Kansen voor Zuid-Amerikaanse films

Vanavond worden de Tiger Awards bekendgemaakt. La Perrera en Glue, beide over adolescenten, maken een kans. En er is een Waalse film die een prijs verdiend, maar hem niet zal krijgen.

Drie, vier goede films heeft Lee Chang-dong de afgelopen anderhalve week gezien en hij trekt tevreden aan zijn sigaret. Het Zuid-Koreaanse jurylid van het Filmfestival Rotterdam zat gisteravond tot laat in het café van de Doelen te praten met zijn landgenoot Kim Dong-ho, voorzitter van het filmfestival van Pusan, en enkele Nederlandse critici.

Zeggen welke drie films vanavond een Tiger Award zullen krijgen, deed hij natuurlijk niet. Maar zijn gezicht lichtte op bij sommige titels. La Perrera kreeg een brede glimlach. De Urugayaan Manuel Nieto Zas maakte een van de vele films van dit jaar over jongeren die tussen jeugd en volwassenheid zwoegen, in dit geval David die maar wat rondhangt, blowt en masturbeert in het vakantiehuis van zijn vader. La Perrera is uiterst geestig en versuffend tegelijk.

Een andere adolescentenfilm uit het Tiger-programma kreeg gisteren alvast een prijs, van de MovieSquad jongerenjury. Dat was Glue van de Argentijn Alexis dos Santos, naar zijn zeggen een film over 'boiling hormons'. In wilde camerasprongen - soms leek het wel alsof de filmer zo'n ding voor het eerst in handen had - volgt de film 16-jarige Lucas en zijn vrienden op ontdekkingstocht van muziek, roken, snuiven en tongzoenen. Glue is uiterst vitaal en bevat een magistrale scène van (eindelijk) zoenende pubers in een openbaar toilet.

Een andere jury reikte gisteren de Amnesty DOEN Award uit aan Avenge But One of my Two Eyes van de Israëlische maker Avi Mograbi die, wat zwaar op de hand, vooral de Palestijnse kant van het conflict probeert te bekijken. Doen hun zelfmoordenaars nou zoveel anders dan de bijbelse krachtpatser Simson, die een tempel liet instorten boven zijn eigen hoofd om zoveel mogelijk Filistijnen te doden?

Bij alle prijzen die vanavond verder nog in Rotterdam zullen worden verdeeld, ontbreekt ten minste één prachtige film omdat-ie in geen enkel prijs-onderdeel van het festival meedong. Dat is Ça m'est égal si demain n'arrive pas (het kan me niet schelen of morgen nooit komt) van de Waal Guillaume Malandrin. De enige troostprijs die hij nog kan krijgen, is dat de voorstelling van vanavond even vol zit als die van gistermiddag en dat het publiek even enthousiast reageert. Gisteren klapte de Nederlandse regisseur Nanouk Leopold na afloop haar handen blauw.

In een uiterst kort tijdsbestek, 70 minuten, toont Malandrin ons de hoekige Jacques (Jacky Martin) die uit de ouderlijke macht is gezet en een week zijn zoontje mag meenemen van Namen naar Zuid-Frankrijk. Het is bepaald geen sentimentele film over een gelukkige reünie van vader en zoon. Er hangt een soort doem boven de ontmoeting, maar de regisseur is nooit op een akelig effect uit. Hij kijkt en laat ons zelf uitzoeken met wat voor mensen we hier te maken hebben die hun kind afstaan.

Ça m'est égal si demain n'arrive pas, vanavond 22.15 in Pathé Schouwburgplein, Rotterdam.