WMO neemt nu belang patiënt in acht

De Tweede Kamer vreesde dat zieken en ouderen door de nieuwe WMO-wet werden overgeleverd aan de grillen van gemeenten. Gisteren dichtte de Kamer de laatste gaten in die wet.

Nog maar kort na de invoering van de zorgverzekeringswet maakt Nederland zich op voor een nieuwe ingrijpende hervorming in de zorgsector. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) moet gehandicapten, zieken en ouderen stimuleren om een zo zelfstandig en actief mogelijk leven te leiden.

Gemeenten krijgen vanaf volgend jaar de verantwoordelijkheid voor bepaalde vormen van zorg, zoals huishoudelijke hulp, die nu nog onder de rijksregeling van de AWBZ vallen. Staatssecretaris Ross (Welzijn, CDA) geeft gemeenten daarvoor jaarlijks bijna 1 miljard euro. Gemeenten krijgen ruimte om zelf te zoeken naar de beste oplossing voor de problemen van zieken, ouderen of andere hulpbehoevenden. De gedachte is dat zij beter individuele oplossingen kunnen vinden dan de rijksoverheid.

De staatssecretaris van Welzijn diende in 2004 haar wetsvoorstel in voor de WMO. Het verzet tegen haar plannen was groot. De vrees bestond dat de zorg zou verschralen en dat kwetsbare mensen zouden worden overgeleverd aan de willekeur van gemeenten. Over twee weken stemt de Kamer over de nieuwe welzijnswet. Maar nu al is duidelijk dat een ruime meerderheid de wet omarmt. De Kamerleden hebben de afgelopen tien dagen drie keer langdurig over de lacunes in het voorstel gedebatteerd, gisteren voor het laatst.

Heet hangijzer was de zorgplicht voor gemeenten. Ross had in haar voorstel geschreven dat gemeenten een zorgplicht hadden. Zij zouden verplicht zijn iemand met een bepaalde handicap een bijbehorende - van te voren vast gestelde - voorziening te leveren. Wie slecht ter been is, zou bijvoorbeeld alleen aanspraak maken op een rolstoel en dus niet op een aanpassing van zijn auto, als hij dat liever had.

Eigenlijk was Ross zelf ook niet gelukkig met die zorgplicht, zei ze, omdat die veel invalide mensen opzadelt met voorzieningen waar ze helemaal niet om vragen. Daarom stelde ze een tijdelijke zorgplicht voor, die na twee jaar zou komen te vervallen. Daarna zou naar een beter alternatief moeten worden gezocht om burgers een zeker recht op zorg te bieden.

Dat alternatief kwam eerder. Kamerlid Van Miltenburg (VVD) diende tijdens de Kamerbehandeling een amendement in dat Kamerbreed wordt gesteund. Ook de CDA-fractie in de Kamer toonde zich voorstander van de wijziging van het wetsvoorstel van partijgenoot Ross. Zo dwong de Kamer bij Ross de zogeheten compensatieplicht af. Deze houdt in dat gemeenten de wettelijke plicht krijgen om mensen te compenseren voor hun beperking, zodat ze echt kunnen deelnemen aan de maatschappij. Het komt neer op een plicht voor het verstrekken van voorzieningen, zonder dat deze gespecificeerd zijn. Bijvoorbeeld de aangepaste auto.

Dit laat aan gemeenten nog veel vrijheid over om hun plicht naar eigen inzicht na te komen. De Chronisch Zieken en Gehandicapten Raad ervaart de bedongen compensatieplicht als een grote overwinning omdat minder valide mensen straks niet meer zijn overgeleverd aan de grillen van de plaatselijke wethouders. 'De Kamer heeft echt haar mede-wetgevende rol opgepakt en met eigen initiatieven het stokje van de staatssecretaris over genomen. Wat er nu ligt is een wereld van verschil met het rechteloze systeem dat er in eerste instantie was bedacht', zei Piet Vreeswijk van de CG-Raad.

Het amendement van Van Miltenburg was niet het enige. De Kamer diende er in totaal circa veertig in. Dat gebeurt niet vaak. Fractievoorzitter Rouvoet van de Christen Unie zei dat Ross zich dat moest aantrekken. De voorzitter van de Kamer deed daar gisteren nog een schepje bovenop: 'Er zijn zoveel amendementen ingediend dat we even de tijd moeten nemen om alles opnieuw op een rij te zetten. Dat doen we met wetgeving die nogal ingrijpend van amendementen wordt voorzien.'

De Kamer stond naast de compensatieplicht ook op een grotere cliëntenparticipatie. De mensen om wie het gaat, de meest kwetsbare groepen in de samenleving, worden in een vroeg stadium bij de plannen van gemeenten betrokken en zullen gaan meepraten. Cliëntenorganisaties krijgen daar de komende twee jaar 10 miljoen euro voor.

In het oorspronkelijke wetsvoorstel van staatssecretaris Ross was er geen persoonsgebonden budget (pgb) voorzien voor de gehandicapten, zieken en ouderen. De Kamer wilde wel dat deze mensen een som geld zouden kunnen krijgen om naar eigen inzicht voorzieningen in te kopen. Ook daar zal Ross nu voor zorgen.

Tenslotte is de staatssecretaris akkoord gegaan met een latere invoering van de wet dan zij zelf had gewild. Als het aan haar had gelegen was de Wet Maatschappelijke Ondersteuning al deze zomer in gegaan. Maar dat vond de Kamer veel te vroeg, omdat gemeenten er nog niet klaar voor zouden zijn.

Anders dan minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) met zijn zorgverzekeringswet hield Ross niet vast aan de voorgenomen invoeringsdatum. Ook daarmee heeft zij de Kamerleden en de belangenorganisaties weten te overtuigen. Het resultaat is een wet waar nu brede steun voor bestaat, ook bij de mensen die er straks mee te maken krijgen. Ross zei gisteren: 'Ik ga een periode van twee jaar wetgeving met een goed gevoel afsluiten. Daar mogen we met u als wetgever wel trots op zijn'.