Betrek meer werknemers bij CAO-overleg

Het Nederlandse CAO-stelsel bestaat al zo'n 75 jaar en heeft tot voor kort tot grote tevredenheid gefunctioneerd. Het bevat echter ook een zwakke plek: de representativiteit van vakbonden. Van de Nederlandse werknemers is iets minder dan 25 procent lid; in de marktsector ligt dit cijfer aanzienlijk lager. Onder de vakbondsleden is een relatief groot gedeelte man, wit en oud. Deze leden, soms een kleine minderheid, bepalen in praktijk vaak namens alle werknemers in hun bedrijfstak hoe de arbeidsvoorwaarden er dienen uit te zien.

Deze gebrekkige representativiteit wordt al langer onderkend, maar heeft tot voor kort niet tot problemen geleid. Uit onderzoek blijkt dat ook niet-leden doorgaans tevreden zijn over de CAO. De werkgevers vinden het vaak handig om met één CAO in een keer alles geregeld te hebben.

Door een aantal recente ontwikkelingen dreigt dit nu te veranderen. In de eerste plaats zijn er het recent opgerichte Alternatief voor Vakbond en het GroenLinks-manifest 'Vrijheid eerlijk delen', die de gebrekkige representativiteit van jongeren en vrouwen aan de orde stellen. Zij pleiten voor nieuwe vormen van representatie, zoals internetstemmingen en referenda.

Daarnaast zijn er bedrijfssectoren, waarin het 'uit' is om met de grote vakbonden FNV en CNV zaken te doen (NRC Handelsblad, 25 en 26 januari). Dit geldt bijvoorbeeld voor de horeca, waar de werkgevers dit najaar met de kleinere vakbond De Unie een flexibele CAO sloten. Ook de HEMA trachtte onlangs iets dergelijks te doen, maar zij werd vooralsnog teruggefloten door de rechter. In de modesector overwegen de werkgevers nu ook iets dergelijks te doen. Het bizarre is dat de bonden hier met elkaar ruziemaken over wie er nu representatiever is: de bond met 5 procent of die met 1 procent van de werknemers als lid?

Dan zijn er ondernemers die trachten om bedrijfstak-CAO's te ondermijnen door een CAO af te sluiten met een 'cowboybond'. In de ogen van de grote vakbonden zijn dit geen representatieve clubs die zich in ruil voor geld ertoe lenen een bedrijfs-CAO af te sluiten, die niet in het voordeel van de werknemers is. Een bekend voorbeeld is de vervoerssector. Het gaat deze ondernemers, soms onder de druk van internationale concurrentie, om een zuiniger of een flexibeler arbeidsvoorwaardenpakket.

Het probleem hier is dat er bijna geen regels zijn om af te bakenen wat wel cowboybonden zijn en wat niet. In ieder geval kan representativiteit moeilijk het onderscheidende criterium zijn, omdat deze ook bij FNV en CNV soms ver te zoeken is. Het gevolg is dat cowboybonden vrij spel kunnen hebben, terwijl dat helemaal niet in het belang van de werknemers is.

Sinds de uitbreiding van de EU is er een internationale dimensie bijgekomen: het wordt steeds makkelijker voor andere EU-arbeiders hier te werken en daarbij de CAO te ontlopen. De Eerste Kamer heeft onlangs een wet aanvaard die de ondermijning van de CAO door buitenlandse werknemers moet tegengaan, maar het valt te betwijfelen of deze het tij zal keren.

En dan is er nog een groep die voornamelijk bestaat uit werkgevers en werknemers die niet met een CAO van doen (willen) hebben, maar die er wel behoefte aan hebben arbeidsvoorwaarden collectief te regelen. Ons arbeidsrecht biedt daar echter geen goede regeling voor. Soms tracht men met de ondernemingsraad afspraken te maken, maar de wetgever ontmoedigt dat. Aan het contracteren met ondernemingsraden kunnen nadelen zitten, maar één ding hebben ze vaak beter voor elkaar dan vakbonden en dat is hun representativiteit.

Het CAO-stelsel komt door dit soort ontwikkelingen onder druk te staan. Het gebrek aan democratische legitimatie doet zich voelen en ook werknemers dreigen daarvan de dupe te worden. De Geus en de sociale partners trachten dit stelsel hoofdzakelijk te beschermen met technische oplossingen. Ze hebben daarbij (naast hun eigen belangen) ook goede bedoelingen, zoals het waarborgen van solidariteit. Wat zij echter negeren is dat ook de arbeidsverhoudingen de komende jaren alleen maar meer zullen individualiseren en flexibiliseren. De belangen van werknemers of werkgevers onderling zullen verder uiteen gaan lopen. Dan wordt het toch al magere ledental van de vakbonden in veel sectoren echt een probleem. Net als in andere publieke sectoren (denk aan het omroepbestel of het kiesstelsel) dreigt het stelsel te vermolmen zonder dat er maatregelen tegen worden genomen. De echte markt kan dan plotseling rauw op ons dak komen. De uitdaging waarvoor minister De Geus staat, is om een nieuw stelsel te ontwerpen, waarin werknemers beter dan nu vertegenwoordigd zijn en waarin de uitwassen, zoals de cowboybonden, bestreden kunnen worden.

Daarin zal meer ruimte voor afspraken met de ondernemingsraad moeten komen. Ook het voorleggen van onderhandelingsresultaten aan alle werknemers (eventueel nadat een bepaald aantal werknemers de wens daartoe te kennen geeft), is een gedachte, die meer aandacht verdient.

www.nrc.nl/opinie:- 'Kleine bonden zijn in trek bij CA0'- 'CAO-overleg weer zonder FNV en CNV'

Jaap van Slooten is hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en advocaat.