Noord-Ierse burgers zijn aan vrede toe

Veel burgers in Noord-Ierland zijn bereid over de oude tegenstellingen tussen de protestanten en de katholieken heen te stappen. Hun eigen Noord-Ierse politici zijn echter nog niet zo ver.

Zes maanden lang werd er hard over onderhandeld, maar half januari kon een groepje geëngageerde burgers in een zuidelijke wijk van het Noord-Ierse stadje Ballymena het heuglijke nieuws dan toch wereldkundig maken. De provocerende muurschildering met gebalde rode vuisten van de protestantse UDA-militie, op een steenworp van de lokale katholieke kerk, wordt eindelijk weggehaald.

De Ballymena Guardian zette het nieuws prompt op zijn voorpagina. 'De tijd is rijp voor verandering', oordeelt Geoff Caulderwood, een potige protestantse tuinman die aan het hoofd staat van het buurtcomité, dat het initiatief tot de onderhandelingen nam. In zijn kantoortje geniet hij nog zichtbaar na van deze triomf op zakformaat.

Naar Noord-Ierse maatstaven is het echter onmiskenbaar een doorbraak. Verf is een belangrijk wapen in het arsenaal van zowel katholieken als protestanten. Beide kampen hebben steeds ontelbare muren volgekalkt met agressieve wandschilderingen, waarop de eigen heldendaden werden verheerlijkt en de wreedheid van de tegenstanders gehekeld. Het katholieke Ierse Republikeinse Leger (IRA), dat de laatste tijd hard aan zijn imago schaaft, is al eerder overgeschakeld op minder kwetsende afbeeldingen.

Ballymena South is een oude arme wijk van kleine rode bakstenen huisjes, waar de protestanten ruim in de meerderheid zijn. De wijk is in het verleden het toneel van hevige onlusten geweest. 'Katholieke kerkgangers werden hier vaak met eieren bekogeld door activisten van de UDA', zegt Caulderwood. 'Regelmatig zijn hier auto's in brand gestoken, wanneer UDA-leden op straat veldslagen met de Noord-Ierse politie uitvochten. De meeste bewoners hier hadden er schoon genoeg van.' De laatste serieuze rellen dateren van vorig najaar.

Ook Tony O'Hanlon, de katholieke kastelein van The Corner House in het merendeels protestantse dorpje Clogh Mills ten noorden van Ballymena, merkt dat er iets verandert. 'Het is een stuk rustiger dan toen ik hier zes jaar geleden kwam', zegt hij. 'Toen dacht ik vaak: wat een krankzinnige boel hier! Regelmatig explodeerden benzinebommen. Maar de aanhangers van de harde lijn sterven uit, heb ik het gevoel. Het onderwerp politiek vermijden we hier in de pub zoveel mogelijk en in onze poulecompetitie spelen katholieken en protestanten met elkaar.'

Heel aarzelend koerst Noord-Ierland in de richting van meer vreedzame verhoudingen, maar het onderlinge wantrouwen blijft diep. Met name bij de radicale Democratische Unionistische Partij van de inmiddels bijna 80-jarige dominee Ian Paisley, de man die namens het district Ballymena in het Lagerhuis in Londen zit. Juist ouderen, die de onlusten van de afgelopen decennia aan den lijve hebben meegemaakt, vinden het moeilijk over hun eigen schaduw heen te springen.

'Je kunt die katholieken niet vertrouwen', zegt James Reed, een gepensioneerde ambtenaar, die even uitrust op een bankje in een winkelcentrum in Ballymena. 'Ze willen Ulster gewoon bij de Ierse Republiek voegen, terwijl wij bij het Verenigd Koninkrijk willen blijven. Op den duur zullen ze het trouwens wel winnen, want de katholieken hebben meer kinderen dan wij en dan is het snel bekeken via een referendum.'

De DUP weigert ook te geloven dat de IRA zich sinds vorige herfst heeft ontwapend overeenkomstig de beloftes van Gerry Adams, de leider van Sinn Féin, de politieke arm van de IRA. Ze zag zich afgelopen woensdag gesterkt in haar overtuiging door een nieuw rapport van een gezamenlijke Brits-Ierse commissie. Die uitte tot woede van Adams de verdenking dat de IRA een deel van zijn wapens heeft achtergehouden. Bovendien blijven IRA-leden volgens veel berichten doorgaan met wapen-, olie- en drugssmokkel, al dan niet met instemming van de IRA-leiding.

Politiek gezien blijft Noord-Ierland intussen in een diepe impasse verkeren. De regionale volksvertegenwoordiging is al sinds 2003 niet meer in functie. Een spionageschandaal verstoorde toen de onderlinge verhoudingen dermate dat de regering van Tony Blair het beter achtte het parlement te schorsen.

Blair en zijn Ierse collega Bertie Ahern proberen al enige tijd het politieke proces in Noord-Ierland weer op gang te krijgen. Maar dat valt niet mee. In het geschorste parlement waren gematigde partijen nog in de meerderheid. Bij de jongste verkiezingen, in mei 2005, werden de twee radicale partijen, Sinn Féin en de DUP, echter aan beide kanten veruit de grootste. Voor hen is het niet erg aanlokkelijk het oude parlement in ere te herstellen.

'Ik acht de kans dan ook klein dat Blair en Ahern dit jaar veel vooruitgang zullen boeken', zegt Sydney Elliott, een politicoloog van Queen's University in Belfast. 'Pas volgend jaar, wanneer er weer nieuwe regionale verkiezingen op de agenda staan, verwacht ik weer beweging.'

De middenklasse raakt intussen steeds meer gedesillusioneerd over de politiek. De historicus Brian Feeney van St Mary's University College wijst op het curieuze fenomeen dat zowel de DUP als Sinn Féin vooral steun geniet bij de lagere klassen. 'Veel mensen uit de middenklasse nemen niet meer de moeite te stemmen', aldus Feeney.

'Beide kanten moeten een beetje geven en nemen', zegt Margaret Martin, een vrouw van middelbare leeftijd die een stomerij in het protestantse Oost-Belfast drijft. Voor politici, inclusief Paisley, heeft ze slechts minachting. Die denken alleen aan hun eigen belangen. Haar zoon heeft ze bewust zo opgevoed dat hij open staat voor andersdenkenden.

De jongere generatie in het algemeen haalt haar neus op voor de oude vetes tussen katholieken en protestanten. 'Ik ga in het weekend vaak uit met katholieke en protestantse vrienden', zegt de 23-jarige Adam Foreman, een protestant uit Oost-Belfast werkt. 'Voor mij maakt iemands godsdienst echt niets uit. Bij ons in de familie bekommert alleen mijn grootmoeder zich er nog om.'