“Als je weet dat er wat met je hart is, sport je met de rem erop'

Jaarlijks overlijden ongeveer 200 Nederlanders aan een hartaanval tijdens het sporten. Verplicht preventief onderzoek moet daar verandering in brengen. “Je hebt niets aan een prachtige fiets als je lichaam het laat afweten.“

De eerste keer dat het gebeurde, dacht Sanne Keizer (21) nog dat het aan haar omgeving lag. “Het was zo'n twee jaar geleden“, zegt de beachvolleybalster. “Ik speelde een indoorwedstrijd in Weert. Ik had vaker in die zaal gespeeld, het gaf mij altijd een wat unheimisch gevoel. Dus toen ik plotseling tegen de vlakte ging, dacht ik: hier moet ik maar niet meer spelen.“

Maar het bleef niet bij die ene keer. In de maanden die volgden, kreeg Keizer steeds vaker te maken met wat begin dit jaar als een goedaardige hartritmestoornis werd gediagnosticeerd. Moest zij aanvankelijk eens per maand om een medical time-out vragen tijdens wedstrijden, de laatste maanden van 2005 werd het een wekelijkse aangelegenheid. Ze raakte eraan gewend.

Volgens de oud-wereldkampioene beachvolleybal onder de 18 jaar was de “procedure' steeds hetzelfde. “Ik werd duizelig en voelde de kracht uit mijn lichaam vloeien. Mijn lippen bewogen, maar er kwam geen woord uit. Soms viel ik flauw. “Ze gaat dóód', hoorde ik vaak roepen als ik weer bij bewustzijn kwam. Het is zelfs een keer voorgekomen dat de ambulance al in aantocht was.“

Donderdag keek Keizer tijdens een persconferentie terug op de jaren die achter haar liggen: de onzekerheid over de aard van haar stoornis - was zij kwaadaardig of niet - en de twee hartoperaties die zij vorige maand onderging. Tijdens de tweede operatie werd hartweefsel weggebrand. “Daarmee is het probleem waarschijnlijk verholpen. In maart volgt alleen nog een inspanningstest. Als ik daarvoor slaag, word ik voor genezen verklaard.“

Sanne Keizer is niet de enige (top)sporter die aan een hartafwijking lijdt. Velen krijgen er vroeg of laat mee te maken - soms met dodelijke afloop. Jaarlijks overlijden naar schatting tweehonderd Nederlanders aan een hartaanval tijdens of vlak na het sporten. De voorbeelden zijn bekend (zie kader). Vooral de dood van FC Utrechtspeler David di Tommaso zorgde eind vorig jaar voor emotionele taferelen. Di Tommaso overleed in zijn slaap aan, naar later bleek, een aangeboren hartafwijking.

Italiaans onderzoek wijst uit dat aangeboren hartafwijkingen vooral fataal kunnen zijn voor sporters onder de 35 jaar. Oudere sporters lijden juist aan verworven hartziekten, zoals hartklep-aandoeningen of het dichtslibben van de kransslagader. “Aangeboren of niet, van belang is dat je er vroeg bij bent“, zegt Nicole Panhuyzen, een van de cardiologen die Sanne Keizer behandelen. “Sanne lijdt aan een goedaardige stoornis, dus heeft topsport voor haar geen fatale gevolgen. Maar als een stoornis in de hartkamer ontstaat, kan dat levensbedreigend zijn.“

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC), wielerbond UCI en de internationale voetbalbond FIFA besloten onlangs de zogenoemde “preventieve cardiale screening' verplicht te stellen. Alle wedstrijdsporters tot 35 jaar moeten op termijn worden onderworpen aan een inspanningstest en een hartonderzoek. De vorig jaar opgerichte werkgroep Cardiovasculaire Screening en Sport - een conglomeraat van de KNVB, sportkoepel NOC*NSF, de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG) en vier Nederlandse cardiologen - werkt het zogeheten “Lausanne-protocol' voor Nederland uit.

Als het aan deze werkgroep ligt, ondergaan de 1.100 topsporters in Nederland (A en B) in de toekomst een preventieve cardiale screening door een sportarts. Bij twijfel worden zij doorverwezen naar een cardioloog. Wordt een kwaadaardige hartziekte ontdekt, dan moeten zij worden afgekeurd. “Dat lijkt ingrijpend, maar is het niet“, zegt Tjeerd de Vries, medisch adviseur topsport van NOC*NSF. Ook sporters zelf raken er volgens hem van overtuigd dat zo'n preventieve screening in hun belang is. “Je hebt niets aan een prachtige fiets als je lichaam het laat afweten.“

Sporters die vermoeden dat zij een hartafwijking hebben, kunnen zich sinds december vorig jaar laten keuren bij het Sport Medisch Centrum Papendal (SMCP). De screening wordt uitgevoerd door een sportarts, voor vervolgonderzoek kunnen sporters terecht bij sportcardioloog Nicole Panhuyzen van de Sint Maartenskliniek in Nijmegen, die spreekuur houdt in Papendal.

Sinds december vorig jaar werden er gemiddeld tien sporters per week in het SMCP onderzocht door de sportarts; de helft werd naar Panhuyzen doorverwezen. “Ik merk nog vaak genoeg dat sporters een keuring uit de weg gaan, omdat ze bang zijn te worden afgekeurd. Maar dat is niet mijn uitgangspunt. Ik spoor afwijkingen op en doe mijn uiterste best ze te behandelen. Soms lukt dat, soms niet.“

Toch is de angst voor een keuring goed verklaarbaar. Want zelfs als hun klachten een naam hebben gekregen, dan blijft het een feit dat topsporters waarschijnlijk nooit meer op hun oude niveau kunnen presteren. Of, zoals veldrijder Maarten Nijland (29) het verwoordt: “Vanaf het moment dat je weet dat er wat loos is, zit de rem erop. Je durft er niet meer onbevangen in te vliegen.“

Nijland kreeg in het cross-seizoen van 2000 voor het eerst last van hartklachten, die zich uitten in vermoeidheidsverschijnselen en “verzuurde' benen. Een hartoperatie wees eind vorig jaar uit dat zijn stoornis goedaardig was, maar dat hij nooit meer op zijn oude niveau zou kunnen sporten. “Dat hakte er mentaal behoorlijk in“, zegt Nijland. “Ik was vroeger toch een groot talent.“

Na overleg met zijn artsen nam Nijland vorige maand deel aan het Nederlands kampioenschap veldrijden - en werd vierde. Twee weken later eindigde hij als tweeëntwintigste bij het WK veldrijden. “Geen topklassering“, erkent de man die onlangs een sporthaptonoom in de arm nam om innerlijke rust te vinden. “Maar ik startte wel als nummer 65.“

Meedoen is voor Nijland nu belangrijker dan winnen. “Ik heb maandenlang thuis gezeten, omdat ik bang was dood neer te vallen. Ik heb mezelf bijna tot gekte gedreven. Dat ik daarna toch een wedstrijd rijd, is een prestatie van wereldformaat.“