Pfeijffer en Verdonk (2)

Hulde aan Ilja Leonard Pfeijffer. Zelden zag ik scherper een kritiek op de laatste ontsporing van minister Verdonk als in zijn artikel `Linguam et mores secum vexit` (Cultureel Supplement, 27 februari).

Alleen jammer dat Pfeijffer de vinger legt op een taalaspect (`unheimlich` in plaats van `unheimisch`) dat naar mijn mening niet zo veelzeggend is. We maken allemaal wel eens fouten als we geen Nederlandse woorden kunnen vinden en uitwijken naar een andere taal, in de hoop het daarmee treffender te doen. Ernstiger is dat Verdonks gebruik van kernwoorden tegen elk taalgevoel indruist. Pfeijffer had haar daar op moeten aanvallen. Zo gebruikt Verdonk consequent het werkwoord `praten` verkeerd. Pfeijffer begint zijn artikel met een citaat van Verdonk, waarin zij zegt: ”Nederlands praten op straat is heel belangrijk.” Dan volgt een schitterende analyse waaruit blijkt dat deze uitspraak onzin is. Maar de grootste misvatting in deze uitspraak laat Pfeijffer liggen. Iemand praat namelijk geen Nederlands; iemand spreekt Nederlands. Praten heeft betrekking op het vermogen om te kunnen praten. Wat taallesjes op een inburgeringcursus zouden Verdonk misschien kunnen helpen.