Disco in Ramallah

Met dansmarathons in Ramallah en karaoke-avonden in Bogotá biedt de Britse kunstenaar Phil Collins het gewone volk een podium. “Ik wil dat het publiek compleet verliefd op ze wordt.“

'Ah, je bent helemaal leerloos.“ Goedkeurend kijkt de Britse kunstenaar Phil Collins tijdens het handenschudden naar mijn linnen gympen. “Ben je ook vegetariër? O, wel vis. Een fishetarian dus. Nee, dat zou ik niet over mijn hart kunnen verkrijgen.“

Het was een beetje te verwachten, deze principiële begroeting. Een man wiens bekendste kunstwerk een karaokemachine is die louter liedjes van The Smiths speelt, moet wel een dierenvriend zijn. Je kunt niet jarenlang heimelijk verliefd zijn op Smiths-zanger Morrissey en intussen zijn belangrijkste adagium Meat is Murder in de wind slaan.

Phil Collins (Runcorn, 1970), niet te verwarren met zijn musicerende naamgenoot, is in Rotterdam om zijn installatie Return of the Real op te bouwen in het Nederlands Fotomuseum. Het werk maakt deel uit van Exposing Cinema, het beeldende-kunstprogramma van het Rotterdams Filmfestival. Later in de week zal Collins naar Gent vertrekken, waar hij in het SMAK een tweede solotentoonstelling mag inrichten.

In zijn hoofd is het een soepzooitje, verontschuldigt hij zich bij voorbaat. “Ik moest vannacht om vier uur op om het vliegtuig te halen, dus geslapen heb ik niet. Als ik begin te ijlen moet je het zeggen.“ Maar zijn ontwapenende charme maakt veel goed. Als we een café aan de Witte de Withstraat binnenstappen, grijpt hij direct de handen van de serveerster, om duidelijk te maken hoe koud het buiten is.

Collins is een typische exponent van de generatie airport artists, die sinds de jaren negentig van zich liet horen - kunstenaars die voortdurend van biënnale naar biënnale trekken en die hun kunstwerken bij voorkeur onderweg tot stand laten komen. Ook Collins voert zijn kunstwerken bijna altijd ter plekke uit, het liefst door de hulp in te roepen van de lokale bevolking. De taal die hij spreekt is die van de populaire cultuur. Hij maakt popvideo's, organiseert discofeesten, en heeft een passie voor snapshots.

Zijn installatie Return of the Real (2005) gaat over de invloed die reality-televisie kan hebben op het leven van doodgewone mensen. Het kunstwerk, een verzameling foto's en video's, was in september voor het eerst te zien op de Biënnale van Istanbul. Collins had in de weken voor de opening een reünie georganiseerd voor enkele tientallen ex-televisiesterren. Ook belegde hij een persconferentie waarin de Turkse mannen en vrouwen openhartig vertelden over hun ervaringen. En hij gaf alle deelnemers de kans zich te laten fotograferen in een lokale glamourstudio, zodat de voormalige sterren zich nog één keer beroemd konden wanen.

“Het is een kunstwerk dat feitelijk op iedere plek ter wereld gemaakt zou kunnen worden“, zegt Collins. “Het gaat over mensen wier leven geruïneerd is doordat ze hebben meegedaan aan een talkshow of realityshow. Ik ben vooral geïnteresseerd in programma's waarin mensen allerlei bekentenissen doen - het soort televisie waarbij de werkende klasse als entertainment mag dienen. De deelnemers wordt beloofd dat hun huwelijksperikelen of seksuele problemen zullen worden opgelost. Veel van die mensen hebben geen geld voor een therapeut. Dus gaan Britten naar de shows van Trisha Goddard of Jeremy Kyle.“

Voor zijn project wilde Collins onderzoeken hoe het Amerikaanse model van de realityshow werd toegepast op de Turkse televisie. “Dit soort programma's komt voort uit het protestantse idee van bekentenis doen“, zegt hij. “Niet het katholieke biechten in een besloten hokje, maar opstaan voor een grote groep en zeggen: ik heb dit gedaan. Ik vroeg me af of dat format in een moslimcultuur als Turkije zou zijn aangepast, en als dat niet zo was, of dat dan een vergissing was.“

Hij leek meteen gelijk te krijgen. Kort nadat Collins in Istanbul zijn zoektocht naar voormalige tv-kandidaten was begonnen, deden zich twee gevallen van eerwraak voor en pleegde een van de ex-deelnemers zelfmoord. De meeste realityshows werden vervolgens uit de lucht gehaald. Collins: “Traditiegetrouw is dit soort talkshows het terrein van vrouwen. Er wordt een sfeer gecreëerd waarin je over privé-dingen vertelt. De camera heeft de buitengewone kracht om je dingen te laten zeggen die je partner of familie niet eens weten. Onderwerpen als ontucht, huiselijk geweld en verkrachting komen vaak aan de orde. In Turkije deed dat veel stof opwaaien. Zoveel zelfs dat mannelijke gezinsleden uit schaamte hun moeder of zus doodschoten.''

Toen Collins uiteindelijk in contact kwam met de mensen die ooit gast waren geweest in de Turkse talkshows, bleken de meeste van hen graag over hun ervaringen in de shows te willen praten. “Ik wilde een congres organiseren waar de belangrijkste televisiestations bij aanwezig zouden zijn. De deelnemers werden helemaal in de watten gelegd, ze verbleven in het beste hotel van Turkije, ontvingen een flink honorarium en mochten zeggen wat ze wilden. CNN was erbij, en de Turkse publieke zender. Het belangrijkste doel was de grieven van de ex-deelnemers boven tafel te krijgen. En natuurlijk speelde voor sommigen mee dat ze een kans kregen opnieuw op tv te verschijnen.“

Sinds de Biënnale van Istanbul is Return of the Real uitgebreid met een serie interviews, tien video's van ieder een uur. Collins was zo brutaal om de regisseur van een plastische-chirurgieshow à la Extreme Makeover te vragen de ex-deelnemers te ondervragen. Beide personen, beul en slachtoffer, zijn een uur lang ononderbroken in beeld. Collins gaf aanwijzingen en was bij de interviews aanwezig als geluidstechnicus, maar kon de gesprekken zelf niet volgen. “Ik was benieuwd hoe ver zo'n regisseur in een dergelijk gesprek zou gaan. Of hij zou willen provoceren, of juist bepaalde taboes zou respecteren. In sommige gevallen kwam de interviewer er nauwelijks tussen, legde de gast hem het zwijgen op. Dat was fantastisch om te zien.“

Exploiteren

Het heeft iets pijnlijks om te kijken naar mensen wier leven ooit overhoop is gegooid en die nu, uit hoofde van de kunst, terugkeren naar een vergelijkbare situatie. Blijkbaar is de hang naar roem zo groot dat men zich graag opnieuw laat exploiteren. Collins is zich van die spanning bewust. Hij biedt mensen een podium, maar zet ze ook te kijk. “Dit soort projecten komt niet zonder slag of stoot tot stand“, zegt hij. “Ik zie mijzelf niet als een weldoener, ik ben niet het soort ethische kunstenaar dat arme wijken in trekt om iets voor de gemeenschap te doen. Er zit altijd een vorm van provocatie in mijn werk, en dus ook een vorm van exploitatie.“

De Smiths-karaoke is daarvan een mooi voorbeeld. De eerste versie, El mundo no escuchará (De wereld zal niet luisteren) uit 2004, maakte Collins in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá. Hij nodigde plaatselijke musici uit om alle nummers van het Smiths-verzamelalbum The World Won't Listen na te spelen en riep vervolgens via posters en flyers “de verlegenen, de ontevredenen en de narcisten' op om te komen schitteren op het karaoke-podium. Zestig zangers, de een nog minder getalenteerd dan de ander, gaven aan die oproep gehoor. Uit het aanbod stelde Collins een compilatie samen die exact de volgorde van de originele plaat uit 1987 volgt.

Het is een onvergetelijke ervaring om de jonge Colombianen in perfect Manchester-Engels “Panic on the Streets of Londen“ te horen zingen. De new wave-mode uit de jaren tachtig blijkt bij de deelnemers nog altijd geliefd - zwartomrande ogen en piekerige Cure-kapsels voeren de boventoon. Het contrast met de kitscherige achtergrond, waar wall posters van zonsondergangen en mediterrane stranden zijn opgehangen, kon haast niet groter zijn. Allemaal geven de deelnemers zich met hart en ziel over aan de teksten over eenzaamheid en liefdesverdriet. En bijna allemaal falen ze hopeloos. De beelden zijn mooi en kwellend tegelijk.

Zelf is Collins nog steeds idolaat van de Britse band. “Ik denk minstens twintig keer per dag aan The Smiths“, geeft hij toe. “Tijdens het Thatcher-tijdperk speelden ze een essentiële rol in mijn leven. Dat was zo'n afschuwelijke tijd om in op te groeien. The Smiths boden een manier om te ontsnappen. Ze creëerden een complete wereld die je kon binnengaan. De teksten spraken direct over je eigen ervaringen, over het gevoel vast te zitten bijvoorbeeld. Ze waren emotioneel, maar vaak ook erg grappig. Ik ben er nooit helemaal overheen gegroeid.

“Natuurlijk had ik ook een Cure-karaoke kunnen doen, of de impact van U2 in Afrika kunnen onderzoeken. Maar het bijzondere aan The Smiths is dat hun fans heel toegewijd zijn. Het lijkt haast een religieuze beweging. En je vindt ze overal ter wereld. Een van de aspecten die ik met mijn project onder de aandacht wilde brengen is dat wij zo'n gelimiteerd begrip hebben van andere plekken in de wereld. Wij associëren Colombia vooral met cocaïne, kidnapping, koffie en salsa. Door deze video leer je de Colombianen als individuen kennen. Je kunt je met hen identificeren. Ik wil dat het publiek compleet verliefd op ze wordt.“

Vorig jaar heeft Collins de karaoke herhaald in Istanbul, waar zich ook een hele subcultuur van Smith-fans bleek te bevinden. En ook daar bleek het een gouden formule om de introverte pubers de longen uit hun lijf te zien zingen. In de video Dünya Dinlemiyor (2005) maakt vooral de jongen in het Franz Kafka-shirt indruk, die met een flesje Efes-bier in zijn hand bloedserieus staat te zingen voor een foto van de Zwitserse Alpen. Hij kent de muziek noot voor noot, heeft bij iedere drumroffel een eigen danspas. Dit is muziek die grenzeloos is.

Collins: “Het is verbazingwekkend te ontdekken dat deze muziek zo'n reikwijdte had. De teksten van The Smiths gaan over heel specifieke straten, of over de regen in Manchester. Daarbij was het een indie-band, die het moest opnemen tegen al die lelijke mainstream-muziek van Tina Turner en Elton John en Phil Collins.“

Drummer

Phil Collins. Wat heeft hij die naam gehaat. Sinds zijn elfde, toen de drummer van Genesis echt beroemd werd, is hij er genadeloos mee gepest. “Iedere keer dat ik mijn naam moest zeggen, toch zeker een keer of vijf per dag, voelde ik me weer gegeneerd. Tijdens mijn jeugd heb ik mijn naam nooit met mijzelf geassocieerd. En zelfs als ik nu mijn naam in een krant lees, denk ik dat ze het niet over mij maar over die ander hebben. Wat ook wel weer zijn voordeel heeft, want daardoor heb ik mijzelf nooit serieus kunnen nemen.“

Dat hij kunstenaar wilde worden, ontdekte Collins pas op latere leeftijd. Hij studeerde literatuur en film aan de universiteit van Manchester, gaf een tijdje les in filmtheorie en vertrok op zijn 28ste naar Belfast om aan de universiteit van Ulster zijn masterstitel in de beeldende kunst te halen. “Van huis uit werd ik niet veel met kunst geconfronteerd. Je ging niet naar galeries, daar had je het lef niet voor. Als je zei: ik wil schilder worden, of dichter, was dat iets lachwekkends. In veel kringen is dat nog steeds zo. Dat ik nu kunst mag maken, zie ik als een voorrecht. De meeste mensen moeten hun brood op een vervelendere wijze verdienen.

“Ik ben het fundamenteel oneens met de zogenaamde verheven positie die kunst inneemt. Er is niets esoterisch aan het artistieke proces. Voor mij biedt kunst de mogelijkheid om discussies te voeren die je op andere plekken, zoals film of televisie, niet kwijt kunt. Te vaak vervreemdt kunst zich van het alledaagse leven. In mijn werk draait het daarom altijd om het contact met mensen.“

Opvallend is dat Collins' interesse daarbij steevast uitgaat naar mensen die leven in gebieden die worden geteisterd door conflicten. Gewone mensen, in ongewone omstandigheden. Zijn eerste video, How to Make a Refugee (1999), maakte hij op de grens van Macedonië en Kosovo. De film gaat over de gênante manier waarop de media een jonge Albanees uit Kosovo interviewen. Latere reizen brachten de kunstenaar in Bagdad, waar hij in navolging van Andy Warhol een serie Screentests (2002) maakte, in San Sebastian, op Ground Zero in New York en in Ramallah. In de Palestijnse stad organiseerde Collins een acht uur lange dansmarathon, waarbij de plaatselijke bevolking zich tegen betaling kon uitleven op westerse popmuziek.

“Ik ben altijd op zoek naar plekken die me op politiek gebied interesseren. Meestal zijn dat landen waar Groot-Brittannië zich mee bemoeit, waar het bommen gooit of waaraan het financiële steun verleent. Ik vind het compleet crimineel dat mijn land betrokken is bij de bezetting van Irak. Dus als ik naar zo'n plek ga, is dat omdat ik uit Groot-Brittannië kom en omdat ik wil zien wat mijn land daar aanricht. Ik snap niet dat er niet meer mensen naar Bagdad komen, om te kijken of ze het daarmee eens zijn.“

Collins ontkent dat hij zo langzamerhand de rol van oorlogsverslaggever aan het spelen is. “Ik stel een ander soort vragen dan de journalistiek. Ook oorlogsverslaggevers hebben hun eigen agenda en hun eigen belangen. Die zullen de wereld niet vertellen dat ze in een vijfsterrenhotel slapen. Ze tonen maar een heel klein deel van de werkelijkheid - het deel dat in hun verhaal past.“

Maar hoe komt hij vervolgens op het bizarre idee om voor zijn film They Shoot Horses (2004) jonge Palestijnen een werkdag lang op Joy Division en Britney Spears te laten dansen? “Als dat een bizar idee is, zou het dat niet moeten zijn“, reageert Collins getergd. “Want ook in Ramallah gaat de jeugd iedere dag naar de disco. Dus als wij niet weten dat Palestijnen drinken, bars hebben en weten wie Beyoncé is, dan is de meest voor de hand liggende vraag: wat is er nog meer buiten beeld gehouden?“

Collins heeft er met They Shoot Horses bewust voor gekozen de politieke situatie buiten zijn film te laten. Al dringt de dagelijkse realiteit zich af en toe toch op als de stroom uitvalt of een nabije moskee oproept tot het middaggebed. “Het is natuurlijk een nogal buitensporig voorstel om naar een plek te gaan waar zoveel onrecht is, een plaats doordrenkt met verdriet, en daar zoiets oppervlakkigs als een dansmarathon te organiseren. En om die film vol dansende Palestijnen vervolgens te laten zien in musea in Europa en Amerika. Dat is wreed. Dat is exploitatie.“

De kunstenaar zucht nog eens diep, wrijft in zijn ogen en zegt dan dat-ie nu echt in een delirium begint te raken. “Ik moet naar bed.“ Ten afscheid beloof ik hem dat ik 's avonds mijn Smiths-platen onder het stof vandaan zal halen. “Goed zo“, zegt hij terwijl hij zich in zijn ribfluwelen jas hijst. “Een dag zonder Morrissey is een dag niet geleefd.“

Tentoonstellingen: Phil Collins, The Return of the Real. T/m 26 febr in het Nederlands Fotomuseum, Witte de Withstraat 63, Rotterdam. Di t/m zo 11-17u. Inl: 010-2132011 of www.nederlandsfotomuseum.nl. Phil Collins, El mundo no escucherá. T/m 2 april in het SMAK, Citadelpark, Gent. Di t/m zo 10-18u. Inl: www.smak.be