De grote oversteek

Nederlandse podium- kunstenaars willen graag in de VS werken. Op de APAP-beurs in New York voegt de kunst zich naar de afnemer. “Het is een veemarkt, maar we komen toch.“

De groep Eva Dean Dance, voor hun optreden in Bounce foto Claudia van Rouendal © claudia van rouendal. 'doorloop' van de voorstelling tijdens APAP van Anouk van Dijk. hier twee van de vier dansers. Rouendal, Claudia van

Als je een plan niet in drie zinnen kunt uitleggen is het niets waard. Dat is de leidraad van de Association of Performing Arts Presenters (APAP) in New York, de grootste podiumkunstenbeurs van de Verenigde Staten. Vier dagen lang drommen ruim vierduizend programmeurs, kunstenaars en kunstvertegenwoordigers samen, om hun waar aan te bieden en elkaar te bekijken. Het wordt de “gateway naar Amerika' genoemd; wie in de smaak valt op de beurs, maakt kans op een mooie tournee door het land. En daarom wordt het overvolle programma, de hijgerige sfeer en de stortvloed aan optredens door iedereen voor lief genomen. “We vinden het een nare veemarkt, maar we komen toch“, aldus een theaterdirecteur.

Omdat er zoveel mensen zijn, hebben de artiesten dikwijls niet meer dan tien minuten om een fragment uit hun voorstelling te tonen; een showcase. Voor de bezoekers is het handig; zo passen er gemakkelijk zestien voorstellingen op een middag, al blijft het onmogelijk om in de vier dagen van de beurs de duizend showcases allemaal te zien.

Het is een praktische, maar nogal afschrikwekkende werkwijze - alsof je een schilder wegens ruimtegebrek vraagt maar een kwart van zijn schilderij te tonen. Bovendien zijn de omstandigheden matig, want de showcases spelen zich overal in de stad af. In de suites van het Hilton, waar ook de “marktplaats' van de APAP zich bevindt, in repetitieruimtes, op iedere plek waar publiek past. Altijd zijn er te weinig theaterlampen, voor decor is geen plaats. Bij het begin van elke showcase mag de artistiek leider zijn werk aanprijzen. Meestal hoor je dan hoe goedkoop het stuk is, hoe makkelijk ermee te reizen valt en hoe de kwaliteit daar absoluut niet onder te lijden heeft. In die volgorde.

Kunst heeft zich te voegen naar de vraag van de afnemer. In Nederland is het nog niet zover, maar het idee wint veld. Scholen bestellen bijvoorbeeld steeds vaker theatervoorstellingen “waar kinderen van leren dat ze niet moeten pesten'. Stadsbesturen zien in kunst een middel om integratie te bevorderen; de overheid ziet prestige en andere politieke of economische voordelen. Het “nut' van kunst mag niet langer beperkt blijven tot “de kunst zelf'. Het is vermoedelijk veelzeggend dat ook staatssecretaris Medy van der Laan bij de APAP langskwam, op “studiebezoek'. Ze heeft “kunst en economie' hoofdthema van haar beleid gemaakt.

Rugzakjes

In Europa bestaat niets van dezelfde omvang: twee enorme zalen vol standhouders die het geluk verkopen. De ene artiest is nog geweldiger dan de andere. Er staat een volksdansgroepje te keuvelen met een zonnebankbruine goochelaar die Disney-rugzakjes aanbiedt. Er is een dierentuin beren, apen en fladdervogels op de afdeling kindertheater.

Elke kraamhouder loert naar de naamplaatjes van de voorbijgangers. Wie “pers', of “programmeur' onder zijn naam heeft staan, wordt met kreetjes en een joviale armzwaai tot een gesprek verleid. “Strak voor je uit blijven kijken“ is een van de vaste grappen - alsof je langs een haag dealers loopt.

Wie zich toch laat verleiden wordt snel binnenstebuiten gekeerd.

“Were are you from?“

“Holland.“

“How long is the flight?“

“Six hours. Why?“

“Because we will go there.“

“Really. When?“

“Whenever you want us.“

En heb je niets te bieden, dan wordt het gesprek zonder pardon afgekapt.

Op die kunstmarkt verdringen zich de laatste jaren niet meer alleen Amerikanen. Er zijn Australiërs, Canadezen, Zuid-Afrikanen, en ook Nederland is vertegenwoordigd. Het Theater Instituut Nederland (TIN) en Dutch Jazz Connection staan gebroederlijk met twee kraampjes naast elkaar te lobbyen voor Nederlandse podiumkunstenaars in het buitenland. Er liggen video's met Hollands theater en in het Amerikaanse blad International Arts Manager zijn maar liefst veertig van de honderd pagina's aan reclame voor Nederlandse gezelschappen en Nederland gewijd.

Vanaf 2002 huren Nederlanders massaal stands. Het Nederlands Danstheater en dansgezelschap Emio Greco PC kregen er ondersteuning voor aanvang van hun steeds grotere reizen door Amerika en diverse muziekensembles “netwerkten' er met succes een tournee bij elkaar.

De markt werkt in verschillende fases. Het groenst zijn dit jaar Nederlandse theatermakers die al dan niet aan de hand van hun zakelijk leiders naar New York zijn gereisd. Ze moeten even wennen. Een schuchtere Hollandse actrice staat aanvankelijk wat angstig om zich heen te kijken, maar na vier dagen zit ze breed glimlachend met een potentiële klant te babbelen.

Een fase verder zijn theatergroep Kassys van artistiek leiders Liesbeth Gritter en Mette van der Sijs, en de dansgroep van Anouk van Dijk. Beide groepen zijn voor het eerst met hun eigen gezelschap op Amerikaanse tournee.

Voorafgaand aan de beurs hebben ze allebei in een andere staat hun Amerikaanse première beleefd, maar ze doen New York ook aan, mede op aanraden van hun Amerikaanse agenten. “Iedereen heeft het hier steeds over oh seven oh eight“, vertelt Van der Sijs, “het duurde even voordat ik begreep dat ze daarmee het seizoen 2007-'08 bedoelden.“

Dierbare

De Nederlandse kunstopvattingen wijken voor de Amerikaanse realiteit. Hoewel theatergroep Kassys zich nog het minst hoeft aan te passen. De groep speelt tijdens de beurs vier keer de volledige Engelse versie van Kommer. Hun Amerikaanse vertegenwoordigster, Cathy Zimmerman, van het internationaal georiënteerde agentschap MAPP (MultiArts Projects & Productions), zag de groep twee jaar geleden in Amsterdam en was meteen verkocht, net als twee andere programmeurs die ze bij zich had. Dankzij hun inzet én dankzij het feit dat internationale kunst steeds meer in de belangstelling staat, kreegKassys een ereplaats.

Kommer gaat over een groep mensen die net een dierbare verloren heeft. Deel één is de onhandige herdenkingsbijeenkomst; deel twee is een film die laat zien dat de acteurs na afloop van de voorstelling een zo mogelijk nog eenzamer leven hebben dan de rouwende personages die ze spelen. Hoewel deel één uit louter rouwclichés bestaat, met zinnen over het belang van de steun van vrienden, begeleid door huilmuziek, nemen veel Amerikanen die clichés serieus, wat tot wonderlijke observaties over de diepgang van de personages leidt. “Ik wist niet dat iedereen in Nederland zo depressief was“, zei een geroerde bezoeker.

Als het aan hun agent Zimmerman had gelegen zouden Van der Sijs en Gritter nog veel meer aan public relations doen. Het is een Amerikaanse gewoonte dat reizende kunstenaars niet alleen optreden, maar ook lesgeven, uitstapjes maken en andere, directere contacten onderhouden met het publiek - community outreach; de kunstenaar doet iets terug voor zijn kijkers en gaat op die manier een warme band met ze aan.

“Wij doen al wat, we maken theater“, is de stelling van Kassys. Een nagesprek doen ze wel, lesgeven niet; ze zijn geen leraar. Hun agent heeft het er maar moeilijk mee.

Anouk van Dijk zit met haar dansgezelschap veel meer in het Amerikaanse circuit. Vorig jaar was ze twee keer in de Verenigde Staten voor het “groundwork“: met behulp van het Netherlands American Dance and Theater Project (NADTP) maakte ze tijdens het American Dance Festival met een groep dansstudenten de voorstelling Derivatives. Ook bezocht ze met veertien afspraken op zak de APAP, waar ze een deel van haar huidige tournee realiseerde.

“The hard way“, noemt APAP-vice-president Patrick Madden het, als een artiest zelf de eerste contacten legt. Maar blijkbaar is het een effectieve methode. Want intussen is Van Dijk opgenomen op de lijst van Zia Artists, een Amerikaans agentschap.

Op een lange zondag treden alle artiesten van Zia achter elkaar op. Anouk speelt een fragment uit haar voorstelling Am I Out. De dag erna toont ze STAU; een conceptuele voorstelling waarbij de bezoekers dicht op de dansers staan. De nacht ervoor heeft ze nog gespeeld in een centrum voor hedendaagse kunst in Massachusetts. Diezelfde ochtend is ze per bus naar New York gereden. Geen van haar dansers heeft meer dan vier uur geslapen. Van Dijk: “De première was in een groot theater en de zaal was praktisch uitverkocht. Dat is wel het uitkomen van een droom, ja. Maar anderzijds is dit natuurlijk gekkenwerk.“ Na afloop van het optreden deelt ze dvd's uit; ze worden gretig afgenomen. De zakelijk leider van Van Dijk meldt zelfs dat er deze herfst nog wel een Amerikaanse tournee inzit.

Ook wat dat betreft is Kassys nuchterder. “We geloven niet meteen dat we overal geboekt zullen worden, hoor. Voor het enthousiasme heeft Cathy ons gewaarschuwd“, zeggen Gritter en van der Sijs. “Er wordt nogal snel gejuicht in Amerika.“

Netwerkborrel

Wat Nederlands theater extra aantrekkelijk moet maken is de financiële ondersteuning van de Amerikaanse avonturen. Het Nederlandse consulaat in New York, het Nederlandse Fonds voor de Podiumkunsten, de HGIS Cultuurgelden en de New England Foundation for the Arts - allemaal dragen ze bij aan de grote oversteek der Nederlanders.

Tijdens de beurs steunt het Nederlands Consulaat vooral door voorlichting te geven, zowel aan de Nederlanders als aan belangstellende Amerikanen. Hoogtepunt is de netwerkborrel van Jeanne Wikler, hoofd Culturele Zaken van het consulaat. Amerikaanse programmeurs en Nederlandse makers worden er samengebracht om het over de toekomst te hebben.

Niet te veel samenklitten, neem bergen visitekaartjes mee en draag vooral een naambordje, is het verzoek. “Ik weet niet of ik wel zin heb in al die regels“, mompelt een van de Nederlandse gasten met een vieze blik op zijn naamsticker. ““Geen zin', dat kun je je even niet permitteren“, zegt een ander.

Het valt niet mee om de Amerikaanse gekte in verhouding te zien, maar Kassys blijft het proberen. Van der Sijs: “Vlak voordat we uit Nederland vertrokken zeiden we nog tegen elkaar: “We moeten niet vergeten om straks nog even door te breken'.“

Gritter: “We zijn ambitieus en willen graag dat mensen genieten van onze voorstelling. Het is gewoon fijn om met een goed stuk te reizen. Maar kwaliteit blijft het uitgangspunt. We hoeven niet per se ieder jaar in dit land op tournee.“

Van der Sijs: “Ik wil ook best in Berlijn doorbreken.“

Van Dijk wil de VS op meerdere manieren “bedwingen'. Ze wil er lesgeven en rondtrekken en als dat ieder jaar kan, dan graag. Geduld is geboden, benadrukken de Amerikaanse vertegenwoordigers van zowel Van Dijk als Kassys. Een tournee van een buitenlands gezelschap in de VS heeft veel voeten in de aarde. De meeste Amerikaanse theaterprogrammeurs nemen niet graag risico's. Hun publiek is gewend aan toegankelijk amusement en zit niet op weerbarstiger kunst te wachten. Het aantal theaters dat zich specialiseert in experimentele kunst is veel dunner gezaaid en minder draagkrachtig.

Alle betrokkenen zeggen dat het een goed jaar voor de Nederlanders was. Het idee van de veemarkt is naar de achtergrond verdwenen. De kunstenaars zijn er duidelijk over: het gaat ze om communicatie met het publiek, of dat nou Amerikanen, Afrikanen of Aziaten zijn.