“Het steeds dieper zoeken'

In de achtste aflevering van “17', een serie gesprekken met bekende vrouwen over hun jeugd, Irene van Lippe-Biesterfeld.

“Dat mystieke gevoel is er altijd geweest. Ik verdween als kind het liefst naar plekken in de natuur waar ik kon wegdromen. Daar had ik het gevoel helemaal mezelf te kunnen zijn. Nu merk ik dat je in die natuur ook jezelf kunt zijn. Dat dat gevoel in orde is. Wat ik later wilde worden wist ik niet. Het was toen zo, door de familie waaruit ik voortkom, dat je niet zomaar een beroep kon kiezen.

“Ik heb de MMS gedaan omdat je daar minder hard hoefde te werken dan op het gymnasium. De MMS was een typische meisjesschool. We moesten jurkjes maken... “vrouwendingen' moesten we doen, stomvervelend. Ik herinner me dat we een babydoll hebben gemaakt. Een babydoll! Wit met blauw, erger is onvoorstelbaar. Het typeert hoe vrouwen in die tijd werden gezien. Je werd klaargestoomd voor een taak naast de man.

“In Utrecht studeren was nieuw, spannend. Ik moest voor een deel rechten studeren, economie, staatsrecht, internationaal recht en een stuk volkenrecht, allemaal om mij erop voor te bereiden mijn zusje te helpen. In godsdienstgroepjes filosofeerden we eindeloos over hoe de wereld in elkaar zat en de zin van het leven.

“Het was prinsjesdag, op de universiteit zaten we midden in de groentijd, maar ik moest natuurlijk in Den Haag aanwezig zijn. Toen ik terug kwam, moest ik op een verhoginkje gaan vertellen hoe het was geweest en... nou ja, dat was buitengewoon intimiderend en ontzettend flauw. En heel makkelijk om iemand als ik daarop af te rekenen. Omdat ik “anders' was dan de anderen, terwijl ik er zo graag gewoon bij wilde horen.

“Vriendjes? Dat kon niet. Ik had altijd een rechercheur bij me, dus als je een leuke jongen zag, dan was die man in de buurt. Natuurlijk waren er verliefdheden, was dat spannend, maar je mocht bijna niets. We mochten zelfs niet eens cheek to cheek dansen en dat was een kwelling natuurlijk! Het kwam niet in je op om daar tegen in te gaan. Zo was dat nou eenmaal.

“Op een feestje in Luxemburg heb ik mijn Spaanse man leren kennen. Ik was vierentwintig toen we trouwden.

“Ik was met mijn man gaan skiën en had een enorme val gemaakt. Tijdens de revalidatie was er alle tijd om boeken te lezen. Ik las Simone de Beauvoir en Betty Friedan, al die vrouwenboeken, en dacht: “Wacht eens even: Dat ben ik!' Het was alsof mij een spiegel werd aangereikt. “Ik ben er voornamelijk als ondersteuning van mijn man.' Het bijzondere was dat die val mij de kans heeft geboden om wakker te worden en te zeggen: “Dit niet meer.'

“In de jaren zestig was Spanje een afgesloten wereld. In de Carlistische partij heb ik een vrouwenafdeling opgericht, dat werd toegestaan mits er een paar mannen bij mochten zitten!

“Het eerste boek dat ik schreef was in het Spaans: Vrouwen in de samenleving. Gesprekken met vrouwen van verschillende partijen, rangen en standen, en ik dacht: “Zo. Dat ligt er.'

“Toen kwam de verkiezingsstrijd. Ik ging overal spreken over vrouwenrechten en het recht op abortus. Er ontstonden enorme ruzies en discussies. Eindelijk iemand die er over sprak. Vlak voor de verkiezingen mocht mijn boek ineens niet verschijnen. Het werd weggeschoven omdat het de partij op dat moment niet uitkwam. Toen werd me duidelijk gemaakt dat ik, als vrouw...

“Het steeds dieper zoeken, daar ben ik mee doorgegaan, en ik heb, los van een kerk, los van mijn familie, een eigen spiritualiteit ontwikkeld.

“Toen mijn boek Dialoog met de natuur uitkwam, is het door veel mensen gelezen, maar er zijn ook venijnige grapjes over gemaakt. Er zijn dingen over gezegd en geschreven die me - zowel in positieve als negatieve zin - diep hebben geraakt. Als je je kwetsbaar opstelt, dan spreek je mensen aan op hun eigen kwetsbaarheid. Als mensen daar niet aan willen, maken ze het belachelijk. Toen ik de eenheid van de natuur onderging, kwam ik zo'n oordeelloze, grenzeloze liefde tegen, dat ik vond dat ik dit niet voor mezelf mocht houden. Ik ben dat aangegaan, omdat ik er veel mensen mee bereik. Voor mij is het belangrijkste dat er verwondering in je leven blijft. Ik heb steeds meer harnas afgelegd.“