Performance

De dag van gisteren stond voor mij in het teken van twee performers. De een was een moordenaar, de ander een zangeres. De moordenaar putte vooral uit teksten van anderen, de zangeres vertrouwde meer op haar eigen talent. De moordenaar was vervelend, de zangeres betoverend.

Mohammed B., zo heette die moordenaar, nam 's morgens in een grauwe rechtszaal in Osdorp afscheid van zijn openbare leven in Nederland. Hij had zich er netjes voor gekleed, afgezien van de lichte gymschoenen die detoneerden onder de zwarte djellaba en de rood-witte sjaal om zijn hoofd. Het was alsof hij zich thuis begon te voelen in deze rechtszaal, waar zijn levenslot toch zo vernietigend werd bepaald. Bij elke hervatting kuierde hij parmantig naar zijn stoel en keek op zijn gemak naar de publieke tribune.

Hij wist zich de hoofdrolspeler in zijn eigen drama. Nog één keer kon hij aller aandacht vangen. Hij was acteur én regisseur. “Pauze!“ riep hij nadat hij drie kwartier had gesproken. Vaak legde hij een voorgelezen velletje papier met een klap naast zich neer. “Waar waren we gebleven?“ Hij was hier de baas, suggereerde hij, en de rechter liet hem die illusie.

Een autoritaire baas, dat vooral. Zó moet hij zich ook gedragen hebben te midden van zijn Hofstadvrienden: dwingend, niet voor tegenspraak vatbaar. Met teksten vol afgehakte hoofden, een gewelddadige god en zijn wraakgierige profeten. “Dood of gedood worden?“ Hij klapte zijn handen hard tegen elkaar. “Clash of civilizations!“

Toch was zijn optreden als performance een barre teleurstelling, vermoedelijk ook voor zijn geestverwanten. Negentig procent van zijn urenlange “pleidooi' bestond uit citaten, apetrots was hij dat hij ze had gevonden - de trots van de autodidact. Alleen de rode draad ontbrak, er was niet meer dan een vaalrood vezeltje: Allah was evenmin een pacifist geweest, dus waar hadden we het over?

“Allahs leidraad is de leidraad!“

Na zulke uren snakt de geest naar verkwikking. Ik vond die 's avonds in Haarlem, waar de Amerikaanse zangeres Dayna Kurtz in “Patronaat' optrad. Drie jaar geleden zag ik haar in een Amsterdamse platenwinkel voor twintig mensen optreden. Een lange, struise vrouw met een ontzagwekkende stem. Daarna was ze snel bekender worden, althans in West-Europa. Ook in Amerika gaat het nu beter, maar dat heeft lang geduurd. Ze vertelde gisteravond over het moedeloos stemmende contrast tussen een uitverkocht Paradiso en, kort daarna, een optreden voor zes mensen in Chicago. “Moeten we niet meteen terug naar Nederland?“ had ze haar man gevraagd.

Kurtz heeft nog een paar onsterfelijke songs, liefst van eigen hand, nodig. Ze heeft er al enkele gemaakt, zoals Love gets in the way en het recente Venezuela, maar voor de grote roem is dat nog te weinig. In haar beste nummers valt alles adembenemend samen: tekst, melodie en die formidabele stem. Mitchell, Piaf, Holiday - bij zulke groten hoort ze dan thuis.

Misschien bereikt ze die status nooit. Hoeft ook niet. Alleen voor haarzelf zou het jammer zijn, want het blijft anders zo ploeteren. Na afloop zat ze zelf bij de garderobe haar cd's te signeren. Ze had na zo'n mooi concert achterover in een badkuip moeten liggen, met champagne die wij haar hadden gebracht.