De schorpioen steekt weer

Het is alweer tien jaar geleden dat de stripgrootheid Hugo Pratt overleed, maar zijn werk blijft populair. Uitgeverij Casterman herdrukt het ene na het andere boek van Pratt en heeft zelfs het lef zijn onafgeronde serie Woestijnschorpioenen nieuw leven in te blazen. In de aanloop naar die reanimatie, door Pierre Wazem, werden alle eerdere delen van de serie ingekleurd en opnieuw uitgegeven. Allemaal voorzien van extra's, zoals overpeinzingen van de auteur, beschouwingen door kenners, aquarellen, schetsen, documentatie. Leuk voor wie alleen de beduimelde zwart-wituitgaven had en interessant bij een eerste kennismaking.

Maar hoe zit het nu met die nieuwe Woestijnschorpioenen? Is het langverwachte vervolg op kapitein Koïnsky's bizarre oorlogsavonturen in de desolate Ethiopische woestijn een succes, of net zo'n debâcle als de nieuwe avonturen van Blake en Mortimer? Als er dan toch een vervolg gemaakt moest worden, had het niet beter kunnen zijn dan wat de jonge Zwitser Pierre Wazem ervan heeft gemaakt. Wazem werd gevraagd voor dit project wegens zijn boek Bretagne. Daarin blikt een Bretonse officier terug op zijn leven waarin hij onder meer vocht in de woestijn. Wazems kale, schetsmatige tekenstijl vol poëtische, tekstloze passages, deed een grote invloed van Pratt vermoeden. Hoewel Wazem dus is beïnvloed door de soepele zwart-witstijl van Pratt, is hij geen copycat. Zijn tekenwerk voor De Woestijnschorpioenen is gedurfd hedendaags en vertoont gelijkenissen met andere Franse tekenaars, waarin bijna altijd een zweem van de École Pigalle (de “Mijnheer Johanstijl') is te herkennen. Wazems lijnvoering is minder direct dan die van Pratt, en hij vult de tekeningen meer op. Zijn personages zijn meestal herkenbaar en geloofwaardig - op één na: de gekke Italiaan “soldaat Mietje', die met ogen die constant uit de kassen lijken te rollen, karikaturaler is getekend dan de andere.

In Amerika is het gangbaar dat personages eigendom zijn van de uitgever, die voortdurend nieuwe “teams' op een superheld zetten. In Europa is het idee van de tekenaar-scenarist nog steeds dominant en dus heeft Wazem De weg van de koorts zowel getekend als geschreven. Dat hij niet over een nacht ijs is gegaan, blijkt uit het chic uitgegeven “making off'- boek La trace du Scorpion. Samen met Jean-Claude Guilbert, die soldaat was in de Algerijnse oorlog, veel reisde met Hugo Pratt en woonachtig is in Addis Ababa, trok hij een aantal weken door het decor van de Woestijnschorpioenen. In La trace du Scorpion staan veel fraaie zwart-witfoto's, schetsen en verhelderende interviews met zowel Wazem als Guilbert. Guilbert voorziet Wazem van tips en verhaal-ideeën, waarna de tekenaar naar eigen inzicht het verhaal verzint en tekent.

Liefhebbers van Pratts oorspronkelijke strip kunnen opgelucht ademhalen; de woestijnen van Wazem zijn nog steeds kaal en dunbevolkt met verdwaalde Italiaanse, Britse, Duitse en Franse soldaten die niet weten waar de frontlinie is en met wie ze moeten samenwerken of vechten. Te midden van al die actuele oorlogswaanzin blijft Koïnsky een koele kikker.

Pierre Wazem: De Woestijnschorpioenen 4. De weg van de koorts. Casterman, 96 blz, euro 17,50

Alain Borer en Antoine Duplan: Éthiopie, la trace du scorpion. Casterman, 104 blz, euro 24,95