Astmatische vrouwen hebben weinig baat bij inhalatiesteroïden

Bij vrouwen met astma hebben inhalatiecorticosteroïden op de langere duur duidelijk minder effect dan bij mannen, zo blijkt uit een onderzoek van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Veel astmapatiënten gebruiken deze ontstekingsremmende middelen, die worden ingeademd. Ze zijn nu zo'n 25 jaar op de markt. In het Groningse onderzoek is de aftakeling van de longfunctie bij 122 patiënten met ernstige astma over gemiddeld 23 jaar bekeken. Het is de eerste keer dat het effect van inhalatiecorticosteroïden op de ontstekingsverschijnselen bij astmapatiënten op zo'n lange termijn is onderzocht. De patiënten waren allemaal al in de jaren 1963-1975, vóór de invoering van inhalatiesteroïden, onder behandeling in het revalidatiecentrum Beatrixoord Haren bij Groningen (Thorax, 1 febr).

Nog eens 159 andere patiënten zijn buiten het onderzoek gehouden, omdat ze deze steroïden nooit hadden gebruikt of omdat er te weinig meetgegevens over hen waren. De longfunctie moest namelijk vóór en na de invoering van inhalatiesteroïden een aantal keren gemeten zijn. Dat gebeurde door de maximale uitgeademde hoeveelheid lucht te bepalen in één seconde (FEV1).

Aan het begin van het onderzoek, toen de patiënten zo'n dertig jaar waren, bedroeg de FEV1 gemiddeld 2,8 liter. Vóór de therapie met corticosteroïden ging daar bij mannen jaarlijks gemiddeld 37 milliliter af. Toen ze behandeld werden, was dat nog slechts 16 ml. Bij vrouwen was het effect van de inhalatiecorticosteroïden veel kleiner. De jaarlijkse afname van hun FEV1 verbeterde slechts van 25 naar 21,5 ml.

Overigens had een deel van de mannen, namelijk zij die gemiddeld meer dan vijf jaar een pakje sigaretten per dag rookten, ook weinig baat bij inhalatiesteroïden. Roken ondermijnt het effect.

In een tegelijk in Thorax gepubliceerd Deens onderzoek was er geen verschil tussen mannen en vrouwen. Volgens prof. D.S. Postma van het Universitair Medisch Centrum Groningen zegt dat niets, omdat dit onderzoek te klein was om verschillen zichtbaar te maken. De Denen vergeleken slechts 44 astmapatiënten (onder wie elf vrouwen) die inhalatiesteroïden gebruikten met een groep van 190 patiënten zonder steroïden. Die laatste groep heeft minder ernstige astma en is dus geen goed vergelijkingsmateriaal.

Als het verschil in effect van inhalatiesteroïden op mannen en vrouwen echt bestaat, zouden vrouwelijke geslachtshormonen als oestrogeen en progesteron de oorzaak kunnen zijn. Een andere factor kan zijn dat de luchtwegen bij vrouwen kleiner zijn dan bij mannen. Daardoor blijven de inhalatiesteroïden hoger in de luchtwegen steken. Ze zouden dan minder effectief kunnen zijn.

De Groningers vinden overigens niet dat vrouwen nu maar geen inhalatiecorticosteroïden meer moeten krijgen. Op de korte termijn (tot drie à vijf jaar) hebben deze medicijnen ook bij vrouwen wel degelijk een bewezen gunstig effect. De benauwdheid en het aantal astma-aanvallen nemen er door af.