Een school is geen bedrijf

Het artikel 'Goede docenten vinden en vooral houden' van Jan Bouwens (Opiniepagina, 19 januari) illustreert de gemakzucht waarmee de particuliere onderneming als voorbeeld wordt genomen voor het onderwijs. Het lijkt allemaal eenvoudig, de rector is de baas, die beoordeelt de leraren en stelt de beloning vast, en de goeden krijgen meer dan de zwakke broeders. Nog een voordeel: er is geen extra geld nodig voor onderwijs, met een herverdelingsoperatie lossen we alle problemen op. Zo eenvoudig is het helaas niet.

De magere belangstelling voor het beroep van leraar voortgezet onderwijs heeft veel oorzaken en bezuinigingen spelen wel degelijk mee. Zo is de lestaak in ons land substantieel zwaarder dan in vergelijkbare landen en het onderwijs legt het af in de concurrentie met andere beroepen. Daarnaast speelt de positie van de leraar binnen het onderwijs een grote rol. Hoewel de politieke trend van nu méér verantwoordelijkheden bij het onderwijs zelf zegt te leggen, merkt de leraar daar niets van. Daarom is de essentiële vraag: is de leraar een autonome professional met een eigen inhoudelijke verantwoordelijkheid, of is hij een pion in het spel van besturen, schoolleiders en pedagogische centra?

De salarisverschillen noemt Bouwens 'onverklaarbaar'. De verklaring is echter niet zo moeilijk: door bezuinigingen en overgangsrechten, met daar overheen een nieuwe salarissystematiek is een wonderlijk salarispatroon ontstaan. Schoolbesturen maken het leraarsberoep, het echte onderwijzen, extra onaantrekkelijk door aan leraren uitsluitend de laagst mogelijk salarisschaal toe te kennen. Managementtaken buiten de klas worden hoger gewaardeerd.

Bouwens beveelt aan meer verschillen aan te brengen tussen docentfuncties, en de beloning te differentiëren. Functiedifferentiatie komt al redelijk op gang in het voortgezet onderwijs, maar niet tot ieders genoegen. Vaak probeert men te besparen door lessen door assistenten te laten geven, en de hoger gewaardeerde functies worden vaak ingevuld met allerlei managementtaken, met een negatieve uitstraling voor het eigenlijke werk met leerlingen.

Om kwaliteit te kunnen honoreren moet men beschikken over criteria. Wat is een goede leraar en hoe wordt dat beoordeeld? Bouwens gaat er van uit dat de rector beschikt over perfecte informatie. Is dat wel zo? Directeuren zullen degenen die het met hen eens zijn de beste docenten vinden, terwijl het dan vaak om volgzaamheid of gebrek aan ideeën gaat.

Docenten redeneren vanuit een verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en het niveau, directies vanuit klantrelaties en het imago van de school. De samenleving heeft er baat bij dat beide invalshoeken in evenwicht zijn.

Walter Dresscher is voorzitter van de Algemene Onderwijsbond