Lotgenoot, geen bondgenoot

De memoires van Gustav Herling behoren tot de belangrijkste geschriften over de spookachtige realiteit van het concentratiekamp. De Poolse journalist in Russische gevangenschap schreef zoals Jeroen Bosch schilderde.

Zijn mooie, hoge leren laarzen zorgden ervoor dat de twintigjarige journalist Gustav Herling in 1939 in een Russisch concentratiekamp belandde. Hij was opgepakt door Russische grenswachters toen hij net als duizenden landgenoten probeerde te vluchten uit Polen, dat sinds de herfst van dat jaar door nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie werd opgeslorpt. Zijn hoge laarzen waren voor de Russen het bewijs dat hij een Poolse officier moest zijn. En dan had hij ook nog zijn naam tegen, want die klonk op zijn Russisch als Gerling, en zo heette een beroemde maarschalk van de Duitse Luftwaffe.

Herling werd veroordeeld wegens spionage en naar een kamp bij Archangelsk in de Poolcirkel gedeporteerd. Hij zou er anderhalf jaar doorbrengen in een situatie die weinig verschilde van die van Primo Levi in Auschwitz. Maar dit keer redden zijn mooie laarzen hem juist het leven. Bij een voorman kon hij ze ruilen voor overplaatsing naar een lichtere werkploeg, zodat hij niet als veel van zijn medegevangenen hoefde te creperen door lichamelijke uitputting.

Maar zijn echte redding was dat de Duitsers in 1941 Rusland binnenvielen en er een einde kwam aan het Molotov-Ribbentroppact. De Russen sloten nu een bestand met de Poolse regering in ballingschap. Honderdduizenden Poolse bewoners van de kampen van de Goelag Archipel kregen amnestie, al moest Herling eerst in hongerstaking gaan voordat hij werd vrijgelaten. Hierna sloot hij zich aan bij het Poolse bevrijdingsleger van generaal Anders en reisde via Perzië en Palestina naar Italië waar hij deelnam aan de slag bij Monte Cassino.

Na de oorlog keerde Herling niet naar Polen terug, maar vestigde hij zich in Londen waar hij redacteur werd van het beroemde Poolse emigrantentijdschrift Kultura. In 2000 overleed hij in Napels.

Herling liet een omvangrijk oeuvre na van autobiografische romans en verhalen. Zijn beroemdste werk is het verslag van zijn kampjaren, Een wereld apart, dat kort na de oorlog in Londen verscheen en nu eindelijk in het Nederlands is vertaald.

Primo Levi

Samen met Primo Levi's Is dit een mens en Varlam Sjalamovs Berichten uit Kolyma is Een wereld apart een van de belangrijkste boeken over de spookachtige realiteit van het concentratiekamp, de laatste halte voor de dood. Herling komt er zelf maar amper in voor. Het boek gaat vooral over wat hij om zich heen ziet, over de mensen die in het kamp bijeengebracht zijn. Het levert een Jeroen Bosch-achtig tableau op van de menselijke psyche in tijden van lichamelijke en geestelijke ontbering.

Herlings eenvoudige, directe stijl, die sterk op die van Levi en Sjalamov lijkt, doet zijn waarnemingen alleen maar genadelozer aankomen en zorgt ervoor dat nergens enig moralisme doorklinkt. En iedere keer is er weer dat ruimhartige begrip voor de zwaktes van zijn egoïstische medegevangenen voor wie overleven het enige is dat telt.

In Een wereld apart staan regelmatig passages uit Aantekeningen uit het dodenhuis, Dostojevski's roman over diens eigen dwangarbeidersjaren waaraan Herling de titel van zijn boek ontleent. Door een parallel met Dostojevski te trekken zegt hij dat mensen elkaar in een crisissituatie nog altijd dezelfde rotstreken leveren, een soort “eigen leven eerst' dus. Net als bij Dostojevski muteren alle “beschaafde' mensen in Een wereld apart in kampmensen die tot alles in staat zijn en zich in de meest onmenselijke omstandigheden weten te handhaven.

Die continuïteit blijkt bijvoorbeeld uit de door Herling aangehaalde passage van Dostojevski over verklikken: “In de Ostrogg werd de verklikker helemaal niets kwalijk genomen. Men gaat hem niet uit de weg, men sluit zelfs vriendschap met hem. Als je daarom aan de dwangarbeiders zou willen uitleggen waarom verklikken zoiets mins is, zou niemand van hen het begrijpen.'

Vervolgens vertelt Herling het verhaal van Machapetian, een Armeense ingenieur die een hoge positie bekleedde in de Russische luchtvaartindustrie en in het kamp zijn beste vriend was. Machapetian zorgde ervoor dat Herling toegang tot de zogenoemde “technicibarak' had waar de kamp-intelligentsia vertoefde: “...ik ging er bijna iedere avond heen, omdat ik vurig naar intelligente gesprekken verlangde, alsook naar beleefde omgangsvormen die in mijn huidige leven erg zeldzaam waren geworden, en naar die speciale sfeer van sarcastische spot die je altijd aantreft waar meerdere intellectuelen bij elkaar zijn.' Ook verzorgt en troost Machapetian hem op momenten van opperste wanhoop.

Als tenslotte blijkt dat diezelfde Machapetian een informant is die Herling bij de kampleiding van trotskisme heeft beschuldigd en hem in Moskou door een speciaal tribunaal wil laten verhoren, is Herlings ontgoocheling groot. Het is het bewijs voor zijn latere stelling dat een lotgenoot niet hetzelfde is als een bondgenoot.

Een van de aangrijpendste hoofdstukken uit Een wereld apart is dat over het “Huis van het weerzien', een barak waar gevangenen één tot drie dagen mochten doorbrengen met hun geliefden, die uit alle delen van Rusland naar de Poolcirkel trokken. In theorie had een gevangene eens per jaar recht op zo'n ontmoeting, in de praktijk kwam het neer op eens per drie à vijf jaar. In het Huis van het weerzien speelden zich aangrijpende taferelen af. Zo mocht een gevangene niets vertellen over de ontberingen die hij doorstond. Niet zelden kwam een echtgenote - vaak op aandringen van de Sovjet-autoriteiten - haar gevangen man smeken om een echtscheiding, al was het maar om verlost te zijn van de aantijgingen en scheldpartijen waaraan ze in het dagelijks leven blootstond. Om zo'n bezoek te mogen afleggen moest de aanvrager een oneindig lang bureaucratisch pad bewandelen, en dan nog was de kans op afwijzing groot. Herling verklaart die bureaucratische tegenwerking uit de vastbesloten overtuiging van de NKVD - de voorloper van de KGB - om de Sovjet-burgers te beschermen tegen het virus van de contra-revolutie. Anderzijds denkt hij dat de Sovjet-overheid de toestanden in de werkkampen zo lang mogelijk voor de buitenwereld verborgen wilde houden.

Hoeren

Een ander mooi verhaal is dat van de matroos Vsevolod, die in 1935 in Marseille stiekem van boord glipte om naar de hoeren te gaan. Pas de volgende ochtend keerde hij op het schip terug. De kapitein stopte de zaak in de doofpot. Maar toen Vsevolod zes maanden laten een ansichtkaart van de hoer ontving, kwam alles uit en kreeg hij tien jaar werkkamp. In het kamp is hij een van de gangmakers, die zijn verhalen altijd besluit met : “Broeders, het leven is als een golf in de oceaan. Blijf je boven, dan brengt ze je in veilige haven, maar wanneer je je eronder laat krijgen, neemt ze je mee naar open zee.' Die open zee is voor Herling een metafoor voor het eilandenrijk van de Goelag Archipel, waar het ergste wat je kan overkomen overplaatsing naar Kolyma is, de kampen in Siberië die hij vergelijkt met de gaskamers.

Herlings verhalen zijn rijkgeschakeerde kleuren uit het palet van tegenstrijdigheden die kenmerkend waren voor de Sovjet-Unie. Juist die verscheidenheid maakt Een wereld apart tot zo'n bijzonder boek. De hel verschilt er amper van de gewelddadige buitenwereld, waar misdadigers naast gewone mensen leven, vrouwen door medegevangen worden verkracht, nonnen worden geëxecuteerd omdat ze “niet voor de satan wilden werken', waar een boer gevangen zit omdat hij tijdens de collectivisatie van de landbouw weigerde te onthullen waar hij zijn graan had verborgen, waar muziek gemaakt wordt op de innige manier zoals alleen Russen dat kunnen. De hel waar je naartoe werd gestuurd als je iets deed wat niet strookte met de opvattingen van de communistische partij. De hel waarin miljoenen onschuldige Russen een deel van hun leven hebben doorgebracht.

Gustav Herling: Een wereld apart. Vroege verhalen uit sovjetkampen. Vertaling en nawoord: Jacq Vogelaar. De Bezige Bij, 320 blz. euro 22,50