Elfentaal

Voor elke rol een eigen stemgeluid - Meryl Streep zette de standaard. Dialecten en accenten zijn steeds belangrijker in films en de dialectcoach is niet meer weg te denken. “Omhoog, dat strottenhoofd.“

“Australisch? Dat is Cockney, maar dan met je mond dicht om de vliegen buiten te houden.“ Die uitspraaktip gaf Mel Gibson ooit aan een collega-acteur. Een voorzichtige poging leert dat hij er niet ver naast zat, maar zo simpel als Gibson het deed voorkomen, is het niet. Niet meer althans. Accenten en dialecten in films zijn volwassen geworden en worden met bijna wetenschappelijke precisie aangeleerd.

Een paar decennia geleden ging het er in films op dit gebied relatief eenvoudig aan toe. In The Sound of Music uit 1965 waren de Oostenrijkers die perfect Engels spraken “goed' en de Oostenrijkers met een Duits accent “fout'. De zeven kinderen riepen voortdurend “Fräulein Maria!“ met een zwaar Californische tongval. En het publiek? Dat maalde niet om een wat meer of minder authentiek idioom. The hills waren immers alive en daar paste die kinderkleding van gordijnstof prachtig bij.

Tegenwoordig zouden vader én kinderen Von Trapp ieder hun eigen dialectleraar hebben gekregen, om het exacte Salzburger upper-class-accent te leren.

“Het filmpubliek van nu hoort steeds beter of dialecten accuraat zijn“, zegt dialectcoach Andrew Jack. De Brit bracht Liv Tyler voor The Lord of the Rings-trilogie de finesses bij van de elfentaal en gaf uitspraakles op de set van Batman Begins. “De filmindustrie heeft door dat de klant serieus genomen wil worden“, zegt Jack. En dus huurt iedere zichzelf respecterende filmproducent een dialectcoach in.

De voorloper van deze beroepsgroep bewees zijn nut tijdens de overgang van stomme naar sprekende film. Een flink aantal acteurs bleek in het bezit van een onaanvaardbaar stemgeluid en werd eenvoudigweg ontslagen. De rest moest op spraakles bij een zogeheten “dialoogcoach'. Niet alleen om een opdringerig accen zegt het al - om te trainen in dialogen. De huidige dialectcoach helpt acteurs bij het instuderen van het juiste accent of dialect voor een bepaalde rol. En de huidige standaard is hoog.

Meryl Streep

Degene die volgens LA Times-filmcriticus Ellen Baskin - en velen met haar - verantwoordelijk wordt gehouden voor het hoge niveau van filmdialecten, is Meryl Streep. Sinds 1982 geldt haar prestatieniveau in de Amerikaanse filmwereld als de maatstaf waaraan andere prestaties worden afgemeten, aldus Baskin. Wat ze dat jaar in Sophie's Choice deed, in haar Oscarwinnende rol als getergde Poolse vrouw, was op het gebied van dialecten inderdaad niet eerder vertoond. Ze laveerde tussen Pools-Amerikaans, Pools met het stadsaccent van Warschau en Pools-Duits. Loftuitingen lacht Meryl Streep meestal weg. “Dat is als een compliment krijgen vanwege mijn schoenmaat“, zei ze eens.

Anne-Marie Speed, freelance spraakcoach en docent aan de Londense Royal Academy of Music, roemt niet alleen de perfectie die de Amerikaanse actrice nastreeft in haar uitspraak, maar ook de intelligentie waarmee zij de bijbehorende cultuur van een personage overneemt. Streep kopieert zelfs de karakteristieke lichaamstaal van die cultuur: een subtiel handgebaartje hier of een brede armzwaai daar. “Het is onvoorstelbaar. In The Bridges of Madison County (1995) wás Streep een Italiaanse vrouw“, aldus Speed.

Ze wil af van het sprookje dat goede acteurs alleen goed zouden zijn omdat ze talent hebben. Doorzettingsvermogen is volgens haar de enige sleutel tot succes. “Het vereist een enorme discipline om zo goed te worden als Robert de Niro of Meryl Streep.“

De meeste dialectcoaches zijn zelf begonnen als acteur. Dat maakt het werk soms lastig, vindt Speed, eveneens in het bezit van een acteursdiploma. Drie jaar geleden moest zij de jonge Duitse actrice Alexandra Maria Lara Received Pronunciation, ofwel Standaard Engels aanleren. De latere hoofdrolspeelster in Der Untergang (2004) liet Speed voor aanvang van de lessen uiterst beleefd weten dat ze geen hulp behoefde met acteren, alleen met het accent. “En ze had absoluut gelijk“, aldus Speed. “Dialectles is geen acteerles.“

De lesmethodes zijn talrijk. Imitatie van uitspraak, uitgaan van mimiek of van motoriek is mogelijk, maar eerder kiezen coaches voor een wetenschappelijke benadering. Speed gebruikt de oefenmethode van stemonderzoeker Jo Estill. Daarmee is elk gewenst geluid te produceren door een getrainde, onafhankelijke beheersing van elk onderdeel van het stemapparaat, los van voorkeur of smaak, zegt Speed. Moet een acteur een geloofwaardige dwerg neerzetten in een Disney-film? Het strottenhoofd gaat simpelweg omhoog.

Vrijwel alle in Groot-Brittannië en Amerika opgeleide dialectcoaches werken met IPA, het International Phonetic Alphabet. Dit Grieks ogende snelschrift verenigt alle in de wereld voorkomende klanken in zich. Het is volgens coach Andrew Jack een zeer effectieve en tijdbesparende werkwijze.

Hóe effectief bleek tijdens de opnames van Batman Begins (2005). In de openingsscènes zit een opzettelijk onverstaanbaar stukje tekst. Jack: “Dit weet niemand: het is Japans, maar dan achterstevoren.“ Hoewel geen mens het ooit als zodanig zou herkennen, moesten de woorden letterlijk achterstevoren worden uitgesproken door de acteur. En dus maakte Jack een fonetische transcriptie die feilloos werd gereproduceerd door acteur Ken Watanabe. “Daarom werk ik graag met Japanners: die leren IPA op school.“ Een tamelijk omslachtige werkwijze voor een paar zinnen, maar het maakt eens te meer duidelijk hoe onmisbaar de dialectcoach zich heeft gemaakt.

Orcs

Behalve de leerling moet ook de leraar aan de slag. Immers, hij kan een ander alleen maar aanleren wat hij ook zelf onder de knie heeft. Voor The Lord of the Rings maakte Jack zich niet alleen het Elvish meester, maar ook het kelige Cockney van de weerzinwekkende Orcs.

De taken van een dialectcoach beperken zich niet tot lesgeven alleen. Wenselijk voor elke filmproductie zijn een waterdicht werkplan en een dialectontwerp. Voor Ride With The Devil (1999), een epos over de Amerikaanse Burgeroorlog, kreeg de Engelse dialect- en accentcoach Paul Meier zeventig acteurs onder zijn hoede. Dat betekende maanden vooraf voor iedere acteur een bandje inspreken. Maar het belangrijkst was de zoektocht naar een geschikt dialect voor dat tijdperk.

“In een film die zich afspeelt in de oudheid mag geen herkenbaar hedendaags taalgebruik te horen zijn“, doceert Jack. In Troy (2004), het verhaal over de oorlog om de mooie Helena, gaf hij daarom alle Trojanen het Received Pronunciation. Omdat dit wereldwijd door een Engelssprekend publiek wordt begrepen en tegelijkertijd de meest geloofwaardige taal is voor historische films. Toevallig spraken alle acteurs die Trojanen speelden, onder wie Orlando Bloom, Brits.

Voor de “Grieken' lag het anders. Deze acteurs van beide kanten van de Atlantische Oceaan spraken stuk voor stuk een ander Engelstalig dialect. Vakman Jack wist uit het Amerikaans, Schots, Iers, Yorks, Engels en Canadees uiteindelijk één klinker te distilleren die uit alle monden hetzelfde klonk. Deze “ò', als in het woord “top', werd de gemene deler die alle acteurs herkenbaar maakte als Grieken. Her en der werd nog gewerkt aan een individueel accent of een iets te opvallend spraakritme. De voor Schotten, Ieren en Amerikanen - en dus ook voor Brad “Achilles' Pitt - zo kenmerkende “r' werd ook aangepakt. Een accent aanleren betekent immers in eerste instantie de eigen tongval afleren.

Een goed doordacht plan bevordert eenheid en continuïteit in een film. Een accentontwerp moet zijn afgestemd op de regio waarin een verhaal zich afspeelt. Familieleden spreken onderling het liefst met dezelfde tongval. En een kind dat in dezelfde film ook als volwassene voorkomt, moet niet alleen op die volwassen versie lijken, maar ook als die volwassen versie klínken.

Soms gaat het mis. Zoals bij het taalgebruik in de miljoenenproductie Alexander (2004). Regisseur Oliver Stone, toch al niet bekend vanwege subtiele nuances in zijn werk, laat Grieken, Macedoniërs en andere buitenlui respectievelijk Iers, Schots en Welsh spreken. De kijker waant zich in een sketch van Monty Python. Het accent van de Macedonische soldaten doet vermoeden dat er na elke berg een whiskybar zal opdoemen. En de Transsylvaanse tongval die Angelina Jolie haar koningin Olympias heeft toebedacht, werkt ook op de lachspieren.

Thanks-a-bunch

Er zijn acteurs die voorgoed “besmet' blijven met een dialect. Francis McDormand, bekend van haar Oscarwinnende rol in Fargo (1996) wordt dagelijks door mensen op de schouder getikt. “Of zij hún versie van haar accent even mogen laten horen“, vertelt ze in een interview met regisseur Cameron Crowe. Dat is begrijpelijk. De oneliners van haar alter ego, de hoogzwangere Marge Gunderson, in dat doorgedraaide North Dakota-accent - Thanks-a-bunch en You-got-that-right - waren instant klassiekers. Ze werden overal bejubeld, behalve door de inwoners van North Dakota. Die hadden geen idee waar dat accent vandaan kwam.

Onlosmakelijk verbonden met zijn creaties waren de stemvondsten van Peter Sellers. Zijn Clouseau-Engels was briljant, evenals het Indiaas van de tenenkrommend- onhandige figurant Hrundi V. Bakshi in The Party (1968). De in werkelijkheid pijnlijk verlegen en onzekere Pink Panther-acteur verklapte ooit in een Playboy-interview geen eigen geluid te hebben. Hij nam dat eenvoudigweg over van zijn omgeving. Accenten vormden de kern van zijn rollen: hij begon met de stem en vond vervolgens de rest van zijn personage.

Om te komen tot een geschikt accent of stemgeluid is het omgekeerde ook mogelijk. Het is een werkwijze die film- en televisieacteur Sean Hayes toepast voor zijn rol als Jack McFarland in de Amerikaanse sitcom Will & Grace. Daarin is Jacks homofiele geaardheid tot in het absurde uitvergroot. Om zijn karakter vorm te geven kopieert Hayes het gedrag en de motoriek van puberende schoolmeisjes, zo vertelt hij in Will & Grace, Faboulously Uncensored.

Meryl Streep - daar is ze weer - staat ook bovenaan Paul Meiers favorietenlijstje, voornamelijk vanwege haar specifieke werkwijze. Working from life wordt die genoemd in de Verenigde Staten. Streep zoekt een voorbeeld uit het echte leven en vervolgens wórdt ze dat type. Meier: “Een zeldzame vaardigheid. Binnen twee minuten vergeet je dat zíj het is.“

Naar verluidt wordt Renée Zellweger voorzichtig genoemd als haar opvolger. Zij heeft een vergelijkbare drive tot perfectie in accenten.

Natuurlijk wenst iedere coach of regisseur zich dergelijke toegewijde acteurs en actrices. Maar het kan ook te ver gaan. Een authentieke tongval is leuk, maar moet geen doel op zichzelf worden. Het publiek wil in eerste instantie een acteur zien die goed acteert. Iconen als Jack Nicholson en Sean Connery kennen het IPA vast niet, en Al Pacino zal wel nooit een geloofwaardig Frans accent neerzetten. Of Mel Gibson moet nog een goede tip hebben.