Revitaliseren Europese Grondwet mogelijk 3

Van Staden ziet kansen voor een Nederlands `ja` tegen een beperktere EU-Grondwet, die vooral een betere bestuurbaarheid van de Unie beoogt. Volgens veel commentatoren zeiden Nederlanders `nee` tegen het referendum vanwege hun zorgen over de onstuitbare uitbreiding van de Unie. Daarmee krijg ik als neestemmer een motivatie in de schoenen geschoven die de mijne niet is. Ik ben voorlopig voor de toetreding van nieuwe lidstaten. Mijn nee-stem werd ingegeven door iets anders: de vele wezensvreemde, ongemotiveerde en oneerlijke elementen in de verdragstekst.

Artikel 227 stelt, simpel gezegd, dat het inkomen van boeren te laag is en verhoogd moet worden. Zo'n artikel hoort niet in een grondwet die in principe voor onbepaalde tijd geldt. Een onacceptabele inkomensachterstand van een bepaalde bevolkingsgroep werk je weg met een tijdelijk reparatiewetje. Is de misstand weggewerkt, dan trek je dat wetje in.

Een tweede voorbeeld is de bepaling in de protocollen bij het verdrag dat het Europees Parlement twaalfmaal per jaar moet vergaderen in Straatsburg. Hierdoor zitten we tot in lengte van jaren vast aan het maandelijkse reizende circus van de maximaal 750 europarlementariërs. Zo'n potsierlijke bepaling hoort ook niet in een grondwet.

Artikel 424 regelt dat de Europese Raad financiële steun kan geven aan overzeese gebiedsdelen van de lidstaten. Genoemd worden onder meer het Franse Guadeloupe, de Spaanse Canarische eilanden, en de Portugese Azoren. De vergelijkbare Antillen en Aruba staan er niet bij. De Europese Raad kan ze toevoegen, als Den Haag dat vraagt, maar hoeft dat niet te doen. Daarmee canoniseert de Grondwet een ongelijke behandeling van lidstaten. Dat kan niet de bedoeling zijn. Een eenvoudige romp-grondwet zonder zulke misplaatste bepalingen maakt meer kans op aanvaarding. Tegen een overzichtelijke, bestuurbare EU kan niemand bezwaar hebben.