Het recht op nieuws

Beschaafde Nederlanders bellen elkaar niet tussen acht en half negen 's avonds, zei de journalist en mediadeskundige Ad van Liempt. Het was kort voor het vijftigjarig bestaan van het NOS Journaal. Ik ben het ermee eens, maar ik wil de telefoonloze periode laten beginnen om half acht, zodat het nieuws van RTL4 er ook bij hoort. Het laatste nieuws, goed gekozen, met vakmanschap geredigeerd en voorgelezen, hoort tot de bastions van onze beschaving. In deze jaren beleven we de eindoverwinning van de mondige burger. Dat zeggen onze cultuurfilosofen, onze politici en dat gelooft hij zelf. Zo'n burger laat zich niet voor de gek houden, hij weet wat er aan de hand is. Dat komt doordat hij naar de journaals kijkt. Wil hij nog meer weten, wat ik me van zo'n mondig mens kan voorstellen, dan koopt hij een goede krant, een weekblad, nog meer bedrukt papier en dan komt het ogenblik waarop hij zich door niemand meer een oor laat aannaaien. Maar alles, onze hele democratie begint met de journaals.

Nu las ik deze week dat het NOS Nieuws, televisie en radio bij elkaar, nog dit jaar 2,5 miljoen euro moet bezuinigen. Er verdwijnen ongeveer 25 banen. Voorzover ik weet hebben de radio en de televisie er geen melding van gemaakt. Daaruit blijkt dat de krant onmisbaar is. Maar dit terzijde. Welke banen gaan daar verloren, wat voor werk hebben die mensen gedaan, wat zal het publiek ervan merken als dit voortaan blijft liggen? Ik vind dat de mondige burger er recht op heeft dit precies te weten. Wordt er afbreuk aan onze democratie gedaan? Daar gaat het tenslotte om.

De buitenlandse correspondenten worden volgens hoofdredacteur Hans Laroes in ieder geval met rust gelaten. Gelukkig. Ik zou Wouter Kurpershoek in Washington en Eddo Rosenthal in Israël niet graag missen. Hetzelfde geldt trouwens voor Max Westerman, die voor RTL4 in New York is en de onvermoeibare veteraan Connie Mus in het Midden-Oosten en Reinoud Broekhuizen, die al sinds ver terug in de vorige eeuw Centraal-Europa en Rusland voor zijn rekening neemt. Zonder hun collega's te onderschatten vind ik dat die mensen langzamerhand voor een journalistieke prijs in aanmerking komen. En wat de bezuinigers ook mogen eisen, laat die mensen blijven. Een goed journalist bouwt, ongeveer als een goed bankier, een verhouding van vertrouwen op met zijn klanten. Dat hoort tot het bedrijfskapitaal van het programma.

In 2003 heeft het kabinet de Publieke Omroep al een bezuiniging van 64 miljoen euro opgelegd. Nu moet er dus nog eens 2,5 miljoen extra worden beknibbeld. Dat gaat dan misschien ten koste van het achtuurjournaal op zondag, dat van 25 minuten tot 10 zou worden teruggebracht. En verder zouden er minder buitenlandse reportages komen. We sturen wel 1.400 man naar Urugzan om daar de democratie te brengen, maar als er deze zomer iets bijzonders op het WK voetballen aan de hand is (dat is altijd het geval) en manschappen van onze missie weten Osama bin Laden gevangen te nemen en dat gebeurt allemaal op zondagavond om een uur of zeven, dan is dat een embarras du choix waarbij ik niet graag in de schoenen van de heer Laroes zou willen staan.

Intussen hebben we gezien dat er bij de NOS op één ding niet is bezuinigd: de begeleiding van het nieuws. Ik bedoel dat astrale schouwspel van hemelvuur en paukenslagen waarmee het Journaal zichzelf aankondigt, het gerinkeldekink tussen twee nieuwsfeiten, en naast het hoofd van de nieuwslezer onze Aarde, die onophoudelijk door bliksems wordt getroffen. Waarom? Ik ben bang dat er een oud misverstand aan ten grondslag ligt: dat je het nieuws zo boeiend en fris mogelijk moet “brengen'.

Dat heb ik al een paar keer geschreven. Ik dank de lezers voor hun bijval. Sommigen stelden voor een actiegroep op te richten. Dat doen stukjesschrijvers niet. Die zijn, als het zo uitkomt, hun eigen actiegroep. Mij gaat het nu om het principe. Alles wat prijs stelt op zijn identiteit, heeft een logo nodig. Symptomatisch voor deze tijd is, het logo zo modern, pittig, verpletterend te maken dat de identiteit eronder dreigt te bezwijken. In die richting gaat het als je, luisterend en kijkend naar Sacha de Boer of Philip Freriks al in afwachting van de volgende knal met bliksem bent. Hoeveel heeft die flauwekul gekost, vroeg ik me af, nog voor ik over de nieuwe bezuinigingen las. En weet mevrouw Medy van der Laan ervan? Nu denk ik: verkoop die voorstelling aan een kermisattractie en betaal er een verslaggever in Urugzan van. Dan loopt het toch nog een beetje goed af.