Met de blik op ons allen

Achttien boeken verschenen deze week op de longlist van de Libris literatuurprijs. Vijftien werden al besproken in deze krant, nu de laatste drie nog. Op basis van welke criteria maakte de jury zijn keuze? En wie ontbreken?

Michael Frijda Foto Hugo Keizer Keizer, Hugo

Zes goede, vijf redelijke, vier matige en drie onbekende boeken maken kans op de Librisprijs 2006. Althans, volgens de recensenten van deze krant.

De jury van de Libris literatuurprijs zette deze week achttien titels op haar longlist en deelde een compliment hors concours uit aan de in november plotseling overleden Henk van Woerden. Zijn laatste roman Ultramarijn (“een literaire prestatie van grote kwaliteit') komt niet in aanmerking voor de prijs omdat de 50 duizend euro niet postuum wordt toegekend.

Van de achttien uitverkoren titels werden er vijftien besproken in deze bijlage. Zes kregen een enthousiast onthaal: Knielen op een bed violen van Jan Siebelink, Joe Speedboat van Tommy Wieringa, De engelenmaker van Stefan Brijs, Iemandsland van Hedda Martens, Altijd roomboter van Nelleke Noordervliet en Waar was je nou van K. Schippers.

Een gemengde ontvangst kregen De thuiskomst van Anna Enquist, Het huis van de moskee van Kader Abdolah, De onzichtbare jongen van Bernlef, De heugling van Robert Haasnoot en Alfa Amerika van Jan Van Loy. Vier boeken van de lijst konden de recensenten van deze krant nauwelijks of niet bekoren: Normale dagen van Esther Gerritsen, Het verticale strand van Oscar van den Boogaard, Zwerm van Peter Verhelst en Sint-Juttemis van Maria Stahlie.

Zijn die opmerkelijke cijfers (er zijn méér dan zes positieve romanbesprekingen verschenen in deze krant) reden voor het bijna jaarlijks terugkerende spelletje jury-bashen? Eigenlijk niet. Want hoewel er het een en ander af te dingen valt op deze longlist - waar is bijvoorbeeld Margriet de Moor, waar is een debutante als Sanneke van Hassel? - zit er een opmerkelijke lijn in de uitverkiezingen. De jury (Hans Maarten van den Brink, Bart Keunen, Daniëlle Serdijn en Wim Vogel, onder voorzitterschap van Guusje ter Horst) lijkt een zwak te hebben voor ambitieuze schrijvers. Zij schrikt er niet voor terug om aandacht te vragen voor romans die van een avontuurlijk schrijverschap getuigen, ook al is het eindresultaat in niet alle opzichten even geslaagd en soms ook minder dan eerder werk van dezelfde auteur. Voeg daarbij een kennelijke voorliefde voor boeken die hun blik op de maatschappij richten en de plaatsen van Gerritsen, Abdolah, Van den Boogaard, Verhelst, Haasnoot en Van Loy zijn verklaard - en in een aantal gevallen ook gerechtvaardigd.

Hoge inzet

De drie boeken van de Libris longlist die nog niet in deze krant werden besproken, passen in dat rijtje. De ontelbaren van Elvis Peeters, Los van Tom Naegels en Ritselingen van Michael Frijda zijn stuk voor stuk boeken die niet helemaal geslaagd zijn, maar waarvan de opmerkelijke, hoge inzet maakt dat ze toch een eigen karakter hebben. Daardoor onttrekken ze zich aan de grijze massa.

In het boek van Peeters komt dat door de ongedwongen manier waarop hij een onderwerp aansnijdt dat je eerder in verband zou brengen met studies en congressen: de grote toevloed van immigranten naar West-Europa. In het eerste deel van De ontelbaren is een naamloze aspirant-migrant - vermoedelijk ergens in Noord-Afrika - zijn reis aan het voorbereiden. Hij sprokkelt geld bij elkaar met kleine baantjes en diefstallen. Peeters beschrijft het stoïcijns: deze man overtreedt de wet niet uit slechtheid, maar omdat er nu eenmaal weinig anders op zit. Met even weinig wrok verraadt hij de vrouw met wie hij kort tevoren een relatie heeft aangeknoopt. Hij gebruikt haar om een plekje op een boot te krijgen, en laat haar vervolgens stikken.

Het tweede deel van de roman speelt zich af in een niet nader genoemde woonwijk, waarvan de bewoners verrast worden door een toestroom van “ontelbare' vreemdelingen, die al snel het hele Europese continent blijken te overspoelen. Ook hier is van slechtheid geen sprake, de vreemdelingen doen niets wat de autochtonen ook niet zouden doen (ze vragen om eten en een slaapplaats), maar de gevolgen zijn rampzalig: de autochtonen worden uit hun huizen gedreven, er worden knokploegen geformeerd en de onvermijdelijke uitbarstingen van geweld laten niet lang op zich wachten.

Peeters' poging om zijn fantasie los te laten op het vraagstuk van immigratie zónder zich te verliezen in morele bespiegelingen, is lovenswaardig. In de loop van het boek is het echter juist die nadruk op de gewoonheid van wat er allemaal mis gaat, de schijnbare onontkoombaarheid van de natuurprocessen die hier gaande zijn, die maakt dat de angel uit het boek verdwijnt. Zo wordt De ontelbaren steeds meer een sociaalmaatschappelijk gedachtenexperiment en steeds minder een literaire queeste.

Vlaams Blok

Morele vragen zijn juist alles wat ertoe doet in Los, de in elk geval deels autobiografisch aandoende roman van de Antwerpse journalist Tom Naegels. De hoofdpersoon (Tom Naegels) is de kleinzoon van een oude, stervende socialist die inmiddels steeds vatbaarder is geworden voor de vreemdelingenhaat van het Vlaams Blok. Naegels zelf omarmt de idealen van de multiculturele samenleving aanvankelijk nog volledig. Hij heeft zelfs kort tevoren zijn vrouw verlaten voor een Pakistaanse die hij op een inburgeringscursus tegen het lijf is gelopen.

In de loop van het boek ontdekt hij echter steeds meer dat zijn van zijn bonpa geërfde liefde voor de Antwerpse volksheid (waar groepen succes boeken met liedjes over arbeidsongeschikte immigranten met regels als “allah is groot, mor ziekekas is groter') botst met zijn eigen idealisme. Die botsing voltrekt zich tegelijkertijd in zijn privé-leven, als in zijn werk, waar hij verslaggever is bij de rellen tussen migranten en autochtonen in de wijk Bogerhout.

De liefde van de hoofdpersoon voor de arbeiders blijkt uiteindelijk evenzeer de naïeve liefde voor een idee te zijn, als de warme gevoelens voor zijn exotische vriendin óf voor de maatschappij waarin iedereen in vrede samenleeft. Omdat de hoofdpersoon ook nog buitenstaander van beroep is (want journalist) vormt Los een mooie literaire eenheid.

Dat de roman toch niet helemaal geslaagd is, komt door de volledigheidsdrang van Naegels. De verteller maakt zoveel werk van zijn zelfkritiek (“De Toptwee van belachelijkste laatste woorden ooit [...] En dat noemt zich schrijver') dat je afgeleid wordt van de roman zelf. Bij het zoveelste net niet of wel bevestigde vooroordeel over Arabieren, blanke cafégangers of Pakistanen krijg je het gevoel dat de behoefte van de journalist Tom Naegels (die in werkelijkheid veel over sociale vraagstukken in Antwerpen schrijft) om zich te verantwoorden de overhand heeft gekregen op de literaire noodzaak.

Ritselingen van Michael Frijda is een roman die bijna alleen in extremen te duiden is. Het is het verhaal van een houthakker die voor zijn zoon een hert gaat zoeken en zo weer in contact komt met een oude vrouw die hem over haar familie vertelt. De roman begint als een ontroerend sprookje over onbeholpenheid, wordt een studie naar de kracht van verhalen en de verleiding van verdoving,een gemankeerde familieroman met oorlogstaferelen, een bijna-satire op moderne regelzucht en een liefdessprookje met vernuftige verhaallijnen. Het is echter ook het boek van een schrijver die geen maat kan houden, dingen expliciet uitlegt die al duidelijk worden, de ene moord over het andere onwettige kind laat duikelen, geen antenne heeft voor clichés, en soms lelijk schrijft.

Ondanks die feilen duiken er in Ritselingen soms ineens passages op die echt mooi zijn, bijvoorbeeld wanneer Frijda de onwetendheid van zijn hoofdpersoon in een paar simpele stapjes uitlegt: “Het duizelde de houthakker. Hij had nog nooit zo'n lang verhaal gehoord. Eigenlijk had hij nog nooit een verhaal gehoord. Hij wist niet eens dat er zoveel woorden bestonden'. Het zijn de momenten waardoor je blij bent dat je dit boek hebt gelezen en dat het door de Librisjury uit de grote hoop is gevist.

Elvis Peeters: De ontelbaren. Podium, 173 blz. euro 15,--

Tom Naegels: Los. Meulenhoff/Manteau, 184 blz. euro 16,95

Michael Frijda: Ritselingen. Podium, 246 blz. euro 19,50