Frans gebrek aan lef

Het merkwaardige van de Franse opwinding over het vijandige bod van staalconcern Mittal op concurrent Arcelor is dat dit laatste bedrijf technisch gesproken niet Frans is, maar psychologisch natuurlijk wel. Dat zegt iets over de onbeholpen opstelling van Frankrijk tegenover de globalisering.

Eenvoudig gesteld heeft het Franse establishment niets op met de globalisering, maar het weet ook dat er geen kruid tegen gewassen is. Goedkope buitenlandse arbeid, toegang tot de internationale markten, gebruik van de kapitaalmarkten en mondiale schaalvoordelen zijn te belangrijk om te negeren. Vandaar de compromissen die inhouden dat Franse bedrijven mogen profiteren van de voordelen van de globalisering, terwijl het establishment zichzelf blijft inbeelden dat het Franse karakter van zijn nationale kampioenen niet is veranderd.

Deze dubbelhartigheid is het duidelijkst zichtbaar in de totstandkoming van pan-Europese kampioenen. Arcelor, een Frans- Spaans-Luxemburgse fusie, is vergelijkbaar met Airbus, de Frans-Duits-Britse vliegtuigbouwer, en Euronext, de Frans-Nederlands-Belgische aandelenbeurs. Ook het Frans-Duitse Aventis behoorde tot deze categorie, totdat het twee jaar geleden met het volledig Franse Sanofi fuseerde, nadat Franse politici in verzet waren gekomen tegen een overnamepoging door het Zwitserse Novartis.

In bredere zin heeft Frankrijk, door een beroep te doen op de internationale kapitaalmarkten, het Franse gehalte verwaterd van bedrijven die niet zo duidelijk mengvormen zijn. Maar de Fransen zien die bedrijven nog steeds als Frans. Vandaar het misbaar als een concern aanklopt dat op geen enkele wijze pretendeert Frans te zijn - zoals Mittal Steel, dat in Nederland is gevestigd, maar door Indiërs vanuit Londen wordt geleid.

De Franse opwinding is begrijpelijk. Maar de beste manier om de welvaart op de langere termijn te verzekeren, is het omarmen van de vrije markt. Kijk maar naar Engeland, dat in de jaren tachtig de pijnlijke Thatcher-aanpak moest doorstaan, toen een groot deel van zijn traditionele industrieën - waaronder de staalindustrie - werd opgeofferd. Maar nu gaat het het land voor de wind dankzij de bloeiende dienstensector.

Als de Franse politici enig lef hadden, zouden ze dit verhaal vertellen. Maar nu het land zich opmaakt voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar, lijken ze alleen geïnteresseerd in het ophouden van de schone schijn.

Hugo Dixon

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld