Laocoön

In het Cultureel Supplement van 13 januari publiceerde David Rijser, onder de titel `Het lieve verdween`, een artikel over de ontdekking van de vermaarde Laocoöngroep in Rome in 1506 en de invloed van deze beeldengroep op de kunst en kunstbeschouwing in latere eeuwen, met name op Raphaël en Michelangelo. Bij dit artikel zijn kritische kanttekeningen te plaatsen. In de eerste plaats meldt Rijser abusievelijk dat de rechterarm van de Laocoön gevonden werd aan de Via Latina. Dit is niet correct. De arm van Laocoön werd gevonden aan de Via Labicana. De Via Latina loopt aan de zuidkant van Rome, terwijl de Via Labicana zich wél bevindt in de onmiddellijke nabijheid van de vindplaats van de Laocoöngroep. Dan de opmerking van Rijser dat de houding van de heilige maagd en haar twee pupillen op Carvagh Madonna van Raphaël `onmiskenbaar` doet denken aan de Laocoöngroep. Zeker, in beide gevallen zien we een volwassen figuur met twee kinderen geplaatst in een piramidale compositie. Maar daarmee houdt, bij onbevangen beschouwing, iedere gelijkenis op. Opgemerkt zij dat juist de Carvagh Madonna op exemplarische wijze het `lieve` laat zien dat door de ontdekking van de Laocoöngroep verdwenen zou zijn. Deze constatering alleen al noopt tot het plaatsen van vraagtekens bij Rijsers centrale stelling