Extreem uniek of ongelooflijk cliché

Wat heeft Jonathan Safran Foer toe te voegen aan de moderne Amerikaanse literatuur? Lees en reageer op www. nrc.nl/leesclub

Menige schrijverscarrière is geremd door een succesrijk eerste boek. De Tweede Roman kan werken als een onneembare horde of zelfs een directe afslag naar het writer's block. Sommige auteurs kiezen ervoor om een heel andere richting in te slaan, andere komen met een tussendoortje waarvan ze hopen dat het niet al te serieus wordt genomen; weer andere (Donna Tartt!) doen er jarenlang het zwijgen toe. De verwachtingen zijn zó hoog gespannen dat ze erdoor gewurgd worden.

Zo niet Jonathan Safran Foer. De 28-jarige Amerikaanse schrijver, die in 2002 overrompelend debuteerde met de grappige en inventieve Holocaustroman Everything Is Illuminated (Alles is verlicht), verraste minder dan drie jaar later met een sprankelend geschreven roman over een vroegwijs jongetje in het New York van na 9/11. Hij had zelfs het lef om de basisgegevens van zijn eerste boek - een jongen gaat op zoek naar een familielid in een experimentele roman met drie vertellers - te herhalen. Alles is verlicht ging over een Amerikaan die, vergezeld van een gebrekkig Engels sprekende gids, het verdwenen joodse dorpje van zijn Oekraïense voorvaderen traceert. In Extremely Loud & Incredibly Close (Extreem luid & ongelooflijk dichtbij) spreekt de kleine Oskar Schell, die een raadsel probeert op te lossen dat zijn in het WTC gestorven vader heeft nagelaten. Oskars verhaal wordt afgewisseld met de brieven van zijn grootmoeder, die vertelt over het mislukken van haar huwelijk, en van zijn grootvader, een overlever van het bombardement op Dresden in 1945.

Voor veel lezers, en in elk geval voor mij, ligt de kracht van Extreem luid allereerst in de vertelstem. Oskar, die overduidelijk gebaseerd is op de gelijknamige hoofdpersoon van Die Blechtrommel van Günter Grass, verovert de lezer met zijn humoristische invallen (het boek begint met een paar van zijn gedroomde uitvindingen) en zijn soms kinderlijke logica: “Er [leven] nu meer mensen dan er in de hele geschiedenis van de mensheid zijn doodgegaan. Met andere woorden: als iedereen op hetzelfde moment Hamlet wil spelen, zou dat gewoon niet kunnen omdat er niet genoeg schedels zijn!' (blz. 15). Als ikfiguur is hij vergelijkbaar met verbaal begaafde kwajongens als Huckleberry Finn, Petit Nicolas, en - om een recentere held te noemen - de autistische hoofdpersoon van Mark Haddons succesroman The Curious Incident of the Dog in the Nighttime. Zijn gedachtekronkels maken het boek, en ik merk dan ook dat ik in de hoofdstukken met de verslagen van de grootouders al snel verlang naar het volgende stukje Oskar.

Dat geldt niet voor iedereen. Extreem luid heeft nogal wat negatieve reacties opgeroepen, en sommige daarvan betroffen de hoofdpersoon. Foer zei daar zelf over in een interview met het Cultureel Supplement: ,,Van Oskar is wel gezegd dat je hem in het echte leven nooit tegen zou kunnen komen. Niemand van negen is zó wijs en tegelijkertijd zó wereldvreemd. Maar niets in een boek is echt, het is allemaal verbeelding. Het gaat om het effect ervan op de echte wereld. Misschien ligt daarin wel de taak van de schrijver: een niet-bestaande steen in het meer gooien en zo echte deining in het water veroorzaken. Ik wil dat de rimpelingen echt zijn.''

Het “meer' waarin Foer zijn fictieve steen gooide was de Amerikaanse samenleving na 9/11, en het verwondert dan ook niet dat Extreem luid ook gekritiseerd is omdat de schrijver het supertrauma van de recente Amerikaanse geschiedenis te lijf was gegaan met fictie - humoristische fictie zelfs. Was de tijd wel rijp voor verzonnen verhalen over zo'n enorme ramp? En waar haalde Foer het lef vandaan om parallellen te trekken tussen de vernietiging van Dresden, de atoombom op Hiroshima en de aanslag op het WTC? In interviews onderstreept Foer dat hij niet heeft willen zeggen “dat die drie gebeurtenissen vergelijkbaar zijn in reikwijdte, hoogstens dat de praktische aspecten van dit soort rampen dezelfde zijn: het leed, de wanorde, de machteloosheid. Aan algemene uitspraken over goed en kwaad bezondig ik me niet.'

De boekenkopers die Extreem luid tot een internationale bestseller gemaakt hebben, lijken hem gelijk te geven - en storen zich ook niet aan het overvloedige sentiment of de trucs met de vormgeving: de kleurtjes in de tekst, de foto's die de hang-ups van Oskar illustreren, de typografische grapjes, de aantekeningen in de marge, de bijna lege bladzijden. Maar wat vinden de lezers? “Werkt' Foers aanpak van de recente geschiedenis? Heeft hij wat toe te voegen aan alles wat over 9/11 of de Tweede Wereldoorlog geschreven is? Is het verhaal overtuigend genoeg (“als het niet mijn eigen leven was geweest, had ik het niet geloofd', zegt Oskar op blz. 166)? En dragen de vormexperimenten bij aan de impact die de roman wel of niet heeft? Kortom: hoe uniek is Extreem luid & ongelooflijk dichtbij? Of, om in de termen van Oskar te blijven: hoe waar, en hoe prachtig? (blz. 55)

Volgende week in de Leesclub: Dirk van Weelden over Jonathan Safran Foer als de literaire Oprah Winfrey. Discussieer alvast mee op www.nrc.nl/leesclub, waar ook een dossier over Jonathan Safran Foer te vinden is. Meer informatie over Foer op de website The Ledge (www.the-ledge.nl), die met de Leesclub samenwerkt. “Exteem luid' is, net als de andere titels die in de Leesclub besproken zullen worden, te koop via www.nrc.nl/selectie