Naar Uruzgan

Nederland gaat naar Uruzgan, maar niet zonder slag of stoot. Het is goed dat over een gevaarlijke en omstreden missie, waaraan Nederlandse militairen twee jaar lang hun handen vol zullen hebben, uitvoerig is gedebatteerd. Maar het is slecht dat de discussie in de politiek, die het laatste woord heeft, vervuild raakte met het soort ruis dat zo'n operatie nu juist niet kan gebruiken. Uitgelekte militaire inlichtingen, onheldere besluitvorming, de dreiging van een crisis die niet werd waargemaakt, verwarring en partijpolitiek gehakketak begeleidden het plan van de Nederlandse regering om 1.200 militairen naar Zuid-Afghanistan te sturen, om daar onder NAVO-bevel te werken aan de wederopbouw. Nederland gaat op vredesmissie - of trekt ten oorlog: het meningsverschil daarover veroorzaakt oorverdovend geraas. Gisteren kwam er voorlopig een einde aan. Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer bleek voorstander van de missie. Vandaag heeft het kabinet het formele besluit over de troepenuitzending genomen.

Politiek gezien zijn er twee verliezers. D66 nam zes weken geleden een groot risico door zich als regeringspartij tegen de operatie-Uruzgan te verklaren. Inhoudelijk hadden de democraten een sterk punt: de Nederlandse missie zal een 'januskop' krijgen. De moeilijke lokale omstandigheden en de aanwezige Talibaan-strijders maken dat van (weder)opbouw in Uruzgan waarschijnlijk nauwelijks sprake zal zijn. Des te meer zal het de uitvoering worden van wat eufemistisch een 'offensieve veiligheidsoperatie' heet en kortgezegd een vechtmissie. D66-leider Dittrich gaf tijdens een debat gisteravond in de Tweede Kamer toe dat de partij niet echt de bedoeling had gehad het kabinet te laten vallen. D66 had de PvdA slechts onder druk willen zetten. Dit zijn precies de dubbele bodems die de Haagse politiek een slechte naam bezorgen: inderdaad vies en vunzig, om D66-minister Pechthold te parafraseren. Fractievoorzitter Dittrich bezint zich nu terecht op zijn positie.

Maar verliezer is evenzeer het kabinet, meer in het bijzonder minister-president Balkenende. De Kamer nam een motie van de VVD en de PvdA aan, waarin van het kabinet bij toekomstige troepenuitzendingen eenduidige, ondubbelzinnige besluitvorming wordt verlangd. De premier staat daarmee, ook internationaal, te kijk als de man die niet in staat was het besluit over Uruzgan van meet af aan helder over te brengen; in zo'n halszaak een ernstig verwijt.

Tot zover het politieke slagveld. Inhoudelijk, dat wil zeggen militair en bondgenootschappelijk, blijven er krachtige argumenten om ondanks alle bezwaren toch naar Uruzgan te gaan. Deze krant was daarvan aanvankelijk, en onder de toen heersende omstandigheden, geen voorstander. Maar de afgelopen weken is er het nodige veranderd. De eisen en voorwaarden die de Tweede Kamer en anderen aan de missie verbonden zijn deels gehonoreerd. Het is te zuinig, maar het is beter dan niets. Dan blijft het een gegeven dat Afghanistan het alleen niet redt in zijn strijd tegen de terroristen en Talibaan-strijders. Het is een westers, en dus Nederlands, belang om het land weer in het gareel te krijgen. De aandacht die nu uitgaat naar Nederland als redder van de NAVO en de bondgenootschappelijke belangen, is echter rijkelijk overdreven. Het is beschamend dat de alliantie er niet in slaagt meer troepen naar het zuiden van Afghanistan te dirigeren. Nederland staat er in het zwarte gat van Uruzgan in essentie in zijn eentje voor. De Nederlanders moeten orde en veiligheid brengen waar de Britten, de Russen en de Amerikanen faalden. Dat wordt dus duimen voor de troepen. Vraagtekens blijven er genoeg. Over de kwestie met de krijgsgevangenen en hun mogelijke verbanning naar Guantánamo Bay. Over de financiering van dergelijke peperdure operaties. En over de termijn, want over twee jaar zal Uruzgan nog niet zijn gepacificeerd.

Eén ding is wel duidelijk. Anders dan bij voorgaande militaire missies is de Kamer doordrongen van het besef dat er wel eens slachtoffers kunnen vallen. Meedoen in het 'hoogste geweldsspectrum' kan lijkzakken noodzakelijk maken. Deze kennis stemt nederig. Het dwingt de politiek tot rust en eensgezindheid, in het belang van de militairen. De teerling is geworpen, maar hún werk moet nog beginnen.