers kennis met een vijftiental Afghaanse collega's. De Afghaanse zakenlieden deden Den Haag aan tijdens een rondreis langs vier Europese landen. Na Londen, waar een internationale donorconferentie eerder deze week 10,5 miljard euro voor hun land opleverde, zijn zij in Nederland op doorreis naar Duitsland en Italië. Doel is het vinden van buitenlandse handelspartners om de door oorlogen en stammentwisten verwoestte private sector in Afghanistan weer op de been te helpen.

Dat de bijeenkomst uitgerekend gisteren plaatsvond, is toeval: zij was al gepland in november, toen het debat over de militaire missie nog gevoerd moest worden. Maar de uitkomst van die discussie maakte een optimistisch praatje door luitenant-generaal Hans Sonneveld, plaatsvervanger van Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn, wel opportuun.

Diverse lichtpunten in het Afghaanse handelsklimaat werden aangestipt. Vorig jaar heeft minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) 51 miljoen euro gereserveerd voor subsidie aan Nederlandse ondernemers in Afghanistan. Vorig jaar is ook een Nederlands-Afghaanse Kamer van Koophandel opgericht. De samenwerking begint vruchten af te werpen, getuige de toenemende aandacht voor Afghanistan als exportbestemming (zie kader). Vooral machines en transportmiddelen, nodig bij de wederopbouw van het land, worden geëxporteerd.

Ook aan Afghaanse kant wordt de handel gestimuleerd. Sinds tweeënhalf jaar is er een overheidsinstantie die potentiële zakenpartners “matcht'. Volgens de Wereldbank duurt het in Afghanistan een dag om een bedrijfslicentie te bemachtigen en zeven dagen om daadwerkelijk een onderneming te openen - ongekend kort vergeleken met de procedures in de omringende landen.

Desondanks staat de handel nog in de kinderschoenen. In een jaar tijd heeft welgeteld één Nederlands bedrijf de nieuwe investeringssubsidie ontvangen, met een waarde van een half miljoen euro. De Nederlands-Afghaanse Kamer van Koophandel bestaat vooralsnog alleen op papier. En een voor dit voorjaar geplande handelsmissie naar Afghanistan gaat niet door vanwege gebrek aan belangstelling.

Oorzaak zijn de praktische barrières waar bedrijven op stuiten. Kredietverzekeraar Atradius, die namens de Nederlandse staat langlopende buitenlandse investeringen verzekert, weigert vanwege veiligheidsrisico's bestedingen in Afghanistan te dekken - als één van in totaal slechts zes landen wereldwijd. Bovendien geldt voor Afghanistan een negatief reisadvies. Dat mag opmerkelijk worden genoemd, aangezien de Nederlandse overheid zijn ondernemers juist stimuleert naar Afghanistan te gaan. Martin de la Bey, Nederlands ambassadeur in Afghanistan en gisteren aanwezig, haastte zich bij de opening van de bijeenkomst te zeggen dat “binnenkort“ alleen nog toeristische reizen zullen worden ontraden. Zakelijke reizen, mits in groepsverband, blijken toevalligerwijze niet langer onverantwoord.

Directeur Aad van Rijn van Tradepoint in Hellevoetsluis, importeur van palmolie in de voormalige Sovjet-Unie, ondervindt problemen bij het zakendoen. Het bedrijf, tevens agent van Philips Lighting in Afghanistan, slaagt er niet in een distributiecentrum in Kaboel verzekerd te krijgen. Dat is nodig voor het transportwerk dat het bedrijf van de grond wil tillen. “Onze vrachtwagens zijn nu verzekerd in de Verenigde Staten.“

Assankhan Akbar leidt de Kabulbank, de eerste particuliere bank in Afghanistan die volledig in Afghaanse handen is. Hoewel zijn bank buitenlandse investeerders bijstaat, zoekt Akbar nog naar de eerste Nederlandse cliënt. Zelf is hij Indiaas. “Ik ben ingehuurd. Afghanen hebben geen ervaring met bankieren.“