Ontbijt met de parkeerwachter

In een serie over boeken van klassieke schrijvers uit de wereldliteratuur deze keer “Summer Crossing', het nooit gepubliceerde debuut van Truman Capote (Penguin, 22,- geb.).

De novelle Summer Crossing van Truman Capote gaat volledig over verlangen. Verlangen naar een andere omgeving, naar een andere familie, naar een ander milieu - en uiteindelijk het verlangen om een ander mens te zijn. Daarmee gaat het boek ook over de onmogelijkheid te ontsnappen aan jezelf. Juist dit verlangen, dat niet alleen zwaar resoneert in de hoofdpersoon van Summer Crossing, Grady McNeill, een beeldschone 17-jarige die op het punt staat haar “debut' te maken in New Yorks high society, maar ook in haar minnaar Clyde Manzer, haar vriend Peter Bell en in haar moeder, is ongetwijfeld de reden dat de novelle zo'n curieuze voorgeschiedenis heeft.

Summer Crossing werd eind vorig jaar voor het eerst gepubliceerd, hoewel Capote (1924-1984) het schreef op 19-jarige leeftijd, ruim voor zijn “officiële' debuut Other Voices, Other Rooms uit 1948. Tot kort daarvoor wist echter zelfs de Truman Capote Literary Trust niet van het bestaan ervan. In 2004 dook het manuscript ineens op bij veilinghuis Sotheby's, waar het was aangeboden door de neef van de man bij wie Capote rond 1950 een appartement had gehuurd. Capote was verhuisd en had de eigenaar opgedragen de achtergelaten spullen bij de vuilnis te zetten - waaronder dus het manuscript van Summer Crossing, zo goed als afgerond, zo te zien.

Dat Capote zelf weinig voor het boekje voelde moge daarmee duidelijk zijn, maar wie het nu leest kan daar aanvankelijk niet veel begrip voor opbrengen. In tegenstelling tot veel ander “teruggevonden' jeugdwerk van beroemde auteurs is Summer Crossing geen teleurstellend probeersel dat verkocht wordt op een grote naam, maar een behoorlijke novelle, waarin opvallend veel kenmerkend van de volwassen schrijver zijn terug te vinden. Allereerst is dat het milieu van de “Amerikaanse royalty', zoals Grady McNeils vriend Peter Bell de kringen rond Fifth Avenue in New York omschrijft, de wereld van restaurants die een eigen perschef in dienst hebben, van cocktails en “summer crossings' naar Europa. Als de ouders van Grady zo'n oversteek wagen, laten ze hun jongste, 17-jarige dochter voor het eerst alleen achter. En dat was precies haar bedoeling. De eenzaamheid biedt haar alle gelegenheid om te verkeren met haar nieuwe liefde: Clyde Manzer, een parkeerwachter van joodse afkomst uit Brooklyn. Hoe tegengesteld hun milieus zijn, karakteriseert Capote mooi met de observatie dat Clyde “niet eens wist dat er een dierentuin was in Central Park'-- terwijl Grady daar vanuit haar huis op uitkijkt. Voor Grady maakt die vreemdheid hem alleen maar mysterieuzer, aantrekkelijker zelfs dan haar oude vriend Peter, die ondanks de onmiskenbaar homoseksuele trekken die Capote hem meegeeft, ook een geheime crush op haar heeft. Maar voor Grady is de aantrekkingskracht van het onbekende groter: op driekwart van het boek trouwen Clyde en zij in het geheim. En begint de twijfel te knagen.

Het bewonderenswaardige aan Summer Crossing is dat Capote er tot dit punt tamelijk feilloos in slaagt de lezer in zijn greep te houden. Pas na het huwelijk, als de liefde eigenlijk niet verder kan, wordt duidelijk dat Grady en Clyde vrij eendimensionale personages zijn die vooral bestaan bij de gratie van de tegenstelling. Daarin verschilt Summer Crossing ook fors van Breakfast at Tiffany's, een van Capote's beroemdste boeken, waarmee het nadrukkelijk wordt vergeleken. Maar Holly Golightly, de hoofdpersoon van Breakfast at Tiffany's, is juist aantrekkelijk omdat ze ongrijpbaar is, zowel voor de lezer als de verteller. Daarbij vergeleken zijn Grady en Clyde slechts zetstukken in een partij waarvan Capote de afloop niet beheerste. En dat is meteen het andere zwakke punt van Summer Crossing: het slappe einde, waarbij de schrijver zijn hoofdpersoon als in een roes (letterlijk) haar ondergang tegemoet laat rijden.

Dat Summer Crossing uiteindelijk toch een bijzonder boek is, komt door dat verlangen. Wie dat eenmaal heeft herkend, begrijpt maar al te goed waarom Capote Summer Crossing nooit aan de openbaarheid heeft willen prijsgeven: het was het verlangen van hem zelf. Op het moment dat Capote Summer Crossing schreef had hij, opgegroeid in het Amerikaanse zuiden, alleen nog aan het mondaine leven mogen ruiken in zijn rol van loopjongen bij het tijdschrift The New Yorker. Hij was er dichtbij, maar kon het niet bereiken. Dat moet voor de jonge, gretige Capote een onwerkelijke, soms bijna ondraaglijke ervaring zijn geweest, die hij niet voor niets zo prachtig wist te beschrijven in Breakfast at Tiffany's.

Uiteindelijk vervulde Capote zijn verlangens naar een “larger than life' in de jaren vijftig en zestig zo volledig als mogelijk is, met hemzelf als de koning van een rinkelende keten van celebrities, de ware “top banana in the shock department', zoals hij zelf Holly Golightly karakteriseerde. Maar Capote ging er aan ten onder - aan drank, aan drugs, aan onmacht. Wie dat weet, beseft hoezeer Summer Crossing een prachtige, ongegeneerde inkijk is in de ziel van de jonge Capote. De jonge man die streefde en verlangde, maar wist dat die verlangens zijn ondergang konden worden.