Microfinanciering nog weinig lucratief

Het zal nog zeker tien jaar duren voordat microfinanciering voor internationaal opererende banken een aantrekkelijk niveau van winstgevendheid bereikt. Wel heeft het internationale bankwezen steeds meer belangstelling voor deze vorm van financiële dienstverlening op kleine schaal voor arme mensen in ontwikkelingslanden.

Banken, aldus een rapport dat vanmorgen aan prinses Máxima is aangeboden, hebben twee motieven om zich met microfinanciering bezig te houden. Ten eerste past dit in hun beleid van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ten tweede kunnen ondernemers die zijn uitgesloten van het formele financiële circuit met kleine kredieten hun bedrijfsactiviteiten vergroten en tot volwaardige klanten uitgroeien.

Het rapport, A billion to gain? is opgesteld door de Universiteit Nyenrode in opdracht van ING en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het inventariseert de activiteiten van grote, internationaal opererende banken op het gebied van microfinanciering. De VN riepen 2005 uit tot het jaar van de microfinanciering, wat tot veel belangstelling voor dit ontwikkelingsinstrument heeft geleid. Prinses Máxima is VN-adviseur voor microfinanciering.

Binnenlandse banken in ontwikkelingslanden hebben een betere uitgangspositie om zich met microfinanciering bezig te houden dan vestigingen van internationale banken. Zij kennen de lokale markt en hebben een fijnmazig netwerk van filialen. Buitenlandse banken kunnen deze achterstand wegwerken door samen te werken met ontwikkelingsorganisaties.

Van de Nederlandse banken zijn ING, Rabobank, ABN Amro en Triodos Bank actief in microfinanciering in ontwikkelingslanden.