Wint Poetin de oorlog in Tsjetsjenië?

Sinds de schoolgijzeling van Beslan laten Tsjetsjeense rebellen steeds minder van zich horen. Het ligt, denken deskundigen, voor een deel aan effectiever optreden van de Russen.

Dit stuk kan achterhaald zijn nog voor het gedrukt is. En in Russische ogen brengt de vraag op zich al ongeluk. Toch wordt het tijd hem te stellen: wint president Poetin zijn oorlog tegen het Tsjetsjeense terrorisme?

De cijfers lijken voor zich te spreken. Sinds de bloedige ontknoping van het gijzeldrama in Beslan, vandaag anderhalf jaar geleden, bleef Rusland verschoond van grote aanslagen of gijzelingen. Volgens de MIPT terreurdatabase vielen in 2004 in Rusland 531 doden en 1205 gewonden bij 130 aanslagen, bijna allemaal vóór Beslan. In 2005 vielen nog maar 49 doden en 113 gewonden bij 98 aanslagen. De enige pure burgerdoelen waren vorig jaar twee passagierstreinen, verder waren er vooral bomaanslagen op goederentreinen, gas- en oliepijpleidingen, transformatorhuisjes en zendmasten. De laatst gesignaleerde 'zwarte weduwe', verbitterde vrouwen met dynamietgordels die het embleem van de Tsjetsjeense terreur vormden, werd opgeblazen in de school van Beslan.

De 49 terreurdoden van 2005 vielen in de Kaukasus: politici, politiemensen en agenten van de veiligheidsdienst FSB. De islamitische strijders die in oktober het stadje Naltsjik onder de voet liepen deden moeite om burgers te sparen. Hoewel Aleksandr Petrov van Human Rights Watch beklemtoont dat een verkeersagent óók een burgerdoel is, erkent hij dat het opblazen van een politiebusje toch iets anders is dan een aanval op een schoolbusje.

De cijfers roepen vragen op. Zijn Tsjetsjeense rebellen van tactiek veranderd, heeft de kindermoord van Beslan misschien hun moreel of hun draagvlak in de samenleving ondergraven? Of weerspiegelen ze ook grotere doelmatigheid van Russische staatsorganen?

Dat vragen we vier kenners. Over één ding durft niemand zich uit te spreken: de tactiek van terroristen. Maar Sergej Michejev van het Centrum voor Politieke Technologieën betwijfelt of Beslan een morele klap was voor de rebellen. 'Die actie diende zijn doel: kritiek op Moskou, een atmosfeer van angst. Zonder de hoge populariteit van Poetin had de regering het niet overleefd.' Hij ziet Beslan vooral als een desperate poging de aandacht van de moslimwereld te trekken. 'De stroom geld en vrijwilligers naar de noordelijke Kaukasus droogt al jaren op, de concurrentie van Irak heeft dat proces versneld. Financiers zien elders betere vooruitzichten voor de jihad.' Lev Goedkov, wiens bureau Levada de stemming onder Tsjetsjenen peilt, denkt dat de kindermoord de zaak van de rebellen niet hielp, 'al is hun reputatie en rekrutering al jaren problematisch'. 'Tsjetsjenië is verlamd door apathie, een radicaal als Basajev geniet de steun van hooguit zes procent van de Tsjetsjenen.'

Inkeer is mogelijk teveel gevraagd van Sjamil Basajev, de Tsjetsjeense krijgsheer die zich opwierp als meesterbrein achter Beslan. Wel voelt hij zich voortdurend geroepen tot zelfrechtvaardiging. Hij was 'geschokt', liet hij daags na Beslan weten, maar de schuldige was uiteraard Poetin. In februari beloofde hij 'meer Beslanachtige operaties, want we zijn daartoe gedwongen'. Maar hij erkende ook daar 'niet opgetogen' over te zijn. Sindsdien claimt Basajev vooral operaties die niks met terreur te maken hebben, zoals stroomuitval in Moskou of een brand in een theater. Afgelopen zomer was journalist Babitski bij een bezoek aan Ruslands vijand nummer één verbaasd hoe mager en ziek Basajev en zijn mannen oogden - velen hadden tuberculose - en hoe bang ze leken: in twee dagen durfden ze nog geen vijf minuten een vuurtje te stoken om water te koken.

Het oogt allemaal onmachtig. Zijn de Russen alerter en beter? Aleksandr Tsjerkasov van mensenrechtenorganisatie Memorial: 'Het lijkt erop dat de siloviki (mannen in uniform) veel effectiever opereren. Dat is ook gevolg van de intense, systematische aandacht van Moskou voor de Kaukasus sinds Beslan. De meeste rebellenleiders zijn nu dood, een bindend figuur zoals de (in mei gesneuvelde) Maschadov ontbreekt.'

Tsjerkasov wijst op een nauwelijks opgemerkte, maar cruciale ingreep. In de zomer van 2004 werden alle strijdkrachten in de noordelijke Kaukasus onder controle van 'operatieve centra' gebracht. 'Eerder hadden leger, geheime diensten, politie en grenswachters aparte commandolijnen naar Moskou. Dat maakt rivaliteit, afschuiven en vermijdingsgedrag mogelijk.' Nu gehoorzamen alle diensten één lokaal centrum, dat door Moskou wordt afgerekend op resultaten. Tsjerkasov: 'Dat werkt. Vindt men nu een flatje met terroristen dan gaan de commandanten niet eerst een etmaal de zaak afschuiven, maar staan de tanks een half uur later al op de drempel.'

De andere ontwikkeling is Tsjetsjenisering. In Tsjetsjenië hebben de Russen de macht vrijwel overgedragen aan de Tsjetsjeense politie en strijdgroepen van sterke man Ramzan Kadirov. Tsjerkasov: 'Ook als ze drie jaar in Tsjetsjenië dienen, weten Russen niet wat ze aanrichten als ze een huis opblazen of iemand ontvoeren, martelen of vermoorden.' Kadirovs mannen weten dat uitstekend. Zij schenden de mensenrechten effectiever, aldus Tsjerkasov. 'Veel rebellenleiders lopen naar Kadirov over. Hij dwingt ze eerst hun handen vuil te maken, door een familielid van een andere rebel te vermoorden bijvoorbeeld. Dan stuurt hij de overloper terug naar zijn dorp, waar hij iedereen kent. Daar gebeurt dan niets meer.'

Experts schatten inmiddels dat Kadirov dubbel zoveel aanhangheeft als de rebellen. Kavkaz-Tsenter, de website van de rebellen, staat tegenwoordig meer in het teken van de strijd tegen de munafiq, schijnislamieten, dan de kafir, ongelovigen. Resultaat van het succes in Tsjetsjenië is wel dat rebellen zich over de Kaukasus hebben verspreid.

Maar Russen juichen niet te vroeg. Politicoloog Michejev: 'De conjunctuur werkt nu tegen de rebellen. Maar wat als Poetin in 2008 stopt? Zullen ze dan niet uitproberen of de nieuwe president net zo'n harde noot is?'