'Van ruimhartige opstelling heeft Von Saher niets gemerkt'

Publicist Den Hollander vertelde Goudstikkers schoondochter Marei von Saher over het verleden van de collectie. 'Ik had het tien jaar geleden bij het rechte eind.'

Als Marei von Saher, de Amerikaanse erfgename van kunsthandelaar Jacques Goudstikker (1897-1940), de paar honderd schilderijen krijgt die ze claimt bij de Nederlandse staat, wil ze een deel daarvan onderbrengen in een reizende, internationale tentoonstelling. Deze kunstwerken blijven dan in haar bezit. Een ander deel zal ze laten veilen.

Dit zegt de publicist Pieter den Hollander (49) die de Goudstikker-zaak tien jaar geleden aan het rollen bracht. Hij stelde Marei von Saher in 1997 op de hoogte van de oorlogsgeschiedenis van de Goudstikker-collectie en overtuigde haar dat ze in Nederland op moest komen voor haar rechten.

Marei's echtgenoot Edo von Saher, die in 1996 overleed, had nooit met haar over die geschiedenis gesproken. Edo werd in 1939 geboren, een jaar voordat zijn ouders Jacques en Dési Goudstikker in mei 1940 voor de nazi's vluchtten. Op de boot naar Engeland kwam zijn vader om het leven, zijn moeder reisde met hem door naar Amerika. In 1950 hertrouwde Dési Goudstikker met mr. A.E.D. von Saher en namen zij en haar zoon diens naam aan.

Pieter den Hollander, die tot 1998 als journalist voor het Algemeen Dagblad werkte, heeft zich lang verdiept in de Goudstikker-geschiedenis, waarover hij het boek De zaak Goudstikker (1998) publiceerde. Daarin beschreef hij onder meer hoe zo'n 800 schilderijen uit de handelsvoorraad die Goudstikker in 1940 achterliet in de oorlog verkwanseld werden aan de Duitse rijksmaarschalk Göring en hoe Dési na de oorlog probeerde de 300 werken die naar Nederland waren gerecupereerd terug te krijgen, maar werd tegengewerkt door de Nederlandse staat die ze uiteindelijk zelf in bezit nam.

Volgens Den Hollander had Edo von Saher hierover nooit met Marei gesproken omdat hij zijn vrouw waarschijnlijk niet wilde belasten met 'dit zwaar vervuilde verleden'. 'Ik heb van een vriend van Dési wel gehoord dat Edo er met zijn moeder discussies over heeft gehad. Dat hij het haar kwalijk nam dat ze de zaak niet goed had uitgewerkt na de oorlog. Toen ik Marei erover vertelde, op 9 september 1997, luisterde ze ademloos. Kort daarvoor had in Londen de goud-conferentie over de joodse banktegoeden plaatsgevonden. Nederland speelde daar gidsland en stelde: laten we dit goed regelen want er zijn nog overlevenden. Dus ik zei tegen Marei: 'Als ik jou was, zou ik iets gaan ondernemen voor de Goudstikker-collectie.' Dat was niet aan dovemansoren gericht. Ze raakte hevig geïnteresseerd, wilde de hele familiegeschiedenis van Edo leren kennen. Ook wilde ze weten of haar nog wat zou toevallen, omdat uit mijn verhaal wel bleek dat zij als erfgename eigenlijk veel verloren had.'

In Nederland zijn veel mensen verbaasd dat een Amerikaanse dame 267 schilderijen uit Nederlandse musea opeist.

Den Hollander: 'Goudstikker had in mei 1940 een hoogwaardige collectie die bestemd was voor de verkoop. Wat daarvan over was, kwam na de oorlog ten onrechte in handen van de overheid en in de musea. Ze hebben ze nooit hoeven kopen en ze hebben er al die jaren van geprofiteerd. Als nu blijkt dat Marei volgens de Restitutiecommissie moreel in haar recht staat, moeten we haar niet verwijten dat ze haar bezit wil hebben. De Goudstikker-tentoonstelling die ze wil organiseren is bedoeld als een eerbetoon aan zijn nagedachtenis en zijn betekenis als kunsthandelaar. Zijn schilderijen worden nu in de Nederlandse musea getoond, zonder enige verwijzing naar Jacques Goudstikker. Dat deugt niet.'

Frits Duparc, directeur van het Mauritshuis, zegt: 'Voor Dési was de zaak gesloten, over en uit.'

'Ja, doordat zij in Nederland op een muur van onwil stuitte en niet verder kwam. De Nederlandse autoriteiten wilden na de oorlog een nationale kunstcollectie opbouwen in plaats van de gedupeerden te helpen, daar zat de cruciale fout. Dési heeft expliciet duidelijk gemaakt dat ze teleurgesteld was en zich benadeeld voelde door de Nederlandse overheid. In zekere zin is Marei nu in Nederland hetzelfde overkomen als Dési na de oorlog. In 1998 beloofde de toenmalige staatssecretaris van Cultuur Nuis dat de regering zich ruimhartig zou opstellen bij claims op oorlogskunst, maar daar heeft ze niets van gemerkt. Ze kon niet anders dan naar de rechter stappen, maar ook daar, bij het Haagse Gerechtshof, stuitte ze in 1999 op formeel-juridische argumenten. Na die rechtszaak heb ik partij voor haar gekozen, maar ik ben onafhankelijk en niet bij haar in dienst. Bij de Restitutiecommissie kwam eindelijk de morele vraag aan de orde: een familie is beroofd van kunstschatten die nu in musea hangen. Dat klopt niet.'

In het buitenland heeft Marei Von Saher de laatste jaren verschillende kunstwerken teruggekregen uit de Goudstikker-collectie. Wat wil ze daarmee doen?

'Het is de bedoeling dat die worden geveild. Er zijn inmiddels enorme rekeningen van haar advocaten en van het team kunsthistorici dat deze werken voor haar opspoort.'

Marei von Saher is nu in Nederland omdat de regering had aangekondigd vandaag een uitspraak te zullen doen in de Goudstikker-zaak. Hoe vindt ze het om hier te zijn?

'Ze heeft lang geaarzeld of ze wel zou komen. Ze begeeft zich weer in het land dat haar zo heeft tegengewerkt. Als de uitspraak gunstig voor haar is, zal dat een pak van haar hart zijn. Anders weet ik niet of ze zich wil vertonen.'

Welke uitspraak verwacht u?

'Ik denk dat de Restitutiecommissie adviseert om de schilderijen terug te geven. Als de regering dat advies niet volgt, slaat Nederland internationaal een modderfiguur. Maar al schijnt minister Donner nu dwars te liggen, ik verwacht niet dat dat gebeurt. En als de schilderijen teruggaan, dan betekent dit dat ik het tien jaar geleden bij het rechte eind had. Ik ga een nieuwe, actuele versie van mijn boek schrijven en heb intussen ook meegewerkt aan een documentaire over de Goudstikker-zaak die de Avro uitzendt. En ik heb het idee dat er een prachtige speelfilm in deze geschiedenis zit. Zowel in de Verenigde Staten als in Nederland is daar belangstelling voor.'